RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39556
V-nummer: [nummer],
van Somalische nationaliteit,
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en
(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 juli 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Op 2 februari 2026 heeft de minister aanvullende stukken ingediend.
Op 12 maart 2026 heeft eiseres aanvullende stukken ingediend.
Op 25 maart 2026 heeft de minister een aanvullend verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het onderzoek op 1 april 2026 gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard door Al Shabaab te zijn bedreigd met de dood. Zij heeft verklaard dat haar man een hoge functie bekleedde als ambtenaar, waardoor Al Shabaab achter hem aan zit. De neef van eiseres, lid van Al Shabaab, heeft haar meerdere malen bedreigd sinds zij gehuwd is. In 2022 is de man van eiseres aangevallen en in een ziekenhuis terecht gekomen, waarna eiseres is gaan onderduiken bij een oom van moeders kant. In deze periode van vier dagen onderduiken is haar moeder vermoord door Al Shabaab, terwijl Al Shabaab op zoek was naar eiseres. Dit is voor eiseres de directe reden geweest om haar land van herkomst te ontvluchten.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
De minister heeft de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Dit asielmotief staat daarom niet ter discussie. De bedreiging met de dood door Al Shabaab gelooft de minister niet. De minister stelt dat eiseres haar verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. De minister heeft daarom getoetst aan artikel 31, zesde lid van de Vw 2000 en zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet voldoet niet aan voorwaarde c van het genoemde artikel.
In het kader van voorwaarde c overweegt de minister dat de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig zijn, omdat deze geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres verklaart tegenstrijdig over de bedreigingen door Al Shabaab en de moord op haar moeder. Ook heeft eiseres onlogische verklaringen afgelegd met betrekking tot de werkwijze van haar neef [naam] . Eiseres is daarnaast tegenstrijdig geweest met betrekking tot de directe aanleiding van haar vertrek. Het huwelijk van eiseres met een hoge functionaris acht de minister ook ongeloofwaardig. Tot slot stelt de minister dat er geen sprake is van risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië.
De minister wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af. Eiseres krijgt ook geen verblijfsvergunning regulier en geen uitstel van vertrek om medische redenen. Eiseres krijgt een terugkeerbesluit waarin staat dat eiseres Nederland en een aantal andere Europese landen binnen vier weken moet verlaten.
Geloofwaardigheidsbeoordeling bedreigingen door Al Shabaab en moord op moeder
5. Eiseres heeft de geloofwaardigheidsbeoordeling betwist. In dit verband voert zij allereerst aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de bedreigingen door Al Shabaab. Eiseres stelt dat haar is gezegd dat zij in het aanmeldgehoor kort moest aangeven waarom ze is gevlucht en dat zij hierover kon uitweiden in het nader gehoor. Zij heeft daarom pas in het nader gehoor uitvoerig verklaard over de rol van haar neef, die lid is van Al Shabaab, bij de bedreigingen. Ten tweede is er wat betreft de datum van de moord op haar moeder sprake van een misverstand. Eiseres heeft van haar familie gehoord dat haar moeder is overleden toen zij al ondergedoken zat bij haar oom. Dat zij het overlijden niet heeft kunnen onderbouwen met stukken komt omdat het in Somalië ongebruikelijk is dat overlijdensakten worden afgegeven en eiseres verwijst hierbij naar het rapport Somalia Civil Registration and Vital Statistics (CRVS). Ook wijst eiseres op het AAB 2025 waaruit blijkt dat de registratiesystemen van de burgerlijke stand in Somalië grote tekortkomingen kennen. De datum van het overlijden van haar moeder heeft zij bovendien in de zienswijze gecorrigeerd en de minister mag haar de datum zoals genoemd in het nader gehoor niet aanrekenen. Ten derde voert eiseres aan dat zij heeft aangetoond dat zij is gehuwd met een hoge functionaris binnen de overheid. Op verzoek van de minister heeft zij door haar echtgenoot een kopie van haar huwelijksakte laten opsturen die zij heeft overhandigd aan de minister. Ook heeft zij een kopie van de werkpas van haar echtgenoot overgelegd waaruit zijn gestelde werkzaamheden bij de overheid blijken. De namen op beide documenten komen met elkaar overeen, zoals ook is uitgelegd in de brief van de tolk van 10 maart 2025. Uit die verklaring blijkt dat de letters “X” en “H” door elkaar worden gebruikt. Dit zou verklaren waarom de naam van haar echtgenoot [naam] soms ook als [naam] wordt geschreven. Tot slot voert eiseres aan dat het al voor de moord op haar moeder vast stond dat zij het land zou verlaten. Zij was toen al naar haar oom gevlucht met het doel om het land te verlaten. Er bestaat dus geen onduidelijkheid over de aanleiding van haar vertrek.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de door eiseres gestelde problemen met Al Shabaab, in onderlinge samenhang bezien, niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daartoe overweegt zij als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij wisselend heeft verklaard over de bedreigingen van Al Shabaab en de rol hierin van haar neef. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat eiseres in de zienswijze een nieuwe weergave van de feiten heeft geschetst. In tegenstelling tot hetgeen eiseres in het nader gehoor heeft verklaard, stelt eiseres in de zienswijze dat de bedreigingen van haar neef pas in 2022 begonnen. Op pagina 4 van het nader gehoor staat dat eiseres heeft verklaard: “Mijn neef [naam] belde mij regelmatig en bedreigde mij dat ik dat ik afstand moest doen van mijn man. In 2018 kreeg mijn man een nieuwe functie. Toen werden de dreigementen extreem.” Eiseres heeft deze verklaringen niet gecorrigeerd of aangevuld in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Ook heeft eiseres verklaard dat haar echtgenoot werd lastiggevallen door Al Shabaab en zijzelf door haar neef. De minister heeft daarom de stelling van eiseres – dat de minister heeft aangenomen dat de bedreigingen door haar neef in 2018 waren begonnen, maar dat zij dat zelf niet heeft verklaard – onvoldoende mogen vinden om het gebrek aan samenhang te verklaren.
De minister heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiseres niet is gebleken dat haar moeder is vermoord door Al Shabaab. De minister heeft de verklaringen van eiseres onvoldoende mogen vinden, omdat eiseres alleen van derden heeft vernomen dat haar moeder door Al Shabaab zou zijn vermoord. Zij heeft dit niet zelf waargenomen en was niet op de begrafenis. Daarbij heeft de minister ook mogen betrekken dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de datum van overlijden van moeder. Het betoog van eiseres, dat de minister geen rekening heeft gehouden met haar zienswijze waarin is gesteld dat de tegenstrijdige verklaringen over de datum van de moord berusten om een misverstand, maakt dit niet anders. De datum van overlijden van de moeder van eiseres is een essentieel punt uit het asielmotief, omdat het overlijden van haar moeder aanleiding was van haar vertrek. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat van de vreemdeling een deugdelijke verklaring kan worden verwacht voor het feit dat hij essentiële punten van zijn asielrelaas pas in de correcties en aanvullingen correct naar voren heeft gebracht. Nu de wijziging in het geval van eiseres pas in de zienswijze aan de orde is gesteld, geldt dit des te meer. Een deugdelijke verklaring heeft eiseres niet gegeven, waardoor de minister dit aan eiseres heeft mogen tegenwerpen. De minister stelt zich daarnaast niet ten onrechte op het standpunt dat de door eiseres aangehaalde informatie over de tekortkomingen in de registratiesystemen van de burgerlijke stand en de omstandigheid dat het niet gebruikelijk is om in Somalië overlijdensakten af te geven, niet afdoen aan het standpunt van de minister in het bestreden besluit. De aanvraag is namelijk niet afgewezen in verband met het ontbreken van een overlijdensakte, maar gelet op de tegenstrijdige verklaringen van eiseres over (de datum van) het overlijden van haar moeder.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft gesteld dat de verklaring van eiseres dat haar man een hoge functie binnen de Somalische overheid bekleedde, niet wordt gevolgd. Eiseres heeft een kopie van een huwelijksakte overgelegd. Hiermee heeft eiseres echter nog niet aannemelijk gemaakt dat zij gehuwd is met een hooggeplaatste Somalische overheidsfunctionaris en dat zij dientengevolge bedreigingen van Al Shabaab heeft ontvangen. In de na de zitting door eiseres ingebrachte nadere stukken (verklaring van de tolk en de nadere vertaling van een werkpas van haar echtgenoot) heeft de minister evenmin aanleiding hoeven zien om de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres anders te beoordelen dan hij heeft gedaan in het bestreden besluit. De minister heeft hierbij onder andere mogen betrekken dat de overgelegde kopie van de huwelijksakte en een foto van een werkpas, betrekking hebben op een en dezelfde persoon. Met de tolkenverklaring is echter geen plausibele verklaring gegeven voor het feit dat de overgelegde kopie van een huwelijksakte spreekt over [naam] , terwijl de overgelegde foto van een werkpas spreekt van [naam] . De minister merkt hierbij terecht op dat bedoelde namen weliswaar enige gelijkenis vertonen maar niet gelijkluidend zijn (en niet alleen waar het om het gebruik van de letter X of H gaat). Het door eiseres overgelegde schrijven van de tolk geeft geen bevredigende verklaring voor de geconstateerde verschillen in de naam van de gestelde echtgenoot. Hierbij heeft de minister niet ten onrechte geconstateerd dat zowel de kopie van de huwelijksakte als de foto van de werkpas afschriften/kopieën zijn van (naar gesteld) originele Somalische documenten en dus nadrukkelijk niet van vertalingen. Daarom kan het schrijven van de tolk niet verklaren waarom in de kopie van de huwelijksakte een andere spelling wordt gehanteerd dan in de foto van het werkpasje. De minister heeft hierbij verder ook mogen betrekken dat de foto van een werkpas wel een pasfoto bevat maar geen geboortedatum vermeldt, terwijl de (kopie van een) huwelijksakte wel een geboortedatum vermeldt maar geen pasfoto bevat.
Ook wat betreft de aanleiding van vertrek heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres hierover onvoldoende duidelijk heeft verklaard. In het aanmeldgehoor stelt eiseres dat de dood van haar moeder de directe aanleiding was voor haar vertrek. Uit de verklaringen van eiseres blijkt niet dat zij al voor de moord op haar moeder voornemens was om te vluchten uit Somalië. Uit eiseres haar verklaring dat zij naar aanleiding van de bedreigingen door haar neef naar haar oom is gegaan, blijkt niet duidelijk of zij toen ook al voornemens was om Somalië te verlaten.
Veiligheidssituatie
6. Eiseres voert aan dat zij niet kan terugkeren naar haar woonplaats Buloburde, gelegen in Hiran, Hirshabelle, omdat Al Shabaab daar gebieden controleert. Zij verzet zich tegen het terugkeerbesluit, omdat ze bij terugkeer moet reizen door Al Shabaab gebied. Ter onderbouwing verwijst eiseres onder andere naar het EUAA-rapport van mei 2025, een bericht van Somali Guardian van september 2025 en Kaab TV van 12 november 2025. Volgens eiseres loopt zij bij terugkeer naar Buloburde een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM.
Het betoog slaagt. De rechtbank overweegt dat uit het landenbeleid van de minister volgt dat in gebieden in Somalië waar Al Shabaab aan de macht is dan wel het gebied controleert, voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade. Datzelfde risico wordt ook aangenomen indien een terugkeerder over land moet reizen door een gebied waar Al Shabaab de macht heeft of het gebied controleert.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Het is weliswaar aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij dit risico loopt, maar gelet op het beleid van de minister (zie 6.1.) voldoet zij daar al aan als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij zou moeten reizen door gebied waar Al Shabaab de macht heeft of waar Al Shabaab het gebied controleert. Dat is in deze zaak van belang gelet op het navolgende.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres, om in haar woonplaats Buloburde te komen, moet reizen door gebied waarvan de controle “mixed, unclear, and/or under local control” is. In het bestreden besluit stelt de minister zich, onder verwijzing naar het AAB 2025, niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres vanuit Mogadishu met een binnenlandse vlucht naar Adado of Galkayo kan reizen. De vraag is of eiseres vanuit hier vervolgens Buloburde over land kan bereiken, zonder langs of door Al Shabaab gebied te hoeven reizen. De rechtbank overweegt dat in het AAB 2025 staat dat “de strijd tussen Al Shabaab en het regeringsleger in Hiraan de belangrijkste oorzaak van geweld was en dat geweldsincidenten voor het overgrote deel plaatsvonden langs en in de buurt van de weg die van Mogadishu via Jowhar richting Beledweyne loopt.”Eiseres geeft specifiek aan dat uit het EUAA-rapport van mei 2025 blijkt dat plaatsen als Nuur Fanax, Garasyaani en Beero Yabal in handen zijn van Al Shabaab. Deze plaatsen zouden blijkens het door eiseres bijgevoegde kaartje op de route van Galkayo/Adado naar Buloburde liggen. Met het bericht van Kaab TV wijst eiseres daarnaast op plaatsen naast de route van Galkayo/Adado naar Buloburde die Al Shabaab in november 2025 in zijn macht zou hebben. Uit het AAB 2025, paragraaf 2.3.3, blijkt dat Al Shabaab ook in die gebieden controleposten bemant, zowel in gebieden onder hun controle als in gebieden waar de controle onduidelijk was. Verder blijkt uit paragraaf 2.3.4. dat het niet mogelijk was om een concrete afbakening te geven van de exacte controlegebieden van Al Shabaab en daarom kan ook niet worden aangegeven tussen welke steden over land gereisd kon worden zonder door Al Shabaab gebied te reizen. Gelet op het voorgaande, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd waarom eiseres niet voldoende heeft aangevoerd om aannemelijk te maken dat zij bij een eventuele reis naar haar dorp door Al Shabaab gebied komt en/of een controlepost van Al Shabaab zou moeten passeren en waarom zij niet valt onder het beleid waarnaar is verwezen onder 6.1. Voor zover de minister van eiseres zou verlangen dat zij met onderbouwende stukken komt waaruit blijkt dat Al Shabaab - op dit moment of in het recente verleden - nog steeds de controle heeft, merkt de rechtbank op dat dit naar haar oordeel te ver gaat. Immers, eiseres moet het risico op ernstige schade aannemelijk maken en uit het meeste recente beleid volgt dat daaraan is voldaan als zij door Al Shabaab gebied zou moeten reizen.
De door de minister aangehaalde passages uit het TOELT-advies van 26 januari 2026 doen aan het bovenstaande niet af. De minister heeft met deze passages uit dit advies evenmin voldoende onderbouwd waarom eiseres niet valt onder het beleid waarnaar is verwezen onder 6.1. Uit de bedoelde passages uit het TOELT-advies blijkt niet dat de situatie op of naast de (gehele) route van Galkayo/Adado naar Buloburde is gewijzigd ten opzichte van het AAB 2025 en het EUAA-rapport 2025. Zo refereert de minister, zonder dit verder te motiveren, aan de zinsnede dat “het een feit blijft dat het in mixed/local/unclear gebied ligt, waarvan het aan betrokkene is om aannemelijk te maken dat Al Shabaab daar de macht heeft” maar ook dat “TOELT niet over alle dorpen die gemachtigde benoemt een concrete uitspraak kan doen wie daar de macht heeft”. De opmerking van de minister dat de acties van Al Shabaab zich vooral richten op (elite)groepen van het leger en dit dus niet op elke willekeurige persoon ziet, kan evenmin leiden tot een ander oordeel. Immers, voor het beleid waarnaar is verwezen onder 6.1. zijn bepaalde risicoprofielen niet relevant, althans dat blijkt daar niet uit. Nu het voor de minister, met alle bronnen in het AAB 2025 en de passages van uit het TOELT-advies, niet mogelijk is om duidelijkheid te geven over de vraag of eiseres de reis veilig zou kunnen maken, kan het daadwerkelijk onderbouwen daarvan door eiseres niet worden verlangd.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Dit betekent dat het besluit wegens onvoldoende motivering niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen, opnieuw op de asielaanvraag van eiseres moet beslissen.
8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van de proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.