ECLI:NL:RBDHA:2026:11021

ECLI:NL:RBDHA:2026:11021

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/09/685613 / FA RK 25-3817
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Uitspraak

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.D. Radenovska te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het F9 formulier van 7 juli 2025 van de man;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- het F9 formulier van 16 september 2025 van de vrouw;

- de brief van 22 september 2025 van de man;

- het F9 formulier van 28 oktober 2025 met bijlage van de man;

- het bericht van 4 november 2025 met bijlage van de vrouw;

- het bericht van 4 november 2025 van de vrouw;

- de brief van 7 januari 2026 met bijlagen van de man.

De minderjarige [minderjarige 1] heeft met de rechter gesproken over het verzoek.

Op 2 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Door de advocaat van de vrouw is een nader stuk (salarisstrook vrouw) overgelegd

Feiten

- De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 2015 te [plaats] .

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] .

- De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Poolse nationaliteit.

- Deze rechtbank heeft op 22 april 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:

Verzoek en verweer

Verdeling van de huwelijksgemeenschap

Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;

- toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning te [plaats] , [adres] ;

- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor beide kinderen van € 536,- per maand, met ingang van de datum waarop de man feitelijk uit de echtelijke woning is vertrokken;

- bepaling dat de man de schuldbekentenis dient af te lossen in nog nader te bepalen termijnen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man na wijziging, zelfstandig verzocht om nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat:

 elke week op zaterdag of zondag (naar aanleiding van het werkrooster van de man), op zaterdag vanaf 12.00 uur tot en met 19.00 uur en op zondag van 12.00 uur tot en met 19.00 uur of op een ander tijdstip na overleg tussen partijen, de man omgang met de kinderen zal hebben, waarbij de man de kinderen bij de vrouw thuis ophaalt en terugbrengt;

 de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte door partijen verdeeld zullen worden;

- vaststelling van een regeling inzake de informatie over de kinderen, in die zin dat de vrouw de man uiterlijk op de eerste dag van elke maand schriftelijk over de belangrijke gebeurtenissen, de gezondheid en de ontwikkeling van de kinderen zal informeren;

- te bepalen dat de inboedel van de echtelijke woning wordt verdeeld en dat aan de man de goederen, zoals omschreven in de inboedellijst van productie 5, worden toegedeeld of de waarde van deze ad € 2.795,- door de vrouw aan de man wordt betaald;

- te bepalen dat partijen draagplichtig zijn voor de gemeenschappelijke schulden op de peildatum, ieder voor de helft;

- te bepalen en vast te stellen dat de vrouw op de peildatum een bedrag van € 6.122,99 op haar Revolut-bankrekening [rekeningnummer 1] van de gezamenlijke bankrekening van partijen overgeschreven heeft en derhalve gespaard. Derhalve dient zij aan de man een bedrag van € 3.061,50 althans de helft van het gespaarde bedrag terug te betalen;

- te bepalen dat de privérekeningen worden toegedeeld aan de partij op wiens naam de rekening staat, na verdeling van de saldi op de peildatum;

- te bepalen dat na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en na verrekening en verdeling van het saldo op de gezamenlijke bankrekening partijen deze bankrekening bij ING bank zullen opzeggen;

- te bepalen dat de vrouw met betrekking tot de auto Seat Arona, met [kenteken 1] een bedrag van € 700,- althans een ander bedrag volgens de bankafschriften, aan de man moet voldoen;

- te bepalen dat de auto Citroën met [kenteken 2] aan de man wordt toegedeeld en daarbij te bepalen dat de man hiervoor uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 700,- aan de vrouw moet voldoen;

- te bepalen dat de uitvaartverzekeringen van partijen bij Dela/Yarden en LifeTri worden gesplitst en dat de man de uitvaartverzekeringspolis bij LifeTri overneemt en de vrouw deze bij Dela/Yarden overneemt onder verrekening van het bedrag van € 346,40 of een hoger bedrag dat tegen de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is ontstaan indien de man de polissen verder blijft betalen, dat de vrouw aan de man dient te betalen;

- te bepalen dat na de echtscheiding de vrouw haar eigen geslachtsnaam, te weten “ [geslachtsnaam] ” gaat gebruiken;

althans een dusdanige beslissing te nemen als de rechtbank in goed justitie juist acht,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe

De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Ontvankelijkheid

Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan.

De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om op alle punten ten aanzien van de kinderen tot overeenstemming te komen. Daarom beoordeelt de rechtbank het gedane verzoek tot echtscheiding.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Hoofdverblijf

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats de kinderen.

Inhoudelijke beoordeling

De ouders zijn het erover eens dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal zijn. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

Inhoudelijke beoordeling

De ouders hebben met behulp van de raadsvertegenwoordiger en hun advocaten op de zitting overeenstemming bereikt over een (opbouwende) zorgregeling voor de kinderen.

Deze overeenstemming houdt in dat:

o een reguliere weekendregeling zal gelden waarbij de vrouw de kinderen om de week op zaterdag om 14.00 uur naar de man zal brengen en de man de kinderen op zondag om 19.00 uur weer zal terugbrengen naar de vrouw;

o de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte tussen de ouders verdeeld zullen worden.

De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet. Het meer of anders verzochte ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken beschouwt de rechtbank gelet op de bereikte overeenstemming tussen de ouders, als ingetrokken.

Informatieregeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een informatieregeling.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw stemt in met de door de man verzochte informatieregeling. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de kinderen in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

De hoogte van de kinderalimentatie moet worden afgestemd op de behoefte van de kinderen en op de draagkracht van de ouders. Bij het vaststellen van deze behoefte en draagkracht gebruikt de rechtbank de aanbevelingen van de landelijke expertgroep van rechters die zijn vastgelegd in het Rapport alimentatienormen.

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van de kinderen is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van de ouders tijdens hun huwelijk worden bepaald. Gebleken is dat de ouders in april 2025 feitelijk uit elkaar zijn gegaan.

Voor de berekening van het NBI van de vrouw tijdens het huwelijk gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 25.559,- bruto per jaar zoals dat volgt uit de jaaropgave 2024 van de vrouw.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen berekent de rechtbank haar NBI op het moment van het huwelijk op € 2.130,- per maand.

Voor de berekening van het NBI van de man tijdens het huwelijk gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 43.615,- bruto per jaar zoals dat volgt uit de jaaropgave 2024 van de man.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 2.965,- per maand.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg tijdens het huwelijk dus € 5.095,- per maand (€ 2.130,- + € 2.965,-). Op basis van dit NBGI hadden partijen recht op een kindgebonden budget van € 231,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025 leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.225,- per maand voor beide kinderen samen. Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 1.282,- per maand ofwel € 641,- per maand per kind.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen de ouders moet worden verdeeld.

Draagkracht vrouw

Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 1.964,79 bruto per maand exclusief vakantiegeld. De rechtbank baseert zich daarbij op de door de vrouw op de zitting overgelegde salarisspecificatie over februari 2026.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

De rechtbank houdt verder rekening met de pensioenpremie van € 47,67 per maand.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank haar NBI in 2026 op € 2.789,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [2.789 – (837 + 1.365)] = € 411,- per maand.

Draagkracht man

Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 2.731,68 bruto per maand exclusief vakantiegeld en een vaste toeslag 24/7 van € 101,73 per maand. De rechtbank baseert zich daarbij op de door de man overgelegde salarisspecificaties over 2025.

De rechtbank houdt verder rekening met:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2026 op € 2.523,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de man ook hoger is dan € 2.200,- zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [2.523 – (757 + 1.365)] = € 281,- per maand.

Gezamenlijke draagkracht – tekort aan draagkracht

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 692,- per maand (€ 411,- + € 281,-). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 590,- per maand.

Zorgkorting

Gelet op de overeengekomen zorgregeling geldt een percentage van 15. De zorgkorting bedraagt dan € 192,- per maand ((15% van € 1.282,-).

Omdat sprake is van een tekort en dit tekort ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting, vervalt de zorgkorting van de man. De ouders zullen daarom maximaal, naar hun draagkracht, moeten bijdragen in de behoefte van de kinderen.

Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen is dus gelijk aan zijn draagkracht ten bedrage van € 281,- per maand.

Ingangsdatum

De vrouw heeft onweersproken gesteld dat de man sinds april 2025 een bijdrage van € 283,- per maand voor beide kinderen samen aan haar betaalt. Gelet hierop zal de rechtbank in redelijkheid bepalen dat de ingangsdatum van de kinderalimentatie de datum van deze beschikking zal zijn.

Conclusie

De man heeft aangegeven dat hij bereid is een kinderalimentatie aan de vrouw te (blijven) voldoen van € 283,- per maand voor beide kinderen samen. Gelet op de uitkomst van de berekening en het aanbod van de man zal de rechtbank de door de man met ingang van de datum van deze beschikking voor de kinderen te betalen bijdrage bepalen op € 283,- per maand ofwel € 141,50 per maand per kind.

Huurrecht echtelijke woning

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw en wordt dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft verzocht om het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. Nu de man zich niet heeft verzet tegen dit verzoek, zal de rechtbank dit verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Verdeling

Rechtsmacht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Toepasselijk recht

Nu het huwelijk is gesloten na 1 januari 1992 en vóór 29 januari 2019 – namelijk op [datum] 2015 – is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130 (HVV 1978) van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.

Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen.

Krachtens artikel 4, eerste lid, van het HVV 1978, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, nu de echtgenoten kennelijk hun eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting hebben gevestigd in Nederland en zich geen van de in artikel 4, tweede lid, van dat verdrag genoemde uitzonderingen voordoet.

Inhoudelijke beoordeling

Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.

Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.

Peildatum

Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 21 mei 2025, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.

Omvang

Door de man zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:

o ING [rekeningnummer 2] op naam van de vrouw en de man gezamenlijk;

o ING [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw;

o Revolut-bankrekening [rekeningnummer 1] op naam van de vrouw;

o ING [rekeningnummer 4] op naam van de man;

3. auto Seat Arona;

4. auto Citroën;

5. uitvaartverzekeringspolissen:

o [polisnummer 1] bij Dela/Yarden

o [polisnummer 2] bij Dela/Yarden

o [polisnummer 3] bij Lifetri

6. schulden:

o schuld bij ING Bank van € 4.354,40, waarop € 146,31 per maand wordt afgelost;

o schuld bij ING Bank van € 3.138,90, waarop € 76,60 per maand wordt afgelost;

o KOT-schuld van € 2.568,00, waarop € 108,- per maand wordt afgelost.

De rechtbank zal hierna de verzoeken die betrekking hebben op de huwelijksgemeenschap beoordelen.

Ad 1) inboedel

Op de zitting is gebleken dat de inboedel inmiddels, op de wasdroger na, tussen de vrouw en de man is verdeeld. De vrouw en de man willen allebei de wasdroger toegedeeld krijgen. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de vrouw om de wasdroger toegedeeld te krijgen zwaarder weegt dan dat van de man, omdat de vrouw onweersproken heeft gesteld dat zij de wasdroger nodig heeft voor de kinderen. Niet in geschil is dat de wasdroger zeven jaar oud is, zodat de rechtbank geen waarde aan de wasdroger zal toekennen. De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de wasdroger aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening met de man.

Ad 2) bankrekeningen

De vrouw en de man zijn het er over eens dat de op naam van de man staande bankrekening bij ING Bank zal worden toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van het saldo per de peildatum met de vrouw en de op naam van de vrouw staande bankrekening bij ING Bank en de op naam van de vrouw staande bankrekening bij Revolut Bank zullen worden toegedeeld aan de vrouw, onder verrekening van de helft van de saldi met de man. De rechtbank zal aldus beslissen.

Ten aanzien van de gezamenlijke bankrekening van de vrouw en de man bij de ING Bank is gebleken dat via deze bankrekening twee gezamenlijke kredieten worden afbetaald en dat de bank heeft aangegeven dat zolang deze kredieten niet zijn afgelost de bankrekening niet kan worden opgeheven. De vrouw en de man zijn het er over eens dat de gezamenlijke bankrekening zodra dat mogelijk is zal worden opgeheven, waarbij het saldo bij helfte tussen de man en de vrouw zal worden verdeeld. De rechtbank zal aldus beslissen.

De man heeft daarnaast verzocht te bepalen dat de vrouw de helft van het door haar vanaf de gezamenlijke bankrekening naar haar Revolt bankrekening overgeschreven bedrag van € 6.122,99 aan hem dient te vergoeden. De vrouw heeft dit betwist.

De rechtbank overweegt allereerst dat slechts sprake kan zijn van een verrekenvordering voor zover opnames hebben plaatsgehad ná de peildatum. Gebleken is dat hiervan geen sprake is, zodat reeds hierom het verzoek van de man op dit punt zal worden afgewezen. Bovendien heeft de vrouw gesteld dat de opname bestemd was voor de gezamenlijke vakantie in Polen, wat de man niet heeft betwist. Gelet hierop zal het verzoek van de man op dit punt worden afgewezen.

Ad 3) auto Seat Arona

De man heeft verzocht te bepalen dat de vrouw aan hem een bedrag van € 700,- dient te vergoeden wegens door haar vanaf de gezamenlijke bankrekening betaalde bedragen aan haar moeder met betrekking tot de auto Seat Arona die op naam van de moeder van de vrouw staat.

De vrouw heeft dit betwist. Volgens de vrouw moeten deze betalingen als gebruiksvergoeding voor de auto aangemerkt worden.

De rechtbank overweegt dat sprake is van opnames tijdens het bestaan van de huwelijksgemeenschap, zodat reeds hierom het verzoek van de man op dit punt zal worden afgewezen. Voor zover de man heeft gesteld dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld in de zin van artikel 1:164 BW, is de rechtbank van oordeel dat de man dit standpunt, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende heeft onderbouwd.

Ad 4) auto Citroën

De vrouw en de man zijn het erover eens dat de auto Citroën aan de man moet worden toegedeeld. De vrouw en de man zijn het niet eens over de waarde van de auto. De vrouw heeft gesteld dat de auto een paar jaar geleden nog € 600,- waard was. De rechtbank gaat, gelet op de gemotiveerde betwisting door de man, voorbij aan deze stelling van de vrouw. De algemene ervaring is dat auto’s snel in waarde dalen en omdat de vrouw haar stelling niet nader heeft onderbouwd, zal de rechtbank geen waarde meer aan de auto toekennen. De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de auto Citroën aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening met de vrouw.

Ad 5 en 6) uitvaartpolissen en schulden

De vrouw en de man zijn het er op de zitting over eens geworden om de uitvaartpolissen op te zeggen en de eventuele waarde die wordt uitgekeerd, bij helfte te verdelen. De rechtbank zal aldus beslissen.

De rechtbank overweegt verder dat de vrouw niet althans onvoldoende heeft betwist dat de man een bedrag van € 189,07 te veel aan premies voor de uitvaartpolissen heeft betaald en dat de vrouw dat bedrag nog aan hem schuldig is. Op haar beurt heeft de vrouw gesteld dat zij een bedrag van € 108,- per maand aflost op de KOT-schuld, wat de man niet heeft betwist. De man geeft in zijn brief van 7 januari 2026 aan dat deze door de vrouw betaalde bedragen verrekend moeten worden met door hem betaalde gemeenschappelijk belastingen, wat de vrouw niet heeft betwist. De rechtbank acht het bij deze stand van zaken redelijk om de vorderingen die de vrouw en de man over en weer op elkaar hebben – nu het gaat om twee bedragen die ongeveer gelijk zijn  tegen elkaar weg te strepen. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw en de man op dit punt daarom afwijzen.

Ten aanzien van de kredieten bij de ING bank overweegt de rechtbank dat de vrouw en de man zijn het erover eens dat deze schulden tot de gemeenschap behoren en dat zij in hun onderlinge verhouding ieder de helft van deze schulden voor hun rekening dienen te nemen. De rechtbank zal aldus bepalen.

Verzoek met betrekking tot de schuldbekentenis van de man aan de vrouw

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man de schuldbekentenis dient af te lossen in nog nader te bepalen termijnen. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de vrouw verwezen naar de door haar overgelegde productie 11. De man heeft betwist dat er nog sprake is van een schuld van hem aan de vrouw en dat voor zover er wel een schuld zou zijn, dat deze in de huwelijksgemeenschap valt.

De rechtbank overweegt dat de hoofdregel is dat zowel de vordering van de vrouw op de man, als de schuld van de man aan de vrouw in de huwelijksgemeenschap valt. Dit betekent dat de vrouw enerzijds recht heeft op de helft van de vordering, maar dat zij anderzijds draagplichtig is voor de helft van de hierop betrekking hebbende schuld van de man. Dit betekent dat er per saldo, voor zover er nog een schuld van de man aan de vrouw zou bestaan, niets door de vrouw te vorderen valt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen.

Geslachtsnaam vrouw

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van de verzochte nevenvoorziening ten aanzien van de geslachtsnaam van de vrouw.

Inhoudelijke beoordeling

De man heeft verzocht te bepalen dat de vrouw na de echtscheiding haar eigen geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” weer gaat gebruiken. De vrouw heeft verweer gevoerd.

De rechtbank overweegt dat dit niet een onderwerp is waar de rechter in het kader van een echtscheidingsprocedure een beslissing over kan nemen. De rechtbank zal de man daarom niet ontvankelijk in zijn verzoek verklaren.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2015 te [plaats] ;

*

bepaalt dat de minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ;

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;

*

bepaalt dat een zorgregeling zal gelden die inhoudt dat:

o een reguliere weekendregeling zal gelden waarbij de vrouw de kinderen om de week op zaterdag om 14.00 uur naar de man zal brengen en de man de kinderen op zondag om 19.00 uur weer zal terugbrengen naar de vrouw;

o de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte tussen de ouders verdeeld zullen worden.

*

bepaalt dat de vrouw de man uiterlijk op de eerste dag van elke maand schriftelijk over de belangrijke gebeurtenissen, de gezondheid en de ontwikkeling van de kinderen zal informeren;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van deze beschikking een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 141,50 per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woning te [plaats] , [adres] ;

*

bepaalt dat de wasdroger aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening met de man;

*

bepaalt dat de op naam van de man staande bankrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 4] zal worden toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van het saldo per de peildatum 21 mei 2025 met de vrouw;

*

bepaalt dat de op naam van de vrouw staande bankrekeningen:

zullen worden toegedeeld aan de vrouw onder verrekening van de helft van de saldi per de peildatum 21 mei 2025 met de man;

*

bepaalt dat de gezamenlijke bankrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 2] , zodra dat mogelijk is, zal worden opgeheven, waarbij het saldo bij helfte tussen de man en de vrouw zal worden verdeeld;

*

bepaalt dat de auto Citroën aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening met de vrouw;

*

bepaalt de uitvaartverzekeringen:

zullen worden opgezegd en dat de eventuele waarde die wordt uitgekeerd bij helfte tussen de man en de vrouw zal worden verdeeld;

*

bepaalt dat in de onderlinge verhouding tussen de man en de vrouw elk van hen de helft van de schulden bij de ING Bank, te weten:

voor zijn/haar rekening dient te nemen;

*

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot het voeren van de eigen geslachtnaam van de vrouw;

*

verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C. Olland

Griffier

  • mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand