ECLI:NL:RBDHA:2026:10972

ECLI:NL:RBDHA:2026:10972

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/09/682436 / FA RK 25-2240
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Adoptie en geslachtsnaamwijziging

Uitspraak

Adoptie en geslachtsnaamwijziging

Beschikking op het op 3 maart 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

verzoekers,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Elsinga te Leiden.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

de voogd, hierna ook: de gecertificeerde instelling,

gevestigd te Tilburg,

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,

domicilie kiezende ten kantore van FIOM te ’s-Hertogenbosch,

[de biologische vader] ,

de biologische vader,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift;

- het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 mei 2025 met kenmerk 1-64DC9D7;

- de brief van 13 augustus 2025 van verzoekers;

- de brief van 14 augustus 2025 van verzoekers, met bijlage;

- de brief van 4 december 2025 van verzoekers;

- de brief van 12 februari 2026 van FIOM.

Op 9 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers bijgestaan door hun advocaat en [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

Verzoek

Het verzoek strekt tot:

- adoptie door verzoekers van de minderjarige,

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ;

- wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige.

Van de moeder ontbreekt een instemmingsverklaring.

Feiten

- [de minderjarige] verblijft volgens een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) sinds 2 maart 2024 bij verzoekers, zijn aspirant adoptieouders.

Beoordeling

Adoptie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. Daartoe wordt overwogen dat [de minderjarige] in Nederland is geboren, de biologische ouders en de verzoekers in Nederland wonen.

Op grond van artikel 10:105, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het tweede lid, het Nederlandse recht van toepassing. Op grond van 10:105, tweede lid, BW is het Poolse recht van toepassing op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind.

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:227, eerste lid BW geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen of op verzoek van één persoon alleen.

Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd.

Op grond van het derde lid van dit artikel kan het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan.

De voorwaarden voor adoptie, genoemd in artikel 1:228, eerste lid BW, zijn – voor zover hier van belang –:

Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat aan de tegenspraak van een ouder als bedoeld in het eerste lid onder d onder andere kan worden voorbijgegaan indien het kind en de ouders niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd.

Inhoudelijke beoordeling

Verzoeker [verzoeker 1] is geboren op [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 2] en verzoeker [verzoeker 2] is geboren op [geboortedatum 3] 1993 te [geboorteplaats 3] . Verzoekers leven blijkens de BRP sinds 1 mei 2017 samen en zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats] .

Verzoekers hebben ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek met elkaar samengeleefd. Zij hebben de minderjarige op 2 maart 2024 in hun gezin opgenomen en hebben hem dan ook ten minste één jaar samen verzorgd en opgevoed.

Bij beschikking van 21 mei 2024 van rechtbank Zeeland-West-Brabant is in de voogdij over de minderjarige voorzien.

De rechtbank heeft de Raad verzocht om een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen over het adoptieverzoek. De Raad heeft bij brief van 13 mei 2025 te kennen gegeven dat er geen redenen zijn om bezwaar te maken tegen het verzoek tot adoptie van [de minderjarige] door verzoekers. De Raad heeft daarbij onder meer het volgende aangegeven. Verzoekers komen voor in het systeem van de Raad vanwege een onderzoek naar de geschiktheid als aspirant adoptiefouders. Op 30 april 2021 is er diengaande positief gerapporteerd ten aanzien van verzoekers en zijn zij op de lijst geplaatst om in aanmerking te komen voor een Nederlands adoptiefkind. Aangezien [de minderjarige] een in Nederland geboren adoptiefkind is, heeft de Raad na zijn geboorte conform het afstandsprotocol een onderzoek omtrent afstand meerderjarige moeder uitgevoerd. Voor Nederlandse afstandskinderen wordt een voogdijvoorziening aangevraagd na de geboorte. Deze wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling. Eveneens onderdeel van dit protocol is het voordragen van geschikte adoptiefgezinnen waar het afstandskind geplaatst zou kunnen worden. Deze matching gaat altijd in samenwerking met de gecertificeerde instelling. Gedurende de plaatsing van [de minderjarige] zijn verzoekers gematcht. Hierop is [de minderjarige] op 2 maart 2024 bij verzoekers geplaatst. Bij beschikking van [datum] 2024 heeft de rechtbank het ouderlijk gezag beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogdes benoemd. Het gezin is niet bekend bij de Raad in het kader van opvoedingsproblematiek. Nu verzoekers geschikt zijn bevonden voor de opneming van een Nederlands afstandskind, de matching rondom de plaatsing heeft plaatsgevonden in samenwerking met de gecertificeerde instelling en de Raad, en er geen sprake is van raadsbemoeienis op het gebied van opvoedingsproblematiek, ziet de Raad geen redenen om bezwaar te maken tegen het verzoek tot adoptie.

Gelet op de inhoud van de stukken en het besprokene op de zitting acht de rechtbank de adoptie in het belang van [de minderjarige] . De rechtbank acht het in zijn belang dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.

Gelet op de zeer jonge leeftijd van [de minderjarige] kan hij nog niet over de gevolgen van de adoptie voorgelicht worden.

Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.

Geslachtsnaamkeuze

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Als [de minderjarige] door de adoptie in familierechtelijke betrekking tot verzoekers zal komen te staan, verkrijgt [de minderjarige] (ook) de Nederlandse nationaliteit.

De rechtbank ziet aanleiding om met betrekking tot de geslachtsnaam, gelet op artikel 10:20 BW, Nederlands recht toe te passen.

Inhoudelijke beoordeling

Verzoekers hebben verzocht dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] wordt gewijzigd in “ [verzoeker 1] ”. Adoptieouders kunnen ter gelegenheid van de rechterlijke uitspraak tot adoptie op grond van artikel 1:5, derde lid BW een naamskeuze doen.

Nu [de minderjarige] door adoptie in familierechtelijke betrekking tot verzoekers komt te staan en verzoekers een gezamenlijke verklaring ex artikel 1:5, derde lid BW hebben ingediend, krijgt [de minderjarige] op grond van artikel 1:5, derde lid, BW de geslachtsnaam “ [verzoeker 1] ”.

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt uit de adoptie van:

[de minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ,

door [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 2] en [verzoeker 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1993 te [geboorteplaats 3] ,

onder vermelding van de verklaring van verzoekers ten overstaan van de rechtbank dat [de minderjarige] de geslachtsnaam “ [verzoeker 1] ” zal hebben;

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Meisters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand