RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63655
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
mede namens haar minderjarige kind:
[naam] , geboren op [datum],
en
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig vindt. De minister hoefde daarom het asielmotief militaire dienst niet verder te beoordelen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 22 januari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 8 december 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Het asielrelaas
3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij de Eritrese nationaliteit heeft en dat zij Eritrea illegaal heeft verlaten vanwege de militaire dienstplicht.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Militaire dienst en daaruit voortvloeiende illegale uitreis.
De minister vindt het eerste asielmotief niet geloofwaardig. Eiseres heeft onvoldoende documenten overgelegd en heeft daarvoor geen goede verklaring. Gelet op de verklaringen van eiseres over haar schoolcarrière, zou zij volgens de minister over een Tassiera moeten beschikken. De doopakte en consultatiebureau-kaart die eiseres heeft overgelegd zijn geen identificerende documenten en uit onderzoek van Bureau Documenten is bovendien gebleken dat de consultatiebureau-kaart niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Dit levert een contra-indicatie op voor het aannemen van de gestelde identiteit. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst ook geen samenhangend en aannemelijk geheel. Uit informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt allereerst dat daar een andere geboortedatum van eiseres bekend is. Van eiseres had verwacht mogen worden dat zij geprobeerd had om dit te corrigeren, omdat zij een maand in Italië heeft verbleven. Daarnaast is eiseres bij de Italiaanse autoriteiten bekend onder een andere namenreeks dan zij in Nederland heeft opgegeven. Zij heeft geen toereikende verklaring gegeven voor dit verschil. Verder vindt de minister dat eiseres onvoldoende kennis heeft van de militaire dienstplicht en heeft zij onvoldoende gedetailleerd verklaard over haar uitreis.
De minister toetst het tweede asielmotief niet op geloofwaardigheid, omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn geacht. Volgens de minister hebben asielmotieven slechts betekenis in het licht van de identiteit, nationaliteit en herkomst.
Identiteit, nationaliteit en herkomst
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres voert aan dat de minister haar identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Eiseres heeft een doopakte en een consultatiebureau-kaart overgelegd en deze leveren volgens eiseres een bijdrage aan de vaststelling van haar identiteit, nationaliteit en herkomst. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom sprake is van een contra-indicatie met betrekking tot de consultatiebureau-kaart, want de minister merkt deze niet aan als een vervalsing. Eiseres vindt verder dat van haar niet kan worden verlangd dat zij documenten verkrijgt of laat opsturen waarvoor de betrokkenheid van de autoriteiten noodzakelijk is. Verder miskent de minister volgens eiseres de feitelijke situatie in Eritrea met de verwachting dat zij een Tassiera moet hebben en een schoolcertificaat moet kunnen krijgen. Eiseres verwijst daarbij naar de informatie in het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2025. Eiseres voert verder aan dat de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader, haar positie als vrouw en de algemeen bekende corrupte documentensituatie in Eritrea.
Eiseres voert daarnaast aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat zij de Italiaanse autoriteiten had moeten vragen om haar gegevens te corrigeren. Eiseres vindt dat van haar als jonge, alleenstaande vrouw die afhankelijk is van autoriteiten en zorgverleners niet zonder meer kan worden verwacht dat zij zelfstandig administratieve correcties kan regelen binnen een voor haar onbekend systeem. Met het tegenwerpen van de afwijkende namenreeks houdt de minister volgens eiseres onvoldoende rekening met fonetische registratie en culturele naamstructuren. De registratie in Italië vond plaats zonder tolk en eiseres had er geen invloed op. De minister heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom in deze situatie niet kan worden uitgegaan van registratiefouten.
De minister stelt volgens eiseres verder ten onrechte dat zij onvoldoende kennis heeft van de militaire dienstplicht. In Eritrea is kennis over de dienstplicht vaak fragmentarisch, vooral bij jonge vrouwen. Informatie wordt veelal verkregen door geruchten en indirecte ervaringen. De minister gaat met de tegenwerping dat eiseres slechts beperkt kon verklaren over haar illegale uitreis voorbij aan het illegale karakter van de uitreis. Dat eiseres niet exact kon aangeven welke dorpen of landschappen zij passeerde, is consistent met een reis die onder dwang, angst en afhankelijkheid van mensensmokkelaars heeft plaatsgevonden. Ook het ontbreken van voorbereiding, voedsel of extra spullen is kenmerkend voor het plotselinge, door derden georganiseerde uitreizen. Eiseres stelt dat haar vluchtrelaas overeenkomt met getuigenissen van vele andere jonge Eritrese vrouwen.
Tot slot wijst eiseres erop dat de minister in het besluit de tegenwerpingen over meertaligheid en dat zij niet in grote lijnen geloofwaardig zou zijn en de minister zou hebben misleid, heeft laten vallen. De minister verbindt daar volgens eiseres ten onrechte geen gevolgen aan voor de algehele geloofwaardigheidsbeoordeling.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De beroepsgrond dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht, slaagt niet. De rechtbank legt dat hieronder uit.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank allereerst kunnen tegenwerpen dat eiseres niet voldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring heeft. De minister heeft daarbij kunnen overwegen dat de documenten die eiseres heeft overgelegd geen identificerende documenten zijn. Uit het onderzoek van Bureau Documenten blijkt bovendien dat de overgelegde consultatiebureau-kaart niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven, omdat de opmaak en afgifte afwijkt van het beschikbare referentiemateriaal. De minister mocht de overgelegde documenten daarom onvoldoende vinden en de consultatiebureau-kaart beschouwen als een contra-indicatie voor de gestelde identiteit. Het is namelijk in de eerste plaats aan eiseres om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken en eiseres is daarbij zelf verantwoordelijk voor de documenten die zij overlegt. Gelet daarop en gelet op het feit dat eiseres in Italië onder een andere naam en geboortedatum geregistreerd is, mocht de minister naar het oordeel van de rechtbank van eiseres verwachten dat zij inspanningen had verricht om aan andere documenten te komen, zoals een Tassiera of een schoolcertificaat. De minister heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiseres in Eritrea een Tassiera gehad moet hebben, gelet op haar verklaringen over haar scholing en gelet op de informatie in het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023. Bovendien heeft eiseres verklaard dat zij niet weet of zij een schoolcertificaat kan verkrijgen. Niet is gebleken dat eiseres dit heeft geprobeerd. Aangezien eiseres nog contact heeft met haar familie en eerder documenten heeft laten opsturen via haar familie, had van eiseres verwacht mogen worden dat zij dit nogmaals zou proberen. De enkele stelling dat de minister rekening had moeten houden met het referentiekader van eiseres, haar positie als vrouw en de documentensituatie in Eritrea maakt dit niet anders.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich verder op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Allereerst is eiseres bij de Italiaanse autoriteiten bekend onder een andere naam en geboortedatum. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat de afwijking in de namenreeks niet is te verklaren vanuit fonetische registratie en de complexe namenstructuur in Eritrea. Er is namelijk niet slechts sprake van een afwijking in de volgorde van de namen of een andere schrijfwijze, maar van twee volledig andere namen. De minister heeft eiseres gevolgd in haar verklaring dat zij bij aankomst in Italië door fysieke en mentale uitputting en het ontbreken van een tolk geen zeggenschap had over wat er werd genoteerd. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de minister desondanks wel aan eiseres tegenwerpen dat zij nadien niet heeft geprobeerd om de onjuiste gegevens te laten corrigeren, omdat zij een maand in Italië heeft verbleven en de verschillen tussen de daar geregistreerde namen en geboortedatum en de in Nederland opgegeven gegevens groot zijn. Niet is gebleken dat het niet mogelijk was om de gegevens te laten corrigeren of dat eiseres hierbij hulp heeft gevraagd.
De minister heeft verder naar het oordeel van de rechtbank kunnen tegenwerpen dat eiseres onvoldoende kennis heeft van de dienstplicht in Eritrea. Eiseres heeft haar stelling dat kennis over de dienstplicht vooral bij jonge vrouwen vaak fragmentarisch is niet onderbouwd. De minister mocht bovendien van eiseres verwachten dat zij voldoende kennis heeft van de militaire dienstplicht, omdat zij stelt dat dit de reden is voor haar illegale uitreis en haar asielaanvraag. De rechtbank is van oordeel dat de minister ook aan eiseres kon tegenwerpen dat zij uitgebreider had moeten verklaren over haar illegale uitreis. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij ook af en toe overdag heeft gereisd, waardoor de minister mag verwachten dat zij meer kon verklaren over wat zij zag dan bomen en struiken. De minister heeft het verder onlogisch kunnen vinden dat eiseres zich niet heeft voorbereid op de reis en dat eiseres niet meer weet op welk moment van de dag dat zij is vertrokken. Zij wist namelijk al een maand van te voren dat zij zou vertrekken. Eiseres heeft haar stelling dat haar verklaringen overeenkomen met veel getuigenissen van andere Eritrese vrouwen niet onderbouwd of concreet gemaakt, waardoor de minister daaraan geen waarde hoefde te hechten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister gelet op het voorgaande niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden b en c van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat en op welke wijze bij de beoordeling van de geloofwaardigheid in onderlinge samenhang is gekeken naar alle omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarmee voldoende toegelicht waarom het gegeven dat hij de tegenwerpingen over meertaligheid en dat eiseres niet in grote lijnen geloofwaardig zou zijn en de minister zou hebben misleid in het besluit heeft laten vallen, niet tot een andere beoordeling van de geloofwaardigheid heeft geleid.
Het asielmotief militaire dienstplicht en het terugkeerbesluit
Wat vindt eiseres?
7. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat het asielmotief militaire dienstplicht en illegale uitreis geen zelfstandige betekenis kan hebben zonder vastgestelde identiteit, nationaliteit en herkomst. Dat uit vaste rechtspraak volgt dat herkomst en nationaliteit relevant zijn voor de beoordeling van asielmotieven, ontslaat de minister niet van de plicht om de gestelde vrees inhoudelijk te beoordelen in samenhang met de beschikbare verklaringen en objectieve landeninformatie. Eiseres stelt dat zij wel consistent en aannemelijk heeft verklaard over haar herkomst uit Eritrea, dat haar verklaringen niet als evident ongeloofwaardig zijn aangemerkt en dat haar geloofwaardigheid in grote lijnen is bevestigd. Als een asielzoeker niet in grote lijnen ongeloofwaardig is en verklaringen niet als kennelijk onaannemelijk zijn aangemerkt, moet de minister de gestelde vrees toetsen aan objectieve landeninformatie en beoordelen of die vrees bij terugkeer reëel is. De minister geeft daarbij volgens eiseres een te beperkte en onjuiste uitleg aan het beginsel van het voordeel van de twijfel. Dit beginsel blijft verankerd in internationale standaarden, waaronder het UNHCR Handbook en werkt door via het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Eiseres voert verder aan dat de minister het terugkeerbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De minister moet beoordelen of een terugkeerbesluit rechtmatig, zorgvuldig en evenredig is. De minister heeft geen individuele en kenbare belangenafweging gemaakt en niet gemotiveerd of terugkeer van eiseres naar Eritrea feitelijk mogelijk is en of terugkeer of uitzetting in strijd is met het non-refoulementbeginsel. Eiseres wijst erop dat deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, op 27 maart 2026 prejudiciële vragen heeft gesteld over het maken van een refoulementbeoordeling bij het opleggen van een terugkeerbesluit in de situatie dat de gestelde nationaliteit en herkomst van een vreemdeling niet geloofwaardig zijn geacht. Eiseres heeft op de zitting de rechtbank verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden totdat de prejudiciële vragen zijn beantwoord.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
8. De beroepsgrond slaagt niet. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft een asielmotief slechts betekenis tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Daarom was de minister niet gehouden om een verdere beoordeling van het asielrelaas te verrichten. Dat eiseres nog meer asielmotieven naar voren heeft gebracht, namelijk de dienstplicht in Eritrea en de daaruit voortvloeiende illegale uitreis, is niet relevant.
Gelet op wat de rechtbank heeft overwogen onder 6.3, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank ook geen aanleiding hoeven zien om eiseres het voordeel van de twijfel te geven en het asielmotief militaire dienstplicht en illegale uitreis alsnog te toetsen.
9. Uit de hierboven genoemde rechtspraak van de Afdeling volgt verder dat het risico op schending van het non-refoulementbeginsel slechts realistisch kan worden onderzocht tegen de achtergrond van een aannemelijke nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde de minister gelet daarop bij het opleggen van het terugkeerbesluit geen inhoudelijke en volledig geactualiseerde beoordeling te maken van het risico dat eiseres bij terugkeer loopt op schending van het non-refoulementbeginsel. De rechtbank ziet gelet op de Afdelingsjurisprudentie ook geen aanleiding om de beantwoording van de prejudiciële vragen af te wachten.
Conclusie en gevolgen
10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.