ECLI:NL:RBDHA:2026:11389

ECLI:NL:RBDHA:2026:11389

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/09/698694
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

[de vader] ,

[de moeder] ,

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

Team Familie

Zaaksgegevens: C/09/698694 / JE RK 26-162

Datum uitspraak: 31 maart 2026

in de zaak naar aanleiding van het op 29 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna ook: [minderjarige 1] ;

- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna ook: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

de vader,

wonende op een bij de kinderrechter bekend adres,

advocaat: mr. C.H. Remmelink in Zoetermeer.

de moeder,

wonende op een bij de kinderrechter bekend adres,

advocaat: mr. D. Vurdelja in 's-Gravenhage.

De kinderrechter merkt als informant aan:

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.

De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich op 16 maart 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 17 maart 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. De zaak is gecombineerd behandeld met het eerder behandelde verzoek van de vader – voor zover nu nog aan de orde – ten aanzien van de zorgregeling met zaak- en rekestnummer: C/09/684285 en FA RK 25-3147. Op het laatstgenoemde verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking van 14 april 2026 beslist.

Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, [naam 1] namens de Raad en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. Door de advocaat van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de periode van één jaar, een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft ingestemd met het verzoek, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De Raad heeft ter onderbouwing van zijn verzoek onder meer het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van beide kinderen, omdat zij geen contact hebben met hun moeder en een sterk negatief beeld over haar hebben. Dit beïnvloedt hun identiteitsontwikkeling. De ouders zijn op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Er is al heel veel hulpverlening ingezet in het vrijwillig kader. Vader heeft een andere visie op het loyaliteitsconflict waar de kinderen in zitten, hierdoor is het traject Ouderschap Blijft stuk gelopen.

De vader heeft zich op het standpunt gesteld dat de grond voor het opleggen van een ondertoezichtstelling ontbreekt. Hij heeft hiertoe op de zitting onder meer gesteld dat hij open staat voor contactherstel tussen de moeder en de kinderen en voor iedere vorm van hulpverlening. De vader heeft hierbij opgemerkt dat de “neuzen” van partijen niet altijd dezelfde kant op wijzen voor wat betreft de hulpverlening voor de kinderen, maar dat het partijen desondanks altijd is gelukt de van belang zijnde hulpverlening op te starten.

De moeder is voorstander van een ondertoezichtstelling van de kinderen, omdat de kinderen volgens haar beschadigd zijn.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden niet, althans onvoldoende, aanwezig zijn en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank constateert dat beide kinderen hun moeder inmiddels al langere tijd niet hebben gezien en gesproken. [minderjarige 1] al 5 jaar niet en [minderjarige 2] 1 jaar niet. Hoewel de rechtbank het gebrek aan contact tussen de moeder en de kinderen wel zorgelijk vindt, is het ontbreken van contact tussen de moeder en de kinderen op zichzelf ontoereikend om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen (zie HR 21 april 2017; ECLI:NL:HR:2017:766). Hiervoor moet het ontbreken van contact zodanige belastende conflicten of problemen opleveren voor de kinderen dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor de zedelijke of geestelijke belangen van de kinderen en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en uit dat wat op de zitting met de ouders en de Raad is besproken onvoldoende blijkt dat daarvan sprake is. Bij de vader thuis gaat het goed met de kinderen. Zij zijn dol op de partner van de vader en haar dochter. Ook op school gaat het goed met de kinderen. De gecertificeerde instelling heeft op de zitting aangegeven dat er volgens haar geen sprake is van acute onveiligheid voor de kinderen. Daarnaast is naar het oordeel van de kinderrechter de hulpverlening in het vrijwillig kader niet uitgeput. Ook de gecertificeerde instelling was op de zitting deze mening toegedaan. De afgelopen vijf jaar heeft er veel hulpverlening voor het hele gezin plaatsgevonden in het vrijwillig kader. De vader heeft op de zitting duidelijk gemaakt dat hij nog steeds open staat voor hulpverlening in het vrijwillig kader en de kinderrechter heeft geen reden om aan deze woorden van de vader te twijfelen. Ook is niet gebleken dat de moeder niet open staat voor hulpverlening in het vrijwillig kader.

Nu de Raad, gelet op het bovenstaande, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een dusdanige ontwikkelingsbedreiging dat een ondertoezichtstelling in dit verband gerechtvaardigd is, zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek tot ondertoezichtstelling.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P. Lahman als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand