uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres, mede namens haar minderjarige kind
[minderjarige] , V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S. Kuster).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
Eiseres heeft op 9 februari 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, N.E. Ramirez Ruiz als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres stelt van Venezolaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 1992. Haar zoon [minderjarige] is geboren in Nederland op [geboortedatum 2] 2025. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij niet kan terugkeren naar Venezuela, omdat zij daar is lastig gevallen en bedreigd door [persoon1] , een politieagent.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. problemen met [persoon1] .
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met [persoon1] acht de minister niet geloofwaardig. De verklaringen van eiseres daarover vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres verklaart vaag over de ontmoeting met [persoon1] , en over [persoon1] zelf. Ook is niet duidelijk hoe [persoon1] aan haar telefoonnummer kwam. Verder geeft eiseres alleen een algemene strekking van wat er in de berichten is gezegd. Het komt voor haar rekening dat zij de foto’s en screenshots na het nader gehoor niet heeft overgelegd, en dat die daardoor niet zijn betrokken. Verder verklaart eiseres vaag en ongerijmd over de voorzorgsmaatregelen die zij (niet) nam om [persoon1] uit de weg te gaan. Ook geeft zij geen persoonlijk verhaal op de vragen over de incidenten met de pistool. Zij verklaart daarbij ook wisselend over of ze bij het tweede incident met één of twee vriendinnen was. De minister vindt ook van belang dat uit de boardingpas blijkt dat eiseres via Portugal is gereisd en daar geen asiel heeft aangevraagd. Dat geeft geen blijk van een noodzaak tot bescherming.
De minister heeft op de zitting de tegenwerping dat eiseres onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft, laten vallen.
Dat eiseres uit Venezuela komt, betekent volgens de minister niet dat zij een gegronde vrees heeft voor vervolging, of een reëel risico loopt op ernstige schade. Uit het Algemeen ambtsbericht Venezuela (AAB) van juni 2020 blijkt dat Venezolanen zonder noemenswaardige problemen kunnen terugkeren. De uitzonderingen daarop, bijvoorbeeld voor politiek opposanten, zijn niet op eiseres van toepassing. De minister concludeert dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
6. De minister ziet ook geen aanleiding om een reguliere verblijfsvergunning te verlenen op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De familierechtelijke relatie van [persoon2] met eiseres en haar zoon is namelijk niet onderbouwd. Hij heeft de zoon van eiseres niet officieel erkend, en er is niet uit documenten gebleken dat hij de vader is, en de Nederlandse nationaliteit heeft. Dat hij aanwezig was bij de geboorte, is onvoldoende om aan te nemen dat hun relatie op één lijn is te stellen met een huwelijk. Verder verklaart eiseres vaag en summier over hun relatie en verloving. Daaruit kan dus ook niet worden afgeleid dat er sprake is van familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM.
De geloofwaardigheid van de problemen met [persoon1]
7. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de problemen van eiseres met [persoon1] ongeloofwaardig zijn. De rechtbank licht dit als volgt toe.
De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres vaag heeft verklaard over de problemen met [persoon1] . Zo geeft eiseres weinig inzicht in de eerste ontmoeting met [persoon1] tijdens de natuurramp op 3 november 2022. Eiseres verklaart hierover: “Die dag van de ramp hadden we contact omdat hij mij zag en herkende. Hij vroeg hoe het met mij was, dat ik veranderd was. Zo begon alles. Diezelfde avond begon hij zo van je bent mooi, ik wil iets met jou. Zo ging het met de dag steeds verder.” Hoewel de rechtbank kan volgen dat het op zichzelf niet ongerijmd is dat [persoon1] eiseres herkende en zich met haar bezighield terwijl hij mensen moest helpen, neemt dit niet weg dat eiseres met haar verklaringen weinig context en concrete details heeft gegeven over hun ontmoeting. De rechtbank kan ook volgen dat eiseres onvoldoende persoonlijk heeft verklaard over de incidenten waarbij [persoon1] haar bedreigd zou hebben met een pistool. De minister heeft terecht opgemerkt dat eiseres bij haar toelichting over het eerste incident na een paar zinnen terugvalt in een algemeen verhaal. Eiseres verklaart dat [persoon1] haar toen zij uit haar werk kwam vastgreep, en geeft daarbij enigszins inzicht in haar gedachten en gevoelens: dat ze ontzettend bang was, niet normaal kon denken, dacht dat ze weg moest zien te komen en dat hij haar zou verkrachten. Na enkele zinnen vervolgt zij echter met een toelichting dat de politie burgers niet beschermt. Over het tweede incident heeft de minister terecht opgemerkt dat eiseres eerst heeft verklaard dat ze bij een vriendin was, en daarna dat ze met twee vriendinnen op het strand was. De verklaringen van eiseres geven ook weinig inzicht in hoe zij deze bedreiging heeft beleefd, en in welke context het zich precies afspeelde. Verder mocht de minister – hoewel niet doorslaggevend - van belang vinden dat eiseres in Portugal geen asiel heeft aangevraagd.
De rechtbank kan eiseres volgen in haar betoog dat haar gedrag, waarbij zij [persoon1] aan het lijntje probeerde te houden om escalatie te voorkomen, past binnen de landeninformatie over Venezuela, en dus niet ongerijmd is. Ook is in het nader gehoor op zichzelf duidelijk geworden wat volgens eiseres de strekking is van de foto’s en de berichten van [persoon1] . Dat leidt echter niet tot een ander oordeel. Zoals hiervoor is toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat eiseres op verschillende punten vaag heeft verklaard. Eiseres had haar gestelde problemen met [persoon1] alsnog kunnen onderbouwen door de foto’s en screenshots met vertaling te overleggen. Eiseres stelt dat dit geen zin had, omdat zij in het nader gehoor de foto’s en berichten al heeft getoond en er vervolgens onvoldoende vragen zijn gesteld. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De minister had, als hij in het bezit was van de foto’s en screenshots, onder andere kunnen onderzoeken of de data kloppen met de tijdlijn die eiseres heeft geschetst. Ook had het aanleiding kunnen geven voor een aanvullend gehoor. De beroepsgrond slaagt niet.
Terugkeer
8. Eiseres heeft op de zitting verklaard dat zij vreest dat zij bij terugkeer door de Venezolaanse autoriteiten wordt gezien als terrorist. De minister heeft in reactie daarop gesteld dat er geen enkele aanleiding is om er bij eiseres vanuit te gaan dat zij als terrorist wordt gezien, omdat het niet gaat om een politiek asielrelaas. De rechtbank kan de minister daarin volgen. In het bestreden besluit is verwezen naar het AAB van juni 2020. De rechtbank ziet in het AAB (p. 111 e.v.) geen aanknopingspunten dat het voor personen met het profiel van eiseres niet veilig is om terug te keren.
Artikel 8 van het EVRM
9. Eiseres stelt dat haar relatie met [persoon2] wel degelijk op één lijn te stellen is met een huwelijk, en dat er dus sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Zij heeft dit voldoende aannemelijk gemaakt met de foto’s, waaruit blijkt dat hij aanwezig was bij de geboorte van haar zoon en de navelstreng heeft doorgeknipt.
10. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt in het bestreden besluit, dat ook als onderbouwd is dat [persoon2] aanwezig was bij de geboorte van de zoon van eiseres, dit onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft daarbij ook kunnen betrekken dat de zoon van eiseres niet door hem is erkend. De rechtbank kan ook volgen dat de verklaringen van eiseres onvoldoende gedetailleerd zijn om familie- en gezinsleven aan te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van mr.S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 11 maart 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.