ECLI:NL:RBDHA:2026:10916

ECLI:NL:RBDHA:2026:10916

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/09/685291 / FA RK 25-3636
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Tussenbeschikking: wijziging gezag, doorverwijzing ouderschapsbemiddeling

Uitspraak

Gezag

Beschikking op het op 14 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.A. Knobben te Nijverdal.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R. Shahbazi te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek.

Op 9 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.

- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] belast.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 21 december 2023 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 21 december 2024 en heeft de rechtbank voor dezelfde duur een machtiging verleend om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen bij de vader.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 21 juni 2025 en heeft de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader voor dezelfde duur verlengd.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 21 december 2025 en heeft de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader voor dezelfde duur verlengd.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank hem samen met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en te bepalen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft, kosten rechtens.

De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na het uiteengaan van de ouders zijn gewijzigd.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de rechtbank voorwaardelijk een Raadsonderzoek te gelasten zodat onderzocht kan worden of het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is, indien de rechtbank overweegt het verzoek van de vader ten aanzien van het gezamenlijk gezag toe te wijzen.

Beoordeling

Gezag

Ter onderbouwing van zijn verzoek schetst de vader het juridisch kader, waarbij hij benadrukt dat het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. De vader stelt dat in de onderhavige situatie moet worden aangesloten bij dit uitgangspunt en dat er geen belemmering is om de vader mede met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te belasten. Daarbij geeft de vader ook aan dat de moeder het contact tussen hem en [minderjarige 2] tegenhoudt, de vader niet betrekt bij het leven van [minderjarige 2] en dat zij de vader op haar telefoon heeft geblokkeerd.

De moeder geeft aan dat de communicatie tussen de ouders verstoord is, dat de vader haar geblokkeerd heeft op zijn telefoon en dat dit geen basis vormt om gezamenlijk het gezag te kunnen uitoefenen. Zo geeft de moeder aan dat de vader haar niet heeft geïnformeerd over de strafrechtelijke procedure waarbij [minderjarige 1] betrokken is en ook niet over het inschrijven van [minderjarige 1] voor een nieuwe opleiding. De moeder wijst erop dat de vader kennelijk in staat is om dit soort zaken te regelen, ook zonder dat hij het gezag heeft. Verder stelt de moeder dat de vader niet betrokken is in het leven van [minderjarige 2] en zich niet aan afspraken over de omgang en/of met hulpverleners heeft gehouden, en dat dit ook tijdens de ondertoezichtstelling het geval was. Volgens de moeder zou er een onhoudbare situatie ontstaan als de vader ook met het gezag zou worden belast en is er geen zicht op verbetering, waardoor gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is. Indien de rechtbank van het verzoek wel overweegt toe te wijzen, verzoekt de moeder de rechtbank eerst de Raad eerst een onderzoek te laten verrichten naar de wenselijkheid van gezamenlijk gezag.

Wettelijk kader

Uit artikel 1:253c lid 1 en 2 BW volgt dat de tot het gezag bevoegde ouder van een minderjarige, die nimmer het gezag gezamenlijk met de vrouw uit wie het kind geboren is heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Indien de andere ouder hiermee niet instemt, wordt dit verzoek slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of als afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

Op de zitting is met de ouders gesproken over het voorliggende verzoek. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de verstandhouding tussen de ouders verstoord is en dat het de ouders op dit moment niet lukt om samen afspraken te maken over de kinderen. Hoewel de ouders elkaar over en weer verwijten maken over de reden dat dit niet lukt, begrijpt de rechtbank uit hetgeen de ouders hebben verteld ook dat zij hier allebei wel aan willen werken. Zo is gebleken dat de ouders geen mediation-traject hebben doorlopen, terwijl zij aan het einde van de ondertoezichtstelling wel allebei hebben aangeven daarvoor open te staan. Net als de Raad acht de rechtbank het voor de kinderen van belang, en voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag noodzakelijk, dat de ouders samen gaan werken aan hun onderlinge communicatie. Daarom heeft de rechtbank met de ouders gesproken over het inzetten van hulpverlening die daarop is gericht.

Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.

Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De griffier van de rechtbank stuurt binnen één week na ontvangst van deze rapportage een afschrift van de beschikking en van de voor de beoordeling relevante processtukken aan de Raad. Aan de hand hiervan zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de stukken de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om de volgende vraag te beantwoorden:

- Welke gezagssituatie is het meest in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]?

Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Hierbij merkt de rechtbank op dat het aannemelijk is dat [minderjarige 1] al meerderjarig zal zijn indien en, zo ja, op het moment dat de bovengenoemde vraag door de Raad moet worden beantwoord. In dat geval zal de Raad de beantwoording van deze vraag kunnen toespitsen op [minderjarige 2].

Hoofdverblijfplaats

Volgens de vader zou het voor de hand liggen om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem te bepalen indien de rechtbank zijn verzoek om gezamenlijk gezag zou toewijzen. De vader stelt dat het op deze manier bepalen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] recht doet aan de feitelijke situatie, omdat [minderjarige 1] al geruime tijd bij hem woont.

De moeder stelt dat [minderjarige 1] met haar toestemming uit huis is geplaatst bij de vader en dat zij het in principe begrijpelijk zou vinden als de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader wordt vastgesteld, nu [minderjarige 1] daar ook na het aflopen van de machtiging uithuisplaatsing is blijven wonen. In dat kader stelt de moeder wel dat de vader enkel kan worden ontvangen in zijn verzoek indien hij ook wordt belast met het gezamenlijk gezag, omdat er voor een ouder zonder gezag geen wettelijke grondslag bestaat om een dergelijk verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats te doen.

Wettelijk kader

In het tweede lid, onder b, van artikel 1:253a BW is bepaald dat de rechtbank op verzoek van (een van) de ouders met gezamenlijk gezag een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, waaronder ook valt de beslissing bij welke ouder de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben.

Inhoudelijke beoordeling

Omdat de rechtbank de beslissing over het gezag zal aanhouden en de beantwoording van de vraag of de vader ontvankelijk is in zijn verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats met die beslissing samenhangt, ligt het in beginsel voor de hand om ook de beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats aan te houden. Omdat [minderjarige 1] echter kort na de datum van deze beschikking – en dus ruim voor het verstrijken van de pro forma-termijn – meerderjarig wordt, zal de rechtbank in dit geval toch direct beslissen en de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1].

Daarbij merkt de rechtbank uitdrukkelijk op dat de moeder ter zitting heeft ingestemd met het verblijf van [minderjarige 1] bij de vader, althans daar geen bezwaren tegen heeft geuit. De rechtbank verwacht daarom dat het feit dat de moeder op dit moment het eenhoofdig gezag heeft, niet tot praktische problemen of discussies rondom de feitelijke verblijfplaats van [minderjarige 1] zal leiden in de laatste weken van zijn minderjarigheid.

Proceskosten

Nu de rechtbank de beslissingen ten aanzien van het gezag aanhoudt, zal zij de beslissing over de proceskosten ook aanhouden.

BeslissingDe rechtbank:

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de vader]

wonende op de [adres 1] in [woonplaats 1],

en

[de moeder]

wonende op de [adres 2] in [woonplaats 2],

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar (De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg en de Raad voor de Kinderbescherming;

bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;

bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de proceskosten aan tot 15 oktober 2026 pro forma;

*

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J. Klootwijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand