Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Hooft in Gilze, gemeente Gilze en Rijen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 13 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [naam 1] en [naam 2] namens de ambtenaar. Verzoeker is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen. Ook zijn advocaat is, met voorafgaande kennisgeving daarvan, niet verschenen.
Feiten
XX XXX/XXX 1966.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens als volgt zal vaststellen:
Naam : [achternaam] , [voornamen]
Geboortedatum : [geboortedatum 2] 1966
Geboorteplaats : [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
Geslacht : M
De ambtenaar voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, acht de rechtbank het verzoek voldoende met de Nederlandse rechtssfeer verbonden, zodat – gelet op het bepaalde in artikel 3 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
Het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens is gebaseerd op artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Ontvankelijkheid
Op grond van het eerste lid van artikel 1:25c BW kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar de rechtbank te Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
Aangezien verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, kan verzoeker worden ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Verzoeker heeft verzocht om zijn geboortegegevens vast te stellen, waaronder de geboortedatum [geboortedatum 2] 1966. Hij ondervindt veel praktische hinder door het ontbreken van een daadwerkelijke geboortedatum in zijn officiële gegevens.
Vaststaat dat in Nederland geen geboorteakte ten name van verzoeker is ingeschreven en onder de overgelegde stukken bevindt zich evenmin een geboorteakte.
Verzoeker stelt naar Nederland te zijn gevlucht vanwege ernstige discriminatie. Verzoeker geeft aan te vermoeden de Pakistaanse nationaliteit te hebben, maar daar geen bewijs van te hebben. Hij heeft via de Wet basisregistratie personen de gemeente Maastricht gevraagd om een beslissing, maar de gemeente was alleen bereid [geboortedatum 3] 1966 als geboortedatum te registeren, terwijl verzoeker [geboortedatum 2] 1966 als geboortedatum geregistreerd wenst. Ook is de Pakistaanse diplomatieke vertegenwoordiging om nadere informatie verzocht, maar daar is geen reactie van ontvangen.
De ambtenaar geeft aan dat geen geboorteakte is aangetroffen die voor inschrijving in aanmerking komt. De ambtenaar heeft aangegeven dat op verzoeker een inspanningsverplichting rust om aan te tonen dat er geen geboorteakte bestaat of dat hij deze niet kan overleggen. Er zijn geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat verzoeker pogingen heeft gedaan bij de Pakistaanse autoriteiten zijn geboorteakte op te vragen. Dat is wel vereist om op grond van artikel 1:25c BW de geboortegegevens te laten vaststellen. Daarnaast zijn er geen gegevens over een toegekende verblijfsstatus of asiel. Uit de beschikbare informatie blijkt dat verzoeker op 16 oktober 1988 voor een familiebezoek voor twee weken uit Pakistan naar Nederland is gekomen. In 1991 heeft hij zich, komende vanuit België, ingeschreven in de gemeente Nijmegen. Het is niet duidelijk of aan verzoeker een asielstatus is verleend, waardoor van hem niet zou kunnen worden verwacht contact op te nemen met de Pakistaanse autoriteiten. Bovendien, zo geeft de ambtenaar aan, is verzoeker op [dag 5] 2023 gehuwd in [plaats 2] , Pakistan. De ambtenaar gaat er daarom van uit dat verzoeker zijn geboorteakte in Pakistan kan opvragen en laten legaliseren of daar in ieder geval pogingen toe kan ondernemen. Tenslotte heeft de ambtenaar erop gewezen dat verzoeker in Nederland en België getrouwd is geweest en dat voor beide landen geldt dat er een geboorteakte overgelegd moet worden om te kunnen trouwen.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:25c BW kan de rechtbank geboortegegevens vaststellen als een persoon geen overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte heeft of kan overleggen. Verzoeker moet daarom aantonen dat er of geen geboorteakte van hem bestaat, of dat hij er alles aan heeft gedaan om een geboorteakte te bemachtigen en dat dit niet is gelukt. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker op geen enkele manier heeft aangetoond dat hij niet over een geboorteakte uit Pakistan kan beschikken of dat hij enige moeite heeft gedaan om die te verkrijgen. Integendeel, het dossier bevat allerlei aanwijzingen dat verzoeker weldegelijk over een geboorteakte beschikt of kan beschikken. In de eerste plaats omdat hij zijn geboorteakte heeft moeten laten zien bij het aangaan van zijn huwelijk in zowel België als Nederland. Op de Nederlandse huwelijksakte is geen vermelding opgenomen dat verzoeker geen geboorteakte kon verschaffen, wat volgens de ambtenaar standaard wordt opgenomen als dat het geval is. In de tweede plaats omdat verzoeker meerdere keren, waaronder in ieder geval nog in 2023, in Pakistan is geweest en daar om zijn geboorteakte had kunnen vragen. Verzoeker heeft geen verklaring overgelegd van de Pakistaanse autoriteiten dat er van hem geen geboorteakte bestaat. Tenslotte is aan verzoeker door de gemeente Maastricht de mogelijkheid geboden om [geboortedatum 3] 1966 als geboortedatum te registreren de BRP. Dat verzoeker hier niet mee heeft willen instemmen, is minst genomen opvallend. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens van verzoeker afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot vaststelling van de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.