ECLI:NL:RBDHA:2026:11287

ECLI:NL:RBDHA:2026:11287

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/09/694011 / HA RK 25-657
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vaststelling staatloosheid. Relevanten landen: Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland.

Uitspraak

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 3 november 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Engelbertink in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. J. Laros.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, waarover hierna meer, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt:

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Gelet op de stukken zal de rechtbank de Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland bij de beoordeling betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoekster een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de overgelegde documenten is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.

Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.

Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?

De verkrijging van de Turkse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 11 en verder van de Turkse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal vijf jaar inwoner is geweest van Turkije. Verzoeker heeft verklaard van 28 november 2020 tot 8 december 2023 in Turkije te hebben verbleven met een studentenverblijfsvergunning en dus niet vijf jaar. De rechtbank volgt daarom de conclusie van verzoeker en de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Turkse nationaliteit heeft verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?

De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland. Verzoeker heeft verklaard van 8 december 2023 tot begin juni 2024 in Griekenland te hebben verbleven, waarna hij naar Nederland vertrok, en dus niet zeven jaar. Ook is niet gebleken dat verzoeker onder één van de uitzonderingen in dit artikel valt. De rechtbank volgt daarom de conclusie van verzoeker en de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Emmens

Griffier

  • mr. S. Sluijmer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand