Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 31 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 28 juli 2025 is – voor zover hier van belang – vervangende toestemming verleend aan de moeder om met de minderjarigen op vakantie te gaan naar [land] en is aan de moeder vervangende toestemming verleend om een behandeling te starten voor [de minderjarige 2] bij een psycholoog.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De gewone verblijfplaats van de kinderen is in Nederland. De Nederlandse rechter is derhalve bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de moeder.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW beproeft de rechtbank een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt.
Inhoudelijke beoordeling
Ter onderbouwing van haar verzoeken brengt de moeder naar voren dat de communicatie tussen haar en de vader slecht is. De vader weigert om toestemming te geven voor onderwijszaken, zoals inschrijving van [de minderjarige 2] op een nieuwe school en uitjes van de kinderen met school. Daarnaast hebben de kinderen hulpverlening nodig, zoals ook uit de overgelegde stukken van school en Veilig Thuis blijkt. De moeder heeft eerder vervangende toestemming van de rechtbank gekregen om [de minderjarige 2] bij en psycholoog aan te melden, maar daar staat zij nu op en wachtlijst en tot zij aan de beurt is heeft zij ondersteuning nodig. De vader weigert ook hier toestemming voor te geven.
De vader heeft op de zitting verklaard dat hij tijdens een gesprek op de huidige school van [de minderjarige 2] mondeling toestemming heeft gegeven voor inschrijving op een nieuwe school, maar dat hij die toestemming pas schriftelijk wil vastleggen als hij weet welke school [de minderjarige 2] wil gaan bezoeken en hij aldaar heeft kennisgemaakt, althans die school heeft beoordeeld. Verder vindt de vader het erg belangrijk dat hij door de moeder meer betrokken wordt bij de kinderen, in die zin dat zij niet achteraf vertelt wat de keuze is en daar toestemming voor vraagt, maar al eerder in overleg gaat om samen een keuze te maken. De ouders kunnen dan samen beslissingen nemen over de kinderen. Voor wat betreft de hulpverlening van de kinderen heeft de vader aangegeven dat hij de buddy die voor [de minderjarige 1] geadviseerd is op school niet nodig vindt.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het de ouders niet lukt om gezamenlijk beslissingen over de kinderen te nemen. De vader is boos omdat de kinderen geen contact met hem willen. Deze situatie belemmert de ontwikkeling van de kinderen, omdat hierdoor de benodigde hulpverlening niet van de grond komt en [de minderjarige 2] niet van start kan op een nieuwe school, terwijl al geruime tijd duidelijk is dat zij op haar huidige school niet mee kan komen. [de minderjarige 1] zit nu in groep 8 en zal op korte termijn moeten worden ingeschreven op school en ook daarover lijkt constructief overleg tussen de ouders niet mogelijk. Ook overleg over deelname aan door de school georganiseerde activiteiten zal naar verwachting niet mogelijk zijn, terwijl de rechtbank het in het algemeen in het belang van kinderen acht dat zij deel kunnen nemen aan activiteiten die door school worden georganiseerd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen, met dien verstande dat de rechtbank deze in het licht van de toelichting ter zitting nader concretiseert.
Tot slot overweegt de rechtbank dat het op de zitting duidelijk is geworden dat partijen niet gemotiveerd zijn voor een doorverwijzing naar het uniform hulpaanbod. Ondanks dat de rechtbank een traject wel passend zou vinden, is het draagvlak daarvoor bij beide ouders op dit moment te laag. De rechtbank zal ook geen raadsonderzoek gelasten. Veilig Thuis is bij het gezin betrokken en kan een terugkoppeling doen naar de Raad op het moment dat zij dat nodig achten.
Beslissing
De rechtbank:
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor inschrijving van de minderjarigen [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , op een middelbare school en voor deelname van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] aan door school georganiseerde activiteiten;
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om de door hun school en/of Veilig Thuis geadviseerde hulpverlening gericht op hun mentale welzijn op te starten voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.