Nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 24 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M.C. van der Sanden in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.A. Ray in Rotterdam.
Procedure
Bij beschikking van 19 november 2025 (zaak- en rekestnummers C/09/679572 /
FA RK 25-762 en C/09/683023 / FA RK 25-2529) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de behandeling ten aanzien van de nevenvoorzieningen en de proceskosten aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook van:
[minderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter op 19 maart 2026 zijn mening kenbaar gemaakt.
Partijen hebben in de loop van de procedure afspraken gemaakt. Gelet hierop heeft de geplande mondelinge behandeling op 25 maart 2026 geen doorgang gevonden.
Aanvulling feiten
Verzoek en verweer
Partijen verzoeken nu, onder intrekking van de overige verzoeken, opname van de gemaakte afspraken in de beschikking, waarbij iedere partij de eigen kosten van de procedure draagt.
Beoordeling
Afspraken
Uit de stukken blijkt dat partijen de volgende afspraken hebben gemaakt:
deze regeling gaat in vanaf het moment dat de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten, zijnde binnen een maand na het passeren van de akte van verdeling/overdracht van de woning bij de notaris;
De rechtbank zal – voor zover mogelijk – beslissen overeenkomstig deze afspraken dan wel de afspraken opnemen in het dictum van deze beschikking.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de afspraak over het gezamenlijk gezag als volgt. Op grond van artikel 1:251a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek blijven partijen die gezamenlijk het gezag uitoefenen dit na ontbinding van het huwelijk gezamenlijk uitoefenen. De rechtbank zal deze afspraak daarom niet in het dictum van deze beschikking opnemen en dit verzoek in zoverre afwijzen.
Proceskosten
De rechtbank zal, conform de afspraak van partijen, bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben;
*
bepaalt dat [minderjarige] – vanaf het moment dat de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten, zijnde binnen een maand na het passeren van de akte van verdeling/overdracht van de woning bij de notaris – eenmaal per week op (in beginsel) woensdagavond samen met de man zal eten; wanneer de man op woensdag dienst heeft, zal de man dat aan [minderjarige] laten weten, zodra hij zijn rooster heeft en daarbij zal de man dan een voorstel doen voor een andere avond in de desbetreffende week;
*
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw – vanaf het moment dat de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten, zijnde binnen een maand na het passeren van de akte van verdeling/overdracht van de woning bij de notaris – een kinderalimentatie voor [minderjarige] zal betalen van € 506,- per maand;
*
stelt vast dat partijen ten aanzien van de verdeling van de echtelijke woning het volgende zijn overeengekomen:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.