Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 25 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.J. Klock in Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Bekooij in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
Feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige] :
- Tot 11 juli 2025 (start zomervakantie) hebben de man en [minderjarige] iedere woensdag (van 7:30 uur tot 16:00 uur) en zaterdag (van 10:00 uur tot 16:00 uur) bij de man thuis omgang met elkaar;
- Vanaf 11 juli 2025 tot 19 juli 2025 verblijft [minderjarige] bij de man. Vervolgens verblijft zij tot 9 augustus 2025 bij de vrouw. Van 9 augustus 2025 tot 16 augustus 2025 verblijft [minderjarige] dan weer bij de man;
- Vanaf 18 Augustus 2025 (start nieuwe schooljaar) verblijft [minderjarige] in de even weken van vrijdagochtend 10:00 uur tot zaterdagmiddag 17:00 uur bij de man. In de oneven weken verblijft [minderjarige] vanaf vrijdagochtend tot zondagmiddag 17:00 bij de man;
- De schoolvakanties worden bij helfte verdeeld;
- De man naast de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
In aanloop naar de zitting zijn de ouders gezamenlijk tot voorlopige afspraken gekomen ten aanzien van de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] , de achternaam van [minderjarige] en de wijze waarop zij het vertrouwen in elkaar willen herstellen en hoe zij tot nadere afspraken over de zorgregeling willen komen. De ouders verzoeken de rechtbank om de afspraken in een tussenbeschikking op te nemen en de behandeling van de zaak pro forma aan te houden. Mochten partijen er op lange termijn niet uitkomen of mocht de hulpverlening stagneren, zal een beslissing van de rechtbank alsnog noodzakelijk zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is dit in het belang van [minderjarige] en daarom zal de rechtbank deze afspraken opnemen in de beschikking en de zaak aanhouden, zoals verzocht.
De ouders zijn tot de volgende afspraken gekomen:
De voorlopige afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank verwacht dat de ouders zich hier wel aan zullen houden.
Doorverwijzing uniform hulpaanbod
De ouders hebben ook verzocht om een doorverwijzing voor hulpverlening via het Uniform Hulpaanbod naar het Centrum Jeugd & Gezin in [plaats] . De rechtbank kan echter niet verwijzen naar specifiek het Centrum Jeugd & Gezin. Als de ouders in het kader van ouderschapsbemiddeling naar het CJG verwezen willen worden dienen zij zich voor een verwijzing tot de (praktijkondersteuner van de) huisarts te wenden of rechtstreeks contact met het CJG op te nemen. Wel kan de rechtbank de ouders in het kader van het UHA verwijzen voor een traject Ouderschapsbemiddeling naar Jeugdteams [regio] . Indien de ouders dat wensen dienen zij binnen twee weken na de datum van deze beschikking een verzoek daartoe te doen waarin tenminste ook hun telefoonnummers en e-mailadressen in zijn vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 oktober 2026 pro forma
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.