ECLI:NL:RBDHA:2026:1082

ECLI:NL:RBDHA:2026:1082

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer NL25.47835
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel, Nigeria, homoseksuele gerichtheid en problemen daardoor, problemen met de Black Axe, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47835

(gemachtigde: mr. E. Derksen),

en

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De geloofwaardigheidsbeoordeling is namelijk niet in strijd met het Unierecht gedaan en er bestaat geen aanleiding om te oordelen dat het gehoor opvolgende aanvraag (gehoor) onzorgvuldig is afgenomen. De minister heeft verder niet ten onrechte de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig geacht. Ook heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat de problemen met de Black Axe groepering ongeloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in dit geding. Onder 3, 4 en 5 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 28 juni 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere procedures

3. Eiser heeft op 9 januari 2021 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft met [persoon A] en Black Axe. De minister heeft deze aanvraag bij besluit van 17 augustus 2021 afgewezen. Hoewel de minister in dat besluit de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig heeft geacht, heeft hij de door eiser gestelde problemen niet geloofwaardig geacht. Dit besluit staat met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 28 april 2022 in rechte vast.

Huidige aanvraag

4. Eiser heeft aan zijn huidige asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is gevlucht vanwege zijn problemen met [persoon A]. Eiser werkte voor [persoon A] als loodgieter en in de landbouw. In 2015 heeft [persoon A] hem gevraagd wapens te vervoeren naar verschillende plaatsen. Eiser wilde dit niet doen en is daarom naar Zuid-Nigeria gevlucht. [persoon A] is hem gaan zoeken. Eenmaal in Zuid-Nigeria is eiser in een bendeoorlog terecht gekomen. Black Axe wilde dat eiser zich bij hen aansloot. Dat wilde eiser niet. Eiser heeft bescherming gekregen van een rivaliserende groepering: de vikings. Er zijn leden van Black Axe bij het huis van de moeder van eiser geweest waardoor eiser vreesde voor vergelding. In de huidige procedure heeft eiser een document ingebracht, een crime diary, een dagrapport van de politie waarin de aangifte van zijn moeder is beschreven. Als nieuw feit geeft eiser nu ook aan te vrezen voor onmenselijke behandeling vanwege zijn geaardheid. In Nederland is eisers homoseksualiteit tot uiting gekomen door het werk dat hij verricht.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante motieven:

De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser nog steeds geloofwaardig. De homoseksuele gerichtheid acht de minister niet geloofwaardig. Ook eisers problemen met de Black Axe acht de minister opnieuw niet geloofwaardig. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.

De geloofwaardigheidsbeoordeling

6. Eiser betoogt dat de huidige geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn. Het asielrelaas wordt namelijk niet onderworpen aan een volledig en diepgaand onderzoek. De stelling van de minister dat dit algemene kritiek is en dat er geen link is met onderhavige zaak is onjuist. Er wordt uitsluitend beoordeeld of aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid van de Vw 2000 wordt voldaan. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting nog verzocht om de behandeling van het beroep te schorsen in afwachting van de beantwoording door het Hof van Justitie van prejudiciële vragen van zittingsplaats Roermond hierover.

De beroepsgrond dat de door de minister toegepaste, en in Werkinstructie (WI) 2024/6 opgenomen geloofwaardigheidsbeoordeling niet in overeenstemming is met het Unierecht slaagt niet. De rechtbank verwijst hiertoe naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 juni 2025 en 8 september 2025. Hierin is onder andere geoordeeld dat de door de minister toegepaste geloofwaardigheidsbeoordeling, specifiek stap 2A en stap 2B van WI 2024/6, in lijn is met het Unierecht. De rechtbank ziet in de tussenuitspraak van zittingsplaats Roermond geen aanleiding om de behandeling van het beroep te schorsen.

Heeft de minister bij de beoordeling voldoende rekening gehouden met de correcties en aanvullingen op het gehoor?

7. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte de door hem ingediende correcties en aanvullingen buiten beschouwing heeft gelaten. Eiser voert daartoe aan dat hij tijdens het eerste deel van het gehoor onder zware psychische druk stond en een paniekaanval met migraine kreeg. Daarnaast blijkt uit het verslag van het gehoor dat de tolk zijn eigen vertaling nader moest duiden. Het gehoor was gebrekkig, zodat eiser genoodzaakt was om een groot aantal correcties en aanvullingen in te dienen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister bij de beoordeling voldoende rekening gehouden met de correcties en aanvullingen op het gehoor. De minister gaat in het besluit meermalen in op dat wat eiser in de correcties en aanvullingen heeft verklaard. Zo wordt in het bestreden besluit gesteld dat eisers verklaringen uit de correcties en aanvullingen over zijn homoseksualiteit dusdanig afwijken van zijn originele verklaringen. Ook heeft de minister in het besluit de verklaringen uit de correcties en aanvullingen betrokken dat de politie eenmalig zou hebben bemiddeld bij een ruzie met Progress. In het voornemen heeft de minister de verklaring uit de correcties en aanvullingen betrokken dat het proces-verbaal is opgemaakt zonder eisers toestemming, zonder zijn medeweten en zonder dat hij daarbij aanwezig was. Dat de minister opmerkt dat de correcties en aanvullingen niet zijn bedoeld om geheel nieuwe of zeer uitgebreide verklaringen af te leggen, maakt het oordeel niet anders. Bovendien mag de minister verwachten dat eiser een deugdelijke verklaring geeft voor het feit dat hij essentiële punten van zijn asielrelaas pas in de correcties en aanvullingen correct naar voren brengt. Een dergelijke verklaring heeft eiser niet gegeven. Zoals eerder geoordeeld is het gehoor verder zorgvuldig verlopen en is ook niet gebleken van vertaalproblemen. De minister hoeft in dat geval aan de correcties van de vreemdeling niet de door hem gewenste waarde te hechten.

Voor zover eiser betoogt dat het gehoor niet zorgvuldig is afgenomen, volgt de rechtbank dat betoog niet. Eiser heeft aan het begin van het gehoor aangegeven dat het goed met hem ging. Hij heeft niet aangegeven dat hij onder ‘zware psychische druk’ stond. Eiser heeft juist aangegeven het gesprek te willen voeren. Tijdens het gehoor is kenbaar rekening gehouden met eisers gestelde psychische en medische gesteldheid. De minister stelt terecht dat er tijdig pauzes zijn ingelast, dat antwoorden en vragen regelmatig zijn teruggekoppeld, dat vragen soms op verschillende manieren zijn gesteld, en dat aan eiser is gevraagd hoe het met hem gaat en ruimte is geboden voor de gestelde druk op zijn borst. Eiser heeft hulp van de medische dienst geweigerd, nadat hij druk op zijn borst ervaarde. Desondanks heeft de hoormedewerker tijdens de pauze de medische dienst op de hoogte gebracht en met hen overlegd. Eiser heeft niet met documenten aangetoond dat de druk op de borst komt door paniekaanvallen of migraine. Dat de tolk een vertaling nader moest duiden illustreert op zichzelf niet dat er sprake is van een gebrekkig gehoor. De tolk heeft, zo blijkt uit het verslag van het gehoor, juist om misinterpretatie te voorkomen extra uitleg gegeven over een Nigeriaanse uitdrukking.

Homoseksuele gerichtheid

8. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte zijn homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig heeft geacht. De verklaringen van eiser zijn niet vaag en onsamenhangend.

9. Omdat dit asielmotief niet met objectieve documenten is onderbouwd heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000.

Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. De rechtbank licht dat oordeel hierna verder toe voor de verschillende onderdelen van het asielmotief die de minister in het bestreden besluit onderscheidt en aan de hand van dat wat eiser daartegen heeft aangevoerd.

Eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid zijn vaag en onsamenhangend van aard

11. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat hij onsamenhangend heeft verklaard over zijn gevoelens voor mannen, terwijl hij alleen relaties met vrouwen heeft gehad. Eiser heeft weliswaar gevoelens voor vrouwen gehad, maar weet sinds hij relaties met mannen heeft gehad dat die gevoelens wezenlijk anders zijn dan de gevoelens die hij voor mannen heeft. De zienswijze geeft uitsluitend weer wat eiser tijdens het gehoor naar voren heeft gebracht of heeft bedoeld naar voren te brengen. Dat de gemachtigde tijdens de nabespreking van het gehoor nadere vragen heeft gesteld om de betekenis van de antwoorden te verduidelijken en dit tot een meer uitgebreide toelichting heeft geleid, maakt dit niet anders.

De minister stelt terecht dat eiser niet samenhangend heeft verklaard of hij gevoelens voor vrouwen heeft gehad. Eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid in het gehoor en in de correcties en aanvullingen sluiten niet op elkaar aan, zo stelt de minister terecht. Zo heeft eiser in het begin van het gehoor verklaard dat hij niet alleen aangetrokken is geweest tot mannen. In het verleden had eiser ook al gevoelens voor vrouwen. Kort daarna heeft eiser nog verklaard dat hij in het begin heteroseksueel was en op vrouwen verliefd was. In het gehoor is dus niet gebleken dat eiser geen gevoelens heeft gehad voor vrouwen in het verleden, maar juist tegenovergesteld, terwijl eiser in de correcties en aanvullingen verklaart dat hij geen gevoelens had voor vrouwen waarmee hij in het verleden relaties had. De minister concludeert daaruit terecht dat de verklaringen niet op elkaar aansluiten.

Eiser heeft geen persoonlijk of eenduidig inzicht gegeven in het moment dat hij zich realiseerde dat hij zich aangetrokken voelde tot andere mannen

12. Eiser voert aan dat hij voldoende duidelijk heeft verklaard over het moment dat hij zich realiseerde dat hij zich aangetrokken voelde tot mannen. Uit zijn relaas volgt namelijk dat hij zich al op jonge leeftijd tot mannen aangetrokken voelde, maar zijn identiteit door sociale en religieuze druk lange tijd moest ontkennen. Het gebruik van drugs maakte het mogelijk om zijn gevoelens later in zijn leven te uiten. Dit was onderdeel van zijn proces van langdurige ontkenning en geleidelijke erkenning van zijn gerichtheid. Eiser maakt daarin ook een onderscheid tussen het moment waarop hij liefdevolle gevoelens voor mannen ervaarde en het beleven van seksuele contacten. De minister zoekt ten onrechte naar één enkel beslissend moment waarop eiser zich realiseerde homoseksueel te zijn. Dat hij makkelijk kon verklaren over sekswerk en niet over het incident in Nigeria, is niet ongerijmd. Sekswerk was voor eiser een feitelijke activiteit, terwijl het incident in Nigeria gepaard ging met schaamte en angst.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser geen persoonlijk of eenduidig inzicht heeft gegeven in het moment dat hij zich realiseerde dat hij zich aangetrokken voelde tot andere mannen. De minister stelt niet ten onrechte dat eisers verklaringen vaag, onsamenhangend en niet eenduidig zijn. De minister stelt terecht dat eiser verschillend verklaart over wanneer hij voor het eerst gevoelens begon te krijgen voor mannen. Tijdens het gehoor heeft eiser verklaard dat hij zich voor het eerst in Nederland aangetrokken voelde tot mannen. In het gehoor en in de M35-0 brief is meermaals benadrukt dat deze gevoelens en aantrekking voor mannen pas begon in Nederland. In de zienswijze wordt vervolgens gesteld dat eiser zich op jonge leeftijd al aangetrokken voelde tot mannen en dat dit zou blijken uit de verklaringen over een incident met een jongen. Dit laatste wordt door de minister niet ten onrechte niet gevolgd. Over dit incident heeft eiser verklaard tijdens het gehoor, maar hij heeft onvoldoende eenduidig verklaard over hoe en wanneer hij erachter kwam dat hij homoseksuele gevoelens heeft. Voor deze wisseling in verklaring heeft eiser geen verschoonbare reden gegeven. De minister stelt verder terecht dat eiser wisselend heeft verklaard over hoe hij er in Nederland achter kwam dat hij homoseksuele gevoelens heeft. Eiser heeft verklaard dat hij voor het eerst achter zijn gevoelens voor mannen kwam door het sekswerk. Maar eiser heeft óók verklaard dat hij zich voor het eerst realiseerde dat hij gevoelens voor mannen ervaarde toen hij gevoelens kreeg voor [persoon B], alvorens eiser aan het sekswerk begon. Nu eiser zijn recent ontwikkelde homoseksuele gevoelens ten grondslag heeft gelegd aan zijn (opvolgende) asielaanvraag, mag van hem worden verwacht dat hij (consistent) inzicht kan geven in hoe zijn gevoelens zijn ontstaan. Temeer nu deze gevoelens pas enkele jaren terug in Nederland zouden zijn ontstaan. Niet wordt gevolgd dat eiser onderscheid maakte tussen liefdevolle gevoelens en seksueel contact. Niet is onderbouwd uit welke verklaringen dit onderscheid blijkt. Dat eiser zijn seksuele gerichtheid door zijn omgeving en religieuze familie niet kon ontwikkelen in Nigeria en eiser al die tijd zijn gevoelens heeft ontkend, volgt uit geen enkele verklaring van hem tijdens het gehoor. De minister stelt daarom niet ten onrechte dat niet wordt gevolgd dat dit moet worden gezien als onderdeel van een proces van langdurige ontkenning en geleidelijke erkenning.

Eiser heeft geen inzicht gegeven in wat het voor hem betekende dat homoseksualiteit in Nigeria verboden was en dat hij het ook zag als abdominaal terwijl hij diezelfde gevoelens voor mannen kreeg

13. Eiser voert verder aan dat hij voldoende inzicht heeft gegeven in wat het voor hem betekende dat homoseksualiteit in Nigeria verboden was, terwijl hij gevoelens kreeg voor mannen. Uit eisers gedragingen tijdens het gehoor kan namelijk ook afgeleid worden wat het voor hem betekent dat homoseksualiteit in Nigeria verboden is. Eiser verwijst ter onderbouwing naar de volgende verklaring tijdens het gehoor:

“Het enige waar ik me op voorbereidde de vorige keer was de uitzetting in Nederland. Dat was ook de reden voor mijn paniekaanvallen de vorige keer. Nu durf ik hier relaxter over te praten.”

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiser onvoldoende heeft verklaard over zijn inzichten over wat het voor hem betekent dat homoseksualiteit in Nigeria verboden is. Zo heeft eiser verklaard dat hij zichzelf anders voelde en dat homoseksualiteit kwaadaardig en duivels was. Eiser is er in Nederland achter gekomen dat homoseksualiteit niets met kwaadaardigheid te maken had. Van eiser mag worden verwacht dat hij kan uitleggen hoe deze verandering tot stand is gekomen. Dat eiser verklaart dat hij van [persoon B] heeft geleerd dat homoseksualiteit niet slecht is, mag de minister onvoldoende vinden. Hiermee heeft eiser namelijk niet inzichtelijk gemaakt hoe de verandering in zijn visie tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft de minister uit een heftige lichamelijke reactie niet af te leiden wat het voor hem betekent dat homoseksualiteit in Nigeria verboden is. Het is aan eiser, zo stelt de minister terecht, om door middel van zijn verklaringen inzichtelijk te maken wat het voor hem betekent dat in Nigeria homoseksualiteit verboden is, terwijl hij gevoelens voor mannen stelt te hebben gekregen. De minister hoeft eisers lichamelijke reactie niet te herleiden naar homoseksualiteit.

Eiser heeft onvoldoende inzicht geboden hoe het is om een relatie aan te gaan in Nederland terwijl hij wist dat het in Nigeria niet zou worden geaccepteerd

14. Eiser voert aan dat zijn beknopte formuleringen moeten worden begrepen in het licht van zijn persoonlijke aard en de complexiteit van het verwerken van jarenlang onderdrukte gevoelens. Zijn verklaringen verschaffen desalniettemin een authentiek en persoonlijk beeld van zijn gedachten, gevoelens en beleving met betrekking tot zijn homoseksualiteit en het aangaan van een relatie in Nederland.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven hoe het is om een relatie aan te gaan in Nederland terwijl hij wist dat het in Nigeria niet zou worden geaccepteerd. De minister heeft eiser niet tegengeworpen dat hij nooit een volwassen relatie heeft gehad met een man in Nigeria. Dat neemt niet weg dat de minister uit eisers verklaringen wel heeft kunnen afleiden dat hij op de hoogte was hoe in Nigeria over homoseksualiteit werd gedacht. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij dit ‘abominaal’ en ‘kwaardaardig’ vond. De minister kan eiser tegenwerpen dat hij niet kan uitleggen wat het voor hem betekende om voor het eerst met een man in een vrij land als Nederland een relatie aan te gaan, omdat hij dus op de hoogte is van het beeld in Nigeria ten aanzien van homoseksualiteit. De minister weegt daarbij terecht mee dat eiser recent in de tijd in Nederland een relatie is aangegaan. Eisers betoog dat zijn verklaringen moeten worden begrepen in het licht van zijn persoonlijke aard en de complexiteit van het verwerken van jarenlang onderdrukte gevoelens maakt het oordeel niet anders. De minister stelt terecht dat hij die onderdrukte gevoelens eerder ongeloofwaardig heeft geacht. Daarnaast is hier sprake van een opvolgende aanvraag. Eiser heeft eerder (in 2021, zie onder 3) een asielaanvraag gedaan, zodat de minister mag verwachten dat hij meer inzicht kan geven dan hij heeft gedaan. De minister heeft bovendien doorgevraagd na eisers eerste antwoord op de vraag op dit punt.

Eisers verklaringen over de relatie met [persoon C] en over [persoon B] overtuigen niet

15. Eiser voert aan dat hij voldoende inzichtelijk heeft verklaard over zijn relaties met mannen. Het ontbreken van details over zijn relatie met [persoon C] betekent niet dat de relatie niet bestaat. Eiser heeft niet alle details volledig kunnen benoemen door emotionele stress en psychische druk. Ook heeft hij de privacy van [persoon C] willen respecteren en zijn leeftijd en de schrijfwijze van de naam voor hem van minder belang. Wat betreft de relatie met [persoon B] voert eiser daarnaast nog aan dat intieme en complexe relaties zich niet altijd rationeel of volledig laten verwoorden, ook niet als de acute effecten van drugs die werden gebruikt zijn verdwenen.

De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser onvoldoende en te summier heeft verklaard over zijn relatie met [persoon C]. Dat eiser de privacy van [persoon C] heeft willen respecteren en daardoor summier over hem heeft verklaard, mag eiser worden aangerekend. Het niet volledig benoemen van kerndetails, zoals zijn naam, leeftijd en informatie over zijn familie, mag de minister aan eiser tegenwerpen. Zeker gezien de duur van de relatie en vriendschap. Eiser heeft tijdens het gehoor verklaard dat hij [persoon C] sinds een jaar of vijf kent en vrienden met hem is en dat ze ongeveer een jaar een relatie hebben. Dat eiser gestrest was tijdens het gehoor en dat hij de volledige naam van [persoon C] enkel heeft gehoord en nimmer over familie spreekt, maakt niet dat van eiser niet hoeft te worden verwacht dat hij over kerndetails van zijn gestelde partner van een jaar zou moet kunnen verklaren. Wat betreft eisers gevoelens voor [persoon B] stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser heeft verklaard dat hij zowel tijdens als na drugsgebruik gevoelens voor [persoon B] heeft gehad. De minister mag van eiser verwachten dat hij meer inzicht kan bieden in wat hij denkt of voelt als de drugs zijn uitgewerkt, dan hij in het gehoor heeft gedaan. De minister stelt niet ten onrechte dat eiser bijvoorbeeld geen inzicht kan geven in de gesprekken met [persoon B] en zijn karakter niet kan omschrijven. De minister heeft daarom niet ten onrechte uit de summiere omschrijving geconcludeerd dat er geen persoonlijk beeld van [persoon C] en de relatie naar voren komt. Daarbij is ook van belang dat het gaat om een opvolgende aanvraag waarbij het eisers verantwoordelijkheid is om zijn asielaanvraag volledig te onderbouwen.

Eisers verklaringen over zijn contact met LHBTI in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie zijn onvoldoende persoonlijk

16. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zijn verklaringen ongerijmd of onpersoonlijk zijn. De minister heeft in het voornemen een tegenstrijdigheid aangemerkt tussen zijn teruggetrokken houding en zijn eerdere verklaring dat hij meer vrijheid ervaart in Nederland om zijn seksuele gerichtheid te uiten. De minister heeft met deze gestelde tegenstelling onvoldoende rekening gehouden met eisers persoonlijkheid. Daarnaast heeft eiser toegelicht dat hij wel degelijk sociale activiteiten onderneemt, maar niet direct gerelateerd aan LHBTI-activiteiten. Zijn eigen afweging van veiligheid, privacy en comfort speelt een belangrijke rol in zijn keuzes wat betreft publieke LHBTI-activiteiten. Dat hij daarin terughoudend is betekent niet dat zijn verklaringen ongeloofwaardig zijn of ongerijmd.

De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn contact met LHBTI in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie onvoldoende persoonlijk zijn. De minister vindt deze verklaringen niet ten onrechte summier, ongerijmd en algemeen. Eiser heeft verklaard dat LHBTI’ers vrijheden genieten en dat ze welkom zijn en niet lastig gevallen worden. Eiser heeft verklaard dit verrassend te vinden door wat hij heeft geleerd in Nigeria en denkt dat Nigeria daarom kwaadaardig is. Ook heeft eiser verklaard dat hij zich goed en vrij voelt om te daten en weet dat hij niet bezeten is. Eiser blijft hiermee steken, zo stelt de minister niet ten onrechte, in oppervlakkige en algemene verklaringen. De minister betrekt daarbij niet ten onrechte dat eiser niet heeft verklaard over zijn gevoel in Nederland ten aanzien van de houding van de Nigeriaanse maatschappij. Eiser heeft ook onvoldoende verklaard over de gesprekken die hij voert met mensen waarmee hij stelt van gedachten te wisselen over de LHBTI gemeenschap in Nigeria. Dat eiser niet deelneemt aan LHBTI-gerelateerde activiteiten, omdat hij teruggetrokken is en zich verscholen wil houden mag de minister ongerijmd vinden. In het gehoor heeft eiser namelijk verklaard dat hij meer vrijheid ervaart in Nederland om zich te uiten en het hem niet kan schelen wat zijn familie denkt. Niet wordt ingezien dat eisers karakter en de psychologische verwerking van jarenlang onderdrukte gevoelens onvoldoende betrokken zijn. Daarbij vallen deze elementen niet te herleiden naar eisers zeer beperkte kennis van de Nederlandse samenleving.

Eisers verklaringen over de situatie voor LHBTI in Nigeria zijn algemeen en niet persoonlijk van aard

17. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zijn verklaringen over de situatie voor LHBTI’ers in Nigeria algemeen en niet persoonlijk zijn. De minister miskent dat eiser in Nigeria door de familie is afgestraft vanwege zijn gedrag. Hierdoor heeft eiser altijd afstand gedaan van de LHBTI-gemeenschap in Nigeria.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eisers verklaringen over de situatie voor LHBTI’ers in Nigeria algemeen, onsamenhangend en niet persoonlijk van aard zijn. De minister stelt voorop dat hij het gebrek aan verklaringen over de situatie voor LHBTI in Nigeria niet in eisers nadeel heeft meegewogen, aangezien eiser in Nederland tot de realisatie is gekomen dat hij gevoelens heeft voor mannen. Dat neemt niet weg, en daarin kan de rechtbank de minister volgen, dat het niet bijdraagt aan eisers geloofwaardigheid. De stelling van eiser dat hij afstand hield van de LHBTI-gemeenschap in Nigeria, impliceert dat hij zich wel bewust was van de LHBTI-gemeenschap in Nigeria. In het gehoor verklaart eiser echter alleen dat er vijandigheid is tegen homoseksualiteit en dat er wetten zijn tegen homoseksualiteit. De minister hoeft eiser verder niet te volgen in zijn verklaring dat hij door zijn familie is afgestraft vanwege zijn gedrag en dat hij daarom altijd afstand heeft gedaan van de LHBTI-gemeenschap in Nigeria. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser onsamenhangend heeft verklaard over de problemen waar hij mee te maken had toen hij heel klein was in Nigeria is betrapt met een jongen. Zo heeft eiser verklaard dat hij door zijn familie publiekelijk te kakken is gezet, maar ook dat hij niet publiekelijk is vernederd. Ook hierna blijft eiser inconsistent verklaren. Eiser heeft enerzijds verklaard dat hij naar verschillende plekken werd gebracht om te bidden, maar heeft kort daarna ook verklaard dat de Imams juist naar zijn huis kwamen.

Progress

18. Eiser voert aan dat hij in de correcties en aanvullingen heeft verklaard dat toen Progress op de hoogte raakte van eisers geaardheid, de gemoederen hoog opliepen en de politie tussenbeide is gekomen. Uit het politiesysteem zou moeten blijken dat de achtergrond van deze ruzie is gelegen in de ontdekking van eisers geaardheid door Progress.

Eisers beroepsgrond is op dit punt een herhaling van dat wat hij in de zienswijze heeft aangevoerd. De minister is hierop in het bestreden besluit uitvoerig ingegaan. Eiser heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van dat wat hij in de zienswijze heeft aangevoerd onjuist of onvolledig zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit terecht stelt dat eiser niet heeft onderbouwd welke gegevens hij bij de politie zou willen opvragen. Omdat eiser het beroep op de samenwerkingsplicht niet nader heeft onderbouwd, hoeft de minister daarin geen reden te zien om de politie om informatie te verzoeken. De minister mag daarbij meewegen dat hij eisers eigen verklaringen tijdens de gehoren zo onsamenhangend en vaag vindt, dat niet valt in te zien wat informatie van de politie hierin zou veranderen.

Sekswerk

19. Tot slot voert eiser aan dat het al dan niet voortzetten van sekswerk geen betekenis heeft voor de beoordeling van zijn geaardheid.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiser wisselend heeft verklaard over of hij nog sekswerk doet en kan hij dát, dus het wisselend verklaren op dit punt, in de besluitvorming meewegen. Eiser heeft tijdens het gehoor eerst verklaard dat hij geen sekswerk doet sinds zijn relatie in 2024. Wanneer eiser wordt geconfronteerd met verklaringen twee maanden eerder vertelt hij dat hij het sekswerk ‘niet in die mate meer’ doet als vroeger.

Problemen met de bende

20. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat de problemen met de bende, Black Axe, nog steeds niet geloofwaardig zijn. De crime diary had aanleiding moeten geven tot heroverweging van het geloofwaardigheidsoordeel in de eerdere procedure (zie onder 3). De crime diary bevat informatie over de gebeurtenissen die verband houden met de problemen van eiser. De crime diary kan niet losgezien worden van zijn eerdere verklaringen en is een nieuw stuk waardoor een herbeoordeling had moeten plaatsvinden. De crime diary had in samenhang met zijn verklaringen beoordeeld moeten worden. Wat betreft de bevindingen van Bureau Documenten dat er een ‘afwijkende techniek’ is gebruikt, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom het document als zodanig is aangemerkt. Nu niet is toegelicht hoe en waarom Bureau Documenten tot zijn bevindingen zijn gekomen, is er sprake van een schending van het motiveringsbeginsel en de vergewisplicht.

De minister heeft zich ten aanzien van de overgelegde crime diary niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit weliswaar een nieuw element is, maar dat het niet relevant is voor de beoordeling van de opvolgende asielaanvraag. De minister betrekt daarbij niet ten onrechte dat de problemen waar de crime diary naar herleiden voortbouwen op eerder ongeloofwaardig geachte problemen en dat Bureau Documenten concludeert dat de crime diary waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Volgens Bureau Documenten wijkt de crime diary wat betreft de opmaak en afgifte af van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Eiser heeft daarvoor geen verschoonbare reden gegeven. Dat mag de minister eiser aanrekenen. Eiser heeft over de crime diary uitsluitend verklaard dat hij niet weet hoe het is verkregen. En bij de correcties en aanvullingen, in aanvulling daarop, dat de crime diary zonder zijn toestemming, medeweten en aanwezigheid is opgemaakt. Eiser heeft de conclusie van Bureau Documenten in beroep niet onderbouwd weersproken. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is een advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden en mag de minister op het advies van een deskundige afgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Omdat eiser geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de minister zonder nadere motivering op het advies afgaan. Dat betekent dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat de problemen met Black Axe nog steeds niet geloofwaardig zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

21. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?