Paspoortwet
Beschikking op het op 4 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Haphap te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 13 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet ten behoeve van de minderjarige, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft ter zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vervangende toestemming ten behoeve van het aanvragen van een paspoort voor haar.
Vervangende toestemming paspoort
Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De vrouw voert het volgende aan. Het paspoort van [minderjarige] moet verlengd worden. De man is gedetineerd, waardoor het voor de vrouw niet mogelijk is om toestemming te verkrijgen. De vrouw heeft geprobeerd via familieleden van de man toestemming te krijgen, maar ook dat lukt niet. De man wil niet meewerken.
De man, die inmiddels niet meer gedetineerd zit, heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij geen bezwaar heeft tegen een verlenging van het paspoort van [minderjarige] . Volgens de man heeft de vrouw hem niet benaderd in de tijd dat hij in detentie zat, en ook zijn familie heeft hem niet op de hoogte gebracht van een verzoek om toestemming voor de verlenging van het paspoort. Als het verzoek hem wel bereikt had, zou hij wel toestemming gegeven hebben.
De rechtbank overweegt als volgt. Ter zitting heeft de man verklaard dat hij bereid is om toestemming te verlenen voor de verlenging van het paspoort van [minderjarige] . Partijen hebben echter nagelaten de benodigde formulieren daarvoor mee te nemen. Gelet op de zeer gespannen verhouding tussen partijen, zoals ter zitting afdoende gebleken, en de beschuldigingen over en weer zal de rechtbank – ondanks dat de man zijn toestemming heeft toegezegd – zekerheidshalve in het belang van [minderjarige] vervangende toestemming verlenen aan de vrouw voor de verlenging van het paspoort.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de vrouw– welke toestemming die van de man vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument behoeve van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.