Scheiding
Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. da Silva te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 13 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de man, alsmede de vrouw met haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1974 te [plaats] , [land] .
- Partijen hebben beiden (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 3 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat:
de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;
de man aan de vrouw met ingang van 3 februari 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 611,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Verzoek en verweer
De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken en:
- het huurrecht van de echtelijk woning te [adres] , toe te kennen aan de man;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de man,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen het verzoek aangaande het huurrecht van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vrouw zelfstandig de echtscheiding uit te spreken en:
- ( naar de rechtbank begrijpt:) het huurrecht van de echtelijk woning te [adres] [adres] , toe te kennen aan de vrouw;
- een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 953,- per maand, althans € 611,- per maand vast te stellen;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de vrouw,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken aangaande het huurrecht van de echtelijke woning en de partneralimentatie.
Beoordeling
Echtscheiding
Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn.
Huurrecht echtelijke woning
De vrouw heeft inmiddels een andere woning gevonden. Gelet daarop heeft de advocaat van de vrouw op de zitting namens de vrouw het verzoek ter zake de toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw ingetrokken. Op dit verzoek hoeft de rechtbank dan ook niet meer te beslissen.
Nu niet langer verweer wordt gevoerd tegen het verzoek van de man om het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te kennen, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.
Partneralimentatie
Op de zitting heeft de advocaat van de vrouw namens de vrouw het verzoek tot vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie ingetrokken, zodat hierop niet meer hoeft te worden beslist.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Zoals reeds op de zitting besproken, zal de rechtbank het namens de vrouw bij bericht van 12 maart 2026 gedane verzoek aangaande de verdeling van de inboedel gelet op het late tijdstip van indiening buiten beschouwing laten (de advocaat van de man heeft op de zitting aangegeven dat zij dit verzoek niet meer met de man heeft kunnen bespreken). Voor het overige hebben partijen geen concrete verzoeken ter zake de verdeling gedaan. Partijen lijken het erover eens te zijn dat er – naast de inboedel – niets meer te verdelen valt.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank geen beslissing nemen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Voor zover partijen hun verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap nog handhaven, zullen deze worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1974 te [plaats] , [land] ;
bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte te [adres] [adres] , en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.