RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38618
geboren op [geboortedatum],
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 18 augustus 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond en daarbij ook een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft de behandeling ter zitting geschorst omdat de minister nader onderzoek moest doen naar de actuele veiligheidssituatie in het gebied waar eiseres volgens de minister naar terug zou moeten keren. De minister heeft van dit onderzoek op 27 januari 2026 verslag gedaan, eiseres heeft hier op 20 februari 2026 op gereageerd. De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij een nadere zitting wensen. Partijen hebben niet op dit verzoek gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en heeft een theehuisje in het centrum van Marka vlakbij een overheidsgebouw. Eiseres heeft verklaard dat ze op een dag werd benaderd door Al-Shabaab. Zij wilden dat eiseres zou stoppen met het schenken van thee aan overheidsfunctionarissen en wilden dat eiseres opdrachten voor hen zou gaan uitvoeren. Eiseres heeft dit toen geweigerd. Eiseres is vervolgens bedreigd door Al-Shabaab. Al Shabaab is ook langs geweest bij haar huis. Eiseres was op dat moment niet thuis, maar haar kinderen en haar buurvrouw wel. Eiseres is niet meer naar huis gegaan, maar is gevlucht naar Mogadishu. In Mogadishu is eiseres wederom telefonisch bedreigd door Al-Shabaab. De vriendin van eiseres die haar heeft geholpen te vluchten is mishandeld door Al-Shabaab omdat ze op zoek naar eiseres waren. Eiseres is vervolgens gevlucht naar Turkije en vreest bij terugkeer te worden vermoord door Al-Shabaab.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De minister acht de problemen van eiseres met Al-Shabaab niet geloofwaardig. Eiseres heeft verder niet zo spoedig mogelijk haar asielaanvraag ingediend en heeft hiervoor geen goede verklaring. Volgens de minister kan eiseres niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw. De minister concludeert daarom dat eiseres geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook loopt eiseres volgens de minister geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Eiseres haar asielaanvraag wordt daarom afgewezen.
Zienswijze herhaald en ingelast
5. De enkele verwijzing naar de zienswijze en het verzoek om die als herhaald en ingelast te beschouwen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De rechtbank stelt vast dat de minister hierop in het bestreden besluit een uitgebreide motivering heeft gegeven. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.
Heeft de minister een goede geloofwaardigheidsbeoordeling verricht?
6. Met de uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat de minister in strijd handelt met het Unierecht wanneer er bij de toets in het kader van WI 2024/6 geen integrale beoordeling plaatsvindt. Wanneer na afloop van de beoordeling van de vijf cumulatieve voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, van de Vw ‘onder de streep’ nog eens naar het geheel wordt gekeken en wordt beoordeeld of alle feiten en omstandigheden bij elkaar genomen toch niet maken dat het voordeel van de twijfel moet worden gegund en het asielrelaas geloofwaardig zou moeten worden geacht, dan wordt aangesloten bij het Unierecht.
In WI 2024/6 is toegelicht dat als aan één of meer van de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw niet wordt voldaan de minister dit tegenwerpt en motiveert waarom hier niet aan wordt voldaan. In dit geval is aan eiser voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw tegengeworpen. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de minister zich op het standpunt stelt dat voorwaarden die niet zijn genoemd ook niet zijn tegengeworpen. Volgens de minister is een adequate geloofwaardigheidsbeoordeling verricht.
Ondanks dat de minister geen afzonderlijke overweging heeft opgenomen over de ‘integrale beoordeling’ is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de minister niet aan alle, cumulatieve voorwaarden heeft getoetst. De rechtbank is van oordeel dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden bij de geloofwaardigheidsbeoordeling heeft betrokken. Net als bij de beoordeling van de geloofwaardigheid onder WI 2014/10 is de minister uitgebreid ingegaan op de verklaringen van eiser, waarbij is uitgelegd waarom de minister het asielmotief van eiser over de problemen met zijn zwager niet geloofwaardig acht. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op dit standpunt heeft gesteld. De rechtbank legt dit hierna uit.
Heeft de minister asielmotief 2 ten onrechte niet geloofwaardig geacht?
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister asielmotief 2 niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij wisselend verklaart. Zo geeft eiseres in het vrije relaas andere verklaringen voor de gebeurtenissen dan bij de vragen van de hoorambtenaar en ook in beroep geeft eiseres andere verklaringen dan die blijken uit de gehoren. De rechtbank volgt eiseres niet in de stelling dat het logisch is dat er bij het doorvragen meer informatie boven tafel komt. Eiseres heeft zelf in het vrije relaas verklaard over de ontvangen telefoontjes en de gesprekken die ze heeft gevoerd. De minister heeft het bevreemdend mogen vinden dat bij het doorvragen de verklaringen van eiseres over de telefoontjes en inhoud van de gesprekken veranderen. Het is naar het oordeel van de rechtbank daarom ook niet te volgen dat eiseres in het vrije relaas niet heeft aangegeven dat de beller lid is van Al Shabaab. De minister heeft dit niet ten onrechte tegengeworpen te meer nu de bedreiging door Al Shabaab de reden is geweest voor eiseres om te vluchten.
De minister heeft eiseres ook niet ten onrechte tegengeworpen dat zij tegenstrijdig verklaart over de theehuizen in Marka. Zo heeft de minister erop kunnen wijzen dat eiseres enerzijds verklaart dat er op de tweede locatie geen theehuisjes waren in de omgeving en even later verklaart dat er niet veel andere theehuisjes waren. Daarbij heeft de minister ook van belang mogen achten dat eiseres verklaart dat de afstand tussen de twee theehuizen twee minuten lopen is. In beroep stelt eiseres dat de theehuizen zich tussen de 250 en 500 meter van elkaar bevinden maar dat ze de precieze loopafstand niet kan aangeven. De minister heeft niet ten onrechte tegengeworpen dat dit tegenstrijdige verklaringen zijn. Deze tegenstrijdigheden zijn door eiseres niet gecorrigeerd. De stelling van eiseres dat het om een relatief begrip van de situatie gaat, volgt de rechtbank dan ook niet.
De minister heeft verder niet ten onrechte tegengeworpen dat de verklaringen over het verplaatsen van het theehuis dichter naar een overheidsgebouw vaag zijn. Zo heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres zelf heeft verklaard dat het algemeen bekend is dat Al-Shabaab explosieven afgeeft om te bewaren en dat haar theehuis vanwege de locatie meer opviel voor Al-Shabaab. De minister heeft eiseres ook niet ten onrechte tegengeworpen dat het onlogisch is dat er op de locatie van haar eerste theehuis geen agenten kwamen en op de locatie van het tweede theehuis wel agenten kwamen. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres heeft verklaard dat er geen andere theehuizen in de buurt waren en dat haar theehuizen relatief dichtbij elkaar lagen.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank verder niet ten onrechte tegengeworpen dat eiseres wisselend verklaart over het tweede telefoontje. De minister heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiseres eerst heeft verklaard in het telefoongesprek te hebben gezegd niet te willen stoppen met het theehuis omdat ze dan geen inkomen zou hebben en later heeft verklaard dat ze heeft gezegd dat ze liever wilde stoppen met werken dan iets illegaals te doen. Daarbij heeft de minister er ook op kunnen wijzen dat eiseres enerzijds verklaart dat zij van de beller nog één waarschuwing kreeg om te stoppen met werken of anders illegale opdrachten in naam van de beller moest uitvoeren, anderzijds verklaart eiseres dat de beller heeft aangegeven dat als zij niet hem zou samenwerken hij haar zou afmaken. De minister heeft deze verklaringen dus niet ten onrechte als wisselend bestempeld. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de minister voorbijgaat aan de opbouw van het telefoongesprek omdat haar geen andere keuze is gelaten dan het verrichten van illegale opdrachten voor Al Shabaab. Uit de verklaringen blijkt namelijk dat eiseres heeft kunnen reageren op de beller en aan heeft kunnen geven dat zij liever wil stoppen met werken dan illegale opdrachten uit te voeren.
De rechtbank is van oordeel dat de minister eiseres niet ten onrechte tegenwerpt dat het onlogisch is dat eiseres drie dagen na het tweede telefoongesprek boodschappen ging doen in de buurt van het theehuis. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat eiseres heeft verklaard dat zij op haar hoede was en even snel boodschappen ging doen. Dat zij vervolgens in het openbaar een gesprek heeft gevoerd met een bevriende agent nabij haar theehuis en naar het huis van haar vriendin is gegaan heeft de minister daarom niet logisch kunnen vinden.
De rechtbank overweegt verder dat de minister de verklaringen van eiseres over de inval in haar huis niet ten onrechte niet plausibel vindt. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat eiseres was gestopt met haar theehuis, zoals haar was opgedragen. Dat Al-Shabaab vervolgens op klaarlichte dag een inval doet in haar huis heeft de minister dan ook niet plausibel kunnen vinden. Dat de kans op ontdekking minimaal was omdat eiseres op haar hoede was tijdens de bootreis en maar één nacht bij haar vriendin heeft geslapen, heeft de minister ook niet plausibel kunnen vinden. De minister heeft daarnaast de verklaring van eiseres over hoe Al-Shabaab aan haar telefoonnummer is gekomen innerlijk tegenstrijdig kunnen vinden. Eiseres verklaart namelijk enerzijds dat Al-Shabaab achter haar nummer is gekomen via het telecombedrijf en anderzijds dat haar vriendin misschien het nummer heeft gegeven na te zijn mishandeld.
Heeft de minister eiseres ten onrechte tegengeworpen dat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend?
8. De rechtbank oordeelt dat de minister eiseres niet ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Op de zitting heeft de minister de tegenwerping dat eiseres een telefoon bij zich had ten tijde van haar asielaanvraag, terwijl eiseres verklaarde dat de telefoon was afgenomen door de reisagent, laten vallen. De rechtbank overweegt dat de minister zich verder niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres onvoldoende heeft verklaard over het niet zo spoedig mogelijk indienen van de asielaanvraag. De minister werpt eiseres niet ten onrechte tegen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over het kunnen communiceren met de smokkelaar. Zo heeft eiseres enerzijds verklaard dat ze geen vragen mocht stellen aan de smokkelaar en heeft ze anderzijds verklaard dat toen ze vroeg wanneer ze asiel mocht aanvragen de smokkelaar antwoordde dat er andere mensen eerder aan de beurt waren. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat het niet aannemelijk is dat eiseres opgesloten zat en het huis niet kon verlaten, nu eiseres hier onvoldoende over heeft verklaard. De stelling van eiseres dat zij een kwetsbare alleenstaande vrouw is en dat zij daarom niet met andere mensen in het huis wilde communiceren heeft de minister niet ten onrechte onvoldoende kunnen vinden.
Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is?
9. In het beleid is opgenomen dat de minister alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel aanmerkt. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van grootfamilie. Tot de grootfamilie kunnen onder meer vader, moeder, kinderen, tantes en ooms vallen. Het is dus niet zo, zoals eiseres stelt, dat er een sterk mannelijk familielid moet zijn. De minister heeft er terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar vader, tante, kinderen en pleegkinderen in Somalië wonen. De minister heeft er daarbij ook op kunnen wijzen dat eiseres een buurvrouw en vriendinnen heeft waar ze op terug heeft kunnen vallen in Marka. Daarnaast heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres behoort tot een stam die van oorsprong Lower Shabelle heeft bewoond, waaronder de stad Marka, zoals blijkt uit het Ambtsbericht. Tot slot heeft de minister ook bij de beoordeling kunnen betrekken dat eiseres zich zelfstandig heeft kunnen handhaven in Marka. De stelling van eiseres dat haar stam ondervertegenwoordigd is in Marka is onvoldoende onderbouwd. Dat eiseres stelt dat zij geen contact heeft met haar stam, heeft de minister onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer geen netwerk heeft.
Loopt eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade?
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Marka een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft er terecht op gewezen dat enkele aanwezigheid van eiseres in Somalië op zichzelf niet voldoende is om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De minister heeft ook deugdelijk gemotiveerd dat de individuele omstandigheden van eiseres onvoldoende aanleiding vormen om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. In het EUAA-rapport van oktober 2025 ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de algemene veiligheidssituatie in Marka of Mogadishu wezenlijk anders is dan in het landgebonden beleid van de minister is vastgelegd. Daarbij betrekt de rechtbank dat uit het Ambtsbericht en EUAA-rapport niet blijkt dat Mogadishu of Marka onder controle van Al-Shabaab staan. De minister heeft er terecht op gewezen dat Marka een zwarte stip is op het kaartje en dat dit betekent dat het niet onder controle van Al-Shabaab staat. Dat er nog steeds aanslagen door Al-Shabaab worden gepleegd in gebieden waar zij geen controle over heeft, is geen omstandigheid die noopt tot een andere conclusie omtrent het niveau van geweld. De door eiseres overgelegde informatie van ACLED en UNOCHA maken het oordeel niet anders. Eiseres heeft niet gespecificeerd hoe deze informatie op haar van toepassing is.
De rechtbank overweegt verder dat de minister ook aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij per boot van Marka naar Mogadishu is gevlucht. In wat eiseres naar voren heeft gebracht – namelijk dat alleen particuliere vissersbootjes varen tussen Marka en Mogadishu – ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat eiseres niet per boot terug kan reizen naar Marka. De rechtbank is dan ook niet gebleken dat eiseres niet per boot naar Marka zou kunnen reizen.
Conclusie en gevolgen
11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.