ECLI:NL:RBDHA:2026:10982

ECLI:NL:RBDHA:2026:10982

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer NL24.43613
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

beoordeling van de politieke overtuiging en de activiteiten voor de oppositiepartij in de DRC is niet conform de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 202 en het arrest S.A. van het Hof van 21 september 2023. Er is ook geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] ,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.43613

V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

geboren op [geboortedag] 1996, burger van de Democratische Republiek Congo (DRC), eiser

(gemachtigde: mr. L.M. Weber),

en

(gemachtigde: mr. A. Roeloffzen Smit).

Procesverloop

Eiser heeft op 28 augustus 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het besluit van 10 oktober 2024 (hierna: het bestreden besluit) deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en M. Kimukedi als tolk in de taal Lingana. De minister is, met bericht, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

1. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is combattant (strijder) van de politieke partij [partij] . Hij heeft tijdens een demonstratie van 30 juli 2022 kritiek geuit op de president, in het bijzijn van de president. Eiser is toen als enige gearresteerd en gevangengezet. Na een jaar detentie is eiser met hulp van [naam 1] ontsnapt en heeft het land verlaten.

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Politieke overtuiging;

3. Problemen door activiteiten politieke partij.

3. De minister heeft de eerste twee elementen geloofwaardig geacht, maar het derde element niet. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.

Politieke overtuiging en gestelde problemen als gevolg ervan

Wat eiser aanvoert

Eiser voert kort samengevat aan dat hij een sterke politieke overtuiging heeft, dat de minister geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt van zijn gestelde problemen vanwege zijn politieke activiteiten en daarbij ook onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en beperkingen. Eiser stelt dat hij vanwege zijn verrichte politieke activiteiten en ondervonden problemen als gevolg daarvan bij gedwongen terugkeer naar de DRC een gegronde vrees heeft voor vervolging en/of een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.

Het standpunt van de minister

De rechtbank stelt uit de motivering van het bestreden besluit vast dat de minister geloofwaardig acht dat eiser een politieke overtuiging heeft. Ook het lidmaatschap van eiser bij de politieke partij [partij] en eisers demonstraties acht de minister geloofwaardig. Volgens de minister heeft eiser echter geen sterke politieke overtuiging, omdat hij in Nederland geen invulling heeft gegeven aan zijn eerdere politieke activiteiten. Uit landeninformatie blijkt dat gewone leden van oppositiepartijen in de DRC over het algemeen geen risico lopen op vervolging. Zelfs hooggeplaatste tegenstanders van de oppositie zouden enkel in sommige omstandigheden risico lopen op vervolging. Gezien het feit dat eiser heeft verklaard dat hij slechts een simpel lid was en dat hij geen functie had binnen de partij, gaat de minister ervan uit dat er voor hem geen reëel risico op vervolging is bij terugkeer. Als eiser in de toekomst ondersteunende activiteiten zal verrichten voor de partij, zal dit niet zal leiden tot een gegronde vrees voor vervolging, gelet op de eerdere overwegingen over de gewone leden.

Dat eiser de president heeft beledigd en daarom is opgepakt en vastgezet zonder proces en nadien ontsnapt is uit de gevangenis, vindt de minister ongeloofwaardig, omdat eiser deze verklaringen niet met documenten heeft onderbouwd. Aan de verklaring van de partij van 25 september 2023 hecht de minister geen waarde, omdat het een kopie is en niet op echtheid kan worden onderzocht. De minister vindt eisers verklaringen over de gestelde problemen verder vaag en summier. Eiser kan namelijk niet inschatten hoeveel mensen er op 30 juli 2022 bij de demonstratie aanwezig waren en met hoeveel mensen hij ongeveer in de detentieruimte zat. Eisers verklaring dat er geen rechtszaak en rechtsbijstand is voor degene die om politieke redenen gearresteerd zijn, komt niet overeen met wat uit de openbare bronnen blijkt. Voorts kan eiser niet overtuigend en aannemelijk verklaren over de ontsnapping. Zo heeft hij verklaard dat hij niet precies weet hoeveel bewakers er normaal gesproken op het tijdstip van de ontsnapping aanwezig zijn in de ruimte, terwijl hij daar een jaar heeft verbleven. Ook is eiser er niet in geslaagd om gedetailleerd uit te leggen hoe de ontsnapping ging en wat hij moest doen. Hij heeft verklaard dat hij zomaar een richting op is gerend en in een willekeurige auto is ingestapt. De minister werpt eiser verder tegen dat hij [naam 1] niet heeft gevraagd hoe hij hem vrij heeft gekregen. Eiser kan bijna niks over [naam 1] vertellen. De link die eiser met de zienswijze heeft gestuurd van de [naam 2] doet daar niets aan af. De minister vindt het verder merkwaardig dat de partij zou weten dat de familie van eiser problemen ervaart maar eiser zelf niet, ondanks dat hij wel in contact staat met de partij en zeker nu hij heeft verklaard van zijn broer te hebben vernomen dat zijn familie niet meer in hun huis woont en met onbekende bestemming is vertrokken.

Het juridisch kader

De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024.

Daarin heeft de Afdeling geoordeeld dat uit het arrest S.A. van het Hof van 21 september 2023 volgt dat bij de beoordeling van de zwaarwegendheid moet worden betrokken welke door de gestelde politieke overtuiging gemotiveerde activiteiten de vreemdeling bij terugkeer zou willen verrichten of hoe hij anderszins zijn opvatting, mening of gedachte zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Bij deze beoordeling

van de gegrondheid van de vrees is de sterkte van die politieke overtuiging en de mate

waarin deze overtuiging wordt geuit of eventueel door hem zal worden geuit een relevant

element, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Hierbij moeten de specifieke persoonlijke situatie van een vreemdeling en de meer algemene context van het land van herkomst worden betrokken. Dit toetsingskader is opgenomen in het Informatiebericht 2024/10 Werkwijze politieke overtuiging. In het Informatiebericht 2024/10 staat dat met inachtneming van de relevante informatie over het land van herkomst moet worden beoordeeld of op grond van de gebleken (en dus geloofwaardig geachte) omstandigheden (zoals de verrichte activiteiten en de politieke overtuiging) aannemelijk is dat de vreemdeling in de negatieve belangstelling van potentiële actoren van vervolging staat of zal komen te staan en hierdoor een gegronde vrees heeft om daadwerkelijk te worden vervolgd bij terugkeer in zijn land van herkomst. Een diepgewortelde politieke overtuiging is niet vereist. Wel moet de sterkte van de politieke overtuiging bij de beoordeling van de zwaarwegendheid worden betrokken.

Voorts heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister in alle individuele asielzaken een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling dient te verrichten, waarbij hij rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van een vreemdeling.

Beoordeling van de beroepsgronden

Eiser voert terecht aan dat de minister in het bestreden besluit geen kenbare beoordeling heeft gemaakt van de sterkte van eisers politieke overtuiging en politieke activiteiten die hij sinds zijn 18de tot zijn vertrek uit de DRC heeft verricht. De minister heeft eiser in het nader gehoor met name bevraagd over het incident tijdens de demonstratie van 30 juli 2022 en de arrestatie en detentie nadien en minder over de achtergrond van de partij en eisers rol daarbinnen en zijn activiteiten. De minister gaat in de besluitvorming ervan uit dat eiser een simpel lid is van de partij. Dat heeft eiser weliswaar tijdens het nader gehoor zo genoemd, maar hij heeft in dezelfde zin ook gezegd dat hij een combattant (strijder) is en dat hij meedeed aan demonstraties waarbij de demonstranten het verkeer blokkeerden en autobanden verbrandden om hun afkeer tegen het regime te tonen. Daartegen werd meestal door soldaten opgetreden met traangas en waterkanon. Hierover heeft de minister niet verder doorgevraagd, maar heeft in de besluitvorming alleen vastgehouden aan de verklaring van eiser dat hij een simpel lid van de partij is. Daarmee heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser en zijn beperkingen bij het uitbundig op eigen initiatief kunnen verklaren over zijn overtuiging en activiteiten.

De rechtbank volgt eiser er verder in dat ministers tegenwerping dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft, alleen omdat hij in Nederland geen politieke activiteiten verricht, eveneens laat zien dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Eiser is laaggeschoold, hij heeft geen social media, hij verkeert in slechte psychische gesteldheid, zoals dat ook uit zijn medisch dossier blijkt en hij heeft geen netwerk of middelen. Ook ervaart hij een taalbarrière. Uit eisers verklaringen tijdens het nader gehoor blijkt dat hij vanaf zijn 18de aan het demonstreren is geweest in de DRC, dat hij van partij is gewisseld omdat hij vond dat de partij waar hij nu lid van is meer voldeed aan zijn idealen en overtuiging en dat als hij terug zou gaan naar de DRC hij zal blijven demonstreren, omdat hij ervan overtuigd is dat daar een verandering moet komen. Naar het oordeel van de rechtbank getuigen deze verklaringen van eiser juist van een sterke politieke overtuiging. Dit heeft de minister ten onrechte niet onderkend. De minister dient alsnog de zwaarwegendheid te toetsen volgens het voornoemde juridische kader en met inachtneming van het referentiekader van eiser, de algemene context van de situatie van de opposanten en hun familieleden in de DRC en de voorgaande overwegingen van de rechtbank over de sterkte van de politieke overtuiging van eiser.

Verder voert eiser naar het oordeel van de rechtbank terecht aan dat de minister geen kenbare integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt van zijn asielrelaas. De minister heeft de verklaringen van eiser over zijn gestelde problemen als gevolg van zijn politieke overtuiging en zijn activiteiten voor zijn partij niet kenbaar in onderlinge samenhang bezien en beoordeeld met zijn verklaringen over zijn politieke overtuiging en in samenhang met de bewijsstukken die hij heeft overgelegd van derden, wat uit zijn medisch dossier naar voren komt, en wat uit de openbare bronnen bekend is over de situatie van opposanten en hun familieleden.

Eiser heeft tijdens het nader gehoor verklaard over hoe hij zijn leven op het spel heeft gezet om zich uit te spreken tegen de president. Hij heeft ter onderbouwing een verklaringen van zijn partij, een verklaring over [naam 1] en een verklaring van zijn broer overgelegd. Uit deze brieven blijkt dat eiser een politiek opposant is, dat hij heeft vastgezeten, dat zijn broer [naam 1] heeft benaderd om eiser te helpen ontsnappen, dat eiser nu in ballingschap leeft en dat zijn familie wordt lastig gevallen door de autoriteiten. Deze verklaringen ondersteunen de verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor. De minister kon deze verklaringen niet buiten beschouwing laten, ook al zijn het kopieën. Dit te meer nu het in geval van eiser om een eerste asielaanvraag gaat. De inhoud van de documenten is verifieerbaar en zo ook de meer gedetailleerde verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor over de partij en zijn activiteiten. Zoals eiser terecht heeft betoogd, rust op de minister een samenwerkingsplicht bij de beoordeling van het asielrelaas en zeker als een vreemdeling inspanningen heeft verricht om zijn relaas nader te onderbouwen, zoals eiser heeft gedaan.

Uit het medisch dossier van eiser blijkt verder dat eiser PTSS heeft als gevolg van de detentie en daarvoor in traumabehandeling is bij [bedrijf] . De rechtbank volgt eiser erin dat de tegenwerping dat eiser vaag en summier zou hebben verklaard over de gestelde problemen geen blijk geeft dat de minister rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en zijn medische beperkingen. Dat kan een plausibele verklaringen zijn waarom eiser geen inschatting kan geven van het aantal mensen tijdens de demonstratie, met hoeveel mensen hij in de detentieruimte zat en hoeveel bewakers er op tijdstip van de ontsnapping in de ruimte zaten. Uit het rapport van MediFirst van 4 september 2023 blijkt overigens dat eiser moeite heeft met plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. Deze tegenwerpingen van de minister zien naar het oordeel van de rechtbank op details van het relaas van eiser. Dat geldt ook voor de tegenwerping dat eiser zijn verklaring over wanneer hij [naam 1] heeft gezien met correcties en aanvullingen heeft gewijzigd, hetgeen de minister ten onrechte niet heeft betrokken. Dat de minister de wijze van de ontsnapping van eiser niet logisch vindt, omdat het een risicovolle actie van eiser was, maakt de gestelde gebeurtenis niet zonder meer ongeloofwaardig. Eiser heeft overigens in de zienwijze een verklaring gegeven waarom hij weinig kan verklaren over [naam 1] en de wijze waarop hij eiser heeft geholpen met ontsnapping. Hij heeft daartoe ook onderbouwing van de Foundation [naam 1] Iyele overgelegd die de minister zonder een deugdelijke motivering buiten beschouwing heeft gelaten. Dit geldt ook voor de tegenwerping dat het merkwaardig is dat de partij weet over de problemen van eisers familie en eiser zelf niet. Die tegenwerpingen kunnen dus niet zonder meer standhouden. Kortom: eisers verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank weliswaar (passend bij zijn referentiekader) beknopt, maar wel consistent en samenhangend. Eiser heeft de gestelde vragen beantwoord en hij heeft zijn verklaringen ondersteund met verklaringen van derden. Zoals eerder overwogen heeft de minister op bepaalde onderdelen ook niet doorgevraagd. Dat eiser summier en vaag heeft verklaard over zijn gestelde problemen mist dus een deugdelijke motivering.

Conclusie

7. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet gelet op de voorgaande overwegingen geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Omdat de minister een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling dient te maken van het asielrelaas van eiser ziet de rechtbank geen ruimte om zelf een beslissing over de aanvraag te nemen.

8. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit neemt op de aanvraag van eiser en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor 8 weken. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de mogelijkheid dat de minister eiser aanvullend zal horen en/of nader onderzoek dient te doen.

9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Hirzalla

Griffier

  • mr. S. Pirs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand