Opname ouderschapsplan
Beschikking op het op 2 juni 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.C.G.J. van der Linden te 's-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 28 maart 2024 van deze rechtbank is:
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Bij het bericht van 3 maart 2026 heeft de moeder een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan overgelegd. In het bericht van 12 maart 2026 heeft de moeder verzocht het ouderschapsplan integraal op te nemen in de beschikking. De vader heeft niet gereageerd op de berichten van de moeder of de brieven van de rechtbank.
Aangezien de vader het ouderschapsplan mede heeft ondertekend, gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders overeenstemming hebben bereikt en dat de vader zich niet verzet tegen opname van het ouderschapsplan in de beschikking. De rechtbank zal in het belang van [minderjarige] het ouderschapsplan opnemen in de beschikking. Het oorspronkelijk meer of anders door de moeder verzochte ten aanzien van de omgangsregeling beschouwt de rechtbank als ingetrokken.
Beslissing
De rechtbank:
neemt op de door de ouders getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.