ECLI:NL:RBDHA:2026:11297

ECLI:NL:RBDHA:2026:11297

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/09/701342 / JE RK 26-417
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

[de moeder] ,

[de vader] ,

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/701342 / JE RK 26-417

Datum uitspraak: 27 maart 2026

in de zaak naar aanleiding van het op 13 maart 2026 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ;

- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ;

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. den Hollander-Fischer te Leiden.

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling).

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 27 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot – onder meer – het eenhoofdig gezag, de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats (C/09/688747 / FA RK 25-5472). Op het laatstgenoemde verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.

Op de (gecombineerde) zitting zijn verschenen:

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats] .

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder.

Verzoek

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voor de periode van één jaar.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij de moeder is sprake van overmatig alcoholgebruik en psychische problematiek. Ook bij de vader is mogelijk sprake van (overmatig) alcoholgebruik. De moeder is recent terugvallen in alcoholgebruik, waardoor de kinderen zich (opnieuw) in een onveilige situatie hebben bevonden. De moeder werkt wel mee aan hulpverlening, maar de inzet hiervan heeft nog niet tot voldoende stabiliteit en veiligheid voor de kinderen geleid. Daarnaast hebben de ouders moeite om met elkaar te communiceren. De Raad is van mening dat de ouders op dit moment onvoldoende bereid en in staat zijn de bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Daarom acht de Raad een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar noodzakelijk. In die periode moet gewerkt worden aan het creëren van een veilig en stabiel leven voor de kinderen en aan het verbeteren van de samenwerking en communicatie tussen de ouders.

De ouders hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkelingsbedreiging van de kinderen is gelegen in hun thuissituatie. Er is sprake van een hectische periode, waarin de ouders de relatie in maart 2025 hebben verbroken. Daarbij zijn er verschillende Veilig Thuis meldingen gedaan. Uiteindelijk is Voorieder1 op 11 september 2025 bij het gezin betrokken geraakt. In die periode verbleven de kinderen bij de moeder en was er geen contact tussen de vader en de kinderen. Op 13 november 2025 stond er een evaluatiemoment gepland met Voorieder1 en Veilig Thuis in de woning van de moeder. De moeder was op dat moment niet in de woning aanwezig. Zij heeft later die dag contact opgenomen met Voorieder1, waarbij zij verward en emotioneel ontregeld overkwam. De volgende dag heeft Voorieder1 tijdens een huisbezoek geconstateerd dat de moeder alcohol had gedronken. Hierdoor kon zij de kinderen niet de noodzakelijke zorg bieden. De moeder is akkoord gegaan met tijdelijke opvang van de kinderen bij familieleden. Vervolgens hebben de ouders onder begeleiding van Voorieder1 (veiligheids)afspraken gemaakt. Zij zijn een zorgregeling overeengekomen, welke zij in onderling overleg hebben gewijzigd in een 50/50-regeling. Nadat Voorieder1 betrokken is geraakt, is het in periodes goed gegaan met de moeder. Toch heeft zij in maart 2026 (weer) een terugval gehad in overmatig alcoholgebruik. Hierdoor is zij niet in staat om conform de 50/50-regeling voor de kinderen te zorgen. De ouders zijn daarom in overleg met Voorieder1 overeengekomen dat de kinderen tot aan de zitting bij de vader overnachten en dat er een bezoekregeling zal zijn tussen de moeder en de kinderen van woensdag en vrijdag van 06:30 uur tot 16:00 uur en op zaterdag van 07:00 uur tot 16:30 uur.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de Raad van oordeel dat de kinderen in hun ontwikkeling worden bedreigd. Als gevolg van een terugval in overmatig alcoholgebruik van de moeder zijn de kinderen (opnieuw) blootgesteld aan onveiligheid. Daarnaast maakt de rechtbank zich zorgen over de gevolgen die de wisselende verstandhouding tussen de ouders op de kinderen heeft. De moeder wijst er op dat ook de vader stevig kan drinken, maar dat over zijn problematiek weinig informatie beschikbaar is omdat hij ontkent een alcoholprobleem te hebben. Toen de moeder in maart een terugval had, was zij bij de vader. Hoewel de ouders bij tijd en wijle (met hulp) afspraken kunnen maken die in het belang van de kinderen zijn, gaat dat ook regelmatig flink mis. Ouders twisten nu bijvoorbeeld over hoe moet worden toegewerkt naar hervatting van de 50/50-regeling. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van de kinderen toewijzen als verzocht.

Gedurende de ondertoezichtstelling zullen de ouders moeten laten zien dat zij de kinderen voldoende zorg, stabiliteit, aandacht en veiligheid kunnen bieden. Ook zullen zij, met behulp van de jeugdbeschermer of andere hulpverlening, moeten werken aan het verbeteren van de samenwerking en communicatie tussen hen.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] van 27 maart 2026 tot 27 maart 2027 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.M. Wijvekate

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand