RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55058
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en
(gemachtigde: mr. J. Amakodo).
Procesverloop
Eiser heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar verweerder heeft die aanvraag niet in behandeling genomen omdat Polen ervoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft op 22 augustus 2025 bezwaar gemaakt tegen de geplande overdracht op 1 september 2025 aan Polen.
Op 28 augustus 2025 heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en de voorzieningenrechter verzocht om te beslissen dat hij niet mag worden overgedragen totdat op zijn bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen. Vervolgens is eiser overgedragen aan de autoriteiten van Polen.
Met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 heeft verweerder eisers bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Tegen dat besluit heeft eiser beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 op zitting behandeld. Aan de zitting heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt dit hierna uit.
2. Het beroep is gericht tegen de overdracht naar Polen. Die overdracht heeft intussen – op 1 september 2025 – plaatsgevonden.
3. Dat eiser is overgedragen betekent op zichzelf niet dat er geen sprake meer is van procesbelang. In artikel 29, derde lid, van de Dublinverordening is namelijk bepaald dat wanneer een overdrachtsbesluit in beroep wordt vernietigd nadat de overdracht heeft plaatsgevonden, de lidstaat die de overdracht heeft verricht de betrokkene onmiddellijk terugneemt. Dit betekent dat de vernietiging van een overdrachtsbesluit (rechts)gevolgen kan hebben. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 19 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2474.
4. In dit geval is eiser na zijn overdracht echter op eigen initiatief naar Nederland teruggekeerd. Bovendien heeft hij intussen alweer een nieuwe, tweede, asielaanvraag gedaan. In die procedure loopt het hoger beroep. In het licht hiervan ziet de rechtbank niet waarin eisers belang bij een oordeel over het bestreden overdrachtsbesluit nog kan zijn gelegen.
5. Partijen hebben, na verzending van het proces-verbaal van mondelinge uitspraak, vier weken de tijd om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als ze het niet eens zijn met deze uitspraak.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026 door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op 4 mei 2026.