Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 26 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. mr. A. Neermawatie Nandoe te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het F9-formulier van 16 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 17 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
Op 17 maart 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat, en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Feiten
ingediend en deze procedure is bekend onder 697744 FA RK 26-393.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de man strekt ertoe dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw de sleutels van de woning inlevert bij de man en die woning niet verder mag betreden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig nog te bepalen dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en dat de man de sleutels van de woning aan de vrouw dient af te geven, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van de man tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen en het verzoek van de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning afwijzen en overweegt daartoe als volgt.
De vrouw heeft tijdelijke woonruimte gevonden. Zij verblijft momenteel in een door de gemeente aangewezen plek in een hotel die ook door de gemeente wordt betaald. Dit betekent dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij haar verzoek tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en dat het belang van de man bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning groter is dan het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De over en weer door partijen gedane, maar ook betwiste beschuldigingen, maken het oordeel van de rechtbank niet anders.
Het verzoek van de man om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking beschikbaar gesteld tot het dagelijks gebruik aan de andere partij.
Het verzoek tot afgifte van de sleutels van de woning aan de man, zal eveneens worden afgewezen nu dit geen steun vindt in de wet.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.