Gezag
Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 3 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt:
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Eenhoofdig gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, hierop ook van toepassing. Het gezamenlijk
gezag kan daarom worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat de vader als gevolg van zijn alcohol- en cocaïneverslaving niet in staat het gezag naar behoren uit te oefenen. De moeder heeft dit besproken met de vader en hij heeft aangegeven zich niet tegen het verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader te zullen verweren. De moeder stelt dat er sprake is van een situatie waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem of verloren dreigen te raken, dan wel wijziging van het gezag anderszins in hun belang noodzakelijk is. Het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd verandering zal komen, omdat de vader zijn afkicktraject niet heeft afgerond en hij niet gemotiveerd lijkt te zijn om de noodzakelijke vervolgtrajecten te doorlopen. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij zich ervoor inspant om het contact tussen de kinderen en de vader op te bouwen, maar dat de veiligheid van de kinderen voorop staat. Verder heeft de moeder gesteld dat het moeilijk is om samen met de vader gezagsbeslissingen te nemen. Zo heeft hij al verschillende keren vergeten om te tekenen voor de aanvraag van een nieuwe ID-kaart voor de kinderen en is hij er ook niet altijd bij gesprekken op school.
De rechtbank is gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd, zodat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder heeft op de zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat het moeilijk is om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag, omdat met de vader niet goed afspraken te maken zijn. Ook in de omgang met de kinderen is hij niet altijd voorspelbaar. Dat is moeilijk voor de kinderen, die graag contact met hem hebben. Omdat de vader niet meewerkt aan verdere noodzakelijke behandeltrajecten is het risico op terugval in drugsgebruik reëel. De vader heeft daarna aangegeven zich niet tegen het verzoek van de moeder te zullen verzetten en is ook niet op de zitting verschenen. De rechtbank acht gelet hierop het gezamenlijke gezag niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen. Daarbij merkt de rechtbank nadrukkelijk op dat deze gezagswijziging er niet toe leidt dat de vader geen rol meer heeft in het leven van de kinderen. Hij blijft hun vader. Het is de rechtbank gebleken dat de moeder het belangrijk vindt dat er omgang is tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat zij de vader zoveel mogelijk bij beslissingen aangaande [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal betrekken.
Brief aan [minderjarige 1]
De rechter heeft in een aparte brief aan [minderjarige 1] de beslissing uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige 1] heeft ontvangen.
“Beste [minderjarige 1] ,
Wat heb jij mij een mooie brief geschreven! Ik ben blij om te horen dat je het fijn vindt om samen met je broertje [minderjarige 2] bij mama te wonen en dat je het ook fijn vindt om samen met hem bij papa te logeren. Ik begrijp heel goed dat je het jammer vindt dat papa en mama niet meer bij elkaar zijn. Dat gaat jammer genoeg niet meer.
Ik heb met mama gepraat. Daarna heb ik besloten dat mama voortaan de belangrijke beslissingen over jou en [minderjarige 2] mag nemen, zoals over naar welke school jullie gaan en over vakanties. Papa blijft gewoon jullie papa. Mama heeft beloofd dat ze haar best zal blijven doen om ervoor te zorgen dat jullie hem regelmatig zien en bij hem kunnen logeren. Ik denk dat papa dat ook zal doen.
Ik hoop dat je nog heel veel spelletjes met mama en met papa zult spelen!
Met vriendelijke groet,
M.F. Baaij,
kinderrechter”
BeslissingDe rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.