ECLI:NL:RBDHA:2026:11438

ECLI:NL:RBDHA:2026:11438

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer NL24.13494
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Regulier vreemdelingenrecht; visum kort verblijf; economische en sociale binding met Marokko. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat een tijdige terugkeer naar Marokko gewaarborgd is te achten. Eiseres heeft de sociale en economische binding met Marokko met de door haar overgelegde stukken niet aangetoond. Verweerder heeft van het horen kunnen afzien. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.13494

(gemachtigde: mr. A. Agayev),

en

(gemachtigde: mr. L.G. de Rooij).

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen.

Bij besluit van 1 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordiger door hun gemachtigden.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1995 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Op

6 juli 2023 heeft zij een visum voor kort verblijf aangevraagd. Eiseres wenst haar vriendin [persoon A] (referente) in Nederland te bezoeken. Bij het primaire besluit heeft verweerder de visumaanvraag van eiseres afgewezen.

Bestreden besluit

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de visumaanvraag gehandhaafd op de weigeringsgronden dat eiseres het doel en de omstandigheden van haar voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond en dat er redelijke twijfel bestaat over haar voornemen om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van de geldigheid van het visum te verlaten.

Beroepsgronden

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert in beroep aan dat het voorbereidend onderzoek door verweerder niet deugdelijk en onzorgvuldig is geweest. In dit kader verwijst eiseres naar het arrest Koushkaki van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 19 december 2013 (ECLI:EU:C:2013:862).

In het bestreden besluit heeft verweerder enkel beoordeeld of eiseres een sterke sociale en economische binding heeft met haar land van herkomst waardoor de tijdige terugkeer is gewaarborgd. Op grond van de Verordening 810/2009 (Visumcode) dient echter niet te worden beoordeeld hoe sterk de banden zijn met het land van herkomst, maar of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van betrokkene om het grondgebied van de lidstaten te verlaten voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. Het hebben van een economische en sociale binding dient slechts een wegingsfactor te zijn bij deze beoordeling. Eiseres verwijst in dit verband naar een uitspraak van 21 februari 2017 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem. Eiseres heeft getracht in de bezwaarfase zoveel mogelijk documenten ter onderbouwing van naar werkzaamheden als kapster (zzp’er) over te leggen. De checklist en Bijlage II van de Visumcode geven onvoldoende informatie over documenten die van belang zijn om het doel van de reis aan te tonen en voor documenten die van belang zijn om aan te tonen dat de aanvrager na afloop van de geldigheid van het visum tijdig weer zal terugkeren. Verweerder heeft in het bestreden besluit geen rekening gehouden met het feit dat het onderbouwen van een dienstbetrekking waarmee een regelmatig en substantieel inkomen wordt gegenereerd in derde landen lastig is. Eiseres heeft zich actief ingespannen om haar situatie toe te lichten zonder enig duidelijkheid over de aan te leveren documenten. Gelet hierop had verweerder eiseres moeten horen of haar moeten verzoeken om aanvullende stukken over te leggen of aanvullende informatie te verschaffen.

Juridisch kader

4. Op grond van artikel 32, eerste lid, van de Visumcode, voor zover van belang, wordt een visum geweigerd:

a. indien de aanvrager:

[…]

ii. het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond;

iii. niet heeft aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor zijn terugreis naar het land van herkomst of verblijf, of voor doorreis naar een derde land waar hij met zekerheid zal worden toegelaten, of in de mogelijkheid te verkeren deze middelen legaal te verkrijgen;

[…]

of

b. indien er redelijke twijfel bestaat over de echtheid van de door de aanvrager overgelegde bewijsstukken of over de geloofwaardigheid van de inhoud ervan, de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aanvrager of zijn voornemen om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum.

Beoordeling

5. De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest Koushkaki van het Hof van 19 december 2013, ECLI:EU:C:2013:862, volgt dat de autoriteiten bij het onderzoek van een visumaanvraag over een ruime beoordelingsruimte beschikken met betrekking tot de toepassingsvoorwaarden van (onder andere) artikel 32, eerste lid, van de Visumcode en de beoordeling van de relevante feiten, om te bepalen of een van de weigeringsgronden aan de aanvrager kan worden tegengeworpen. Dit betekent dat de rechtbank het standpunt van verweerder dat een weigeringsgrond zich voordoet slechts terughoudend kan toetsen.

Twijfel over tijdige terugkeer

6. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van de geldigheid van het gevraagde visum te verlaten (weigeringsgrond als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, van de Visumcode), overweegt de rechtbank als volgt.

Bij zijn beoordeling of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de vreemdeling om tijdig terug te keren naar het land van herkomst mag verweerder zich in belangrijke mate laten leiden door de intensiteit van de sociale en economische binding van die vreemdeling met zijn land van herkomst. Al naar gelang de sociale en/of economische binding geringer of juist sterker is, zal ook de twijfel over het voornemen van de vreemdeling om tijdig terug te keren toe- of afnemen.

De rechtbank volgt het betoog van eiseres dat verweerder duidelijk had moeten aangeven welke concrete documenten ter onderbouwing van de gestelde sociale en economische binding van eiseres/referente worden verlangd en dat verweerder een herstel verzuim had moeten bieden om deze documenten over te leggen, niet.

Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, ligt het, gelet op artikel 14 van de Visumcode, op de weg van eiseres om met documenten en informatie aannemelijk te maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor visumverlening. Ter zitting heeft verweerder nog verwezen naar de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarop informatie is te vinden over de documenten die kunnen dienen als bewijs van de sociale en economische binding. Nu het aan eiseres is om haar visumaanvraag te onderbouwen met documenten, heeft verweerder van eiseres kunnen verwachten dat zij zich zou informeren over de informatie en documenten die in het kader van deze visumaanvraag benodigd zijn.

Verder gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van de gemachtigde van eiseres dat hij ermee bekend is dat verweerder in vergelijkbare zaken de visumaanvraag wel heeft ingewilligd, nu deze stelling niet nader is onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat een tijdige terugkeer naar Marokko gewaarborgd is te achten. Wat betreft de sociale binding met Marokko heeft verweerder kunnen stellen dat niet is gebleken dat de moeder van eiseres hulpbehoevend is of dat eiseres structureel zorg aan haar moeder verleent. Voor zover moet worden aangenomen dat de moeder van eiseres hulpbehoevend is, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij deze hulp daadwerkelijk verleent. Verder heeft verweerder van belang kunnen achten dat niet is gebleken dat niemand anders deze hulp over zou kunnen nemen.

In beroep heeft eiseres een aantal foto’s waarop zij met haar moeder is te zien en een medische verklaring van de huisarts van 31 oktober 2024 overgelegd. Eiseres had in bezwaar reeds aangevoerd dat zij de dagelijkse en financiële zorg heeft voor haar moeder, die met gezondheidsklachten heeft te kampen. De rechtbank zal deze stukken daarom als nadere onderbouwing van een eerder ingenomen standpunt bij de beoordeling van het beroep betrekken. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze stukken niet dat de moeder van eiseres (exclusief) afhankelijk is van de zorg van haar dochter. De foto’s zijn ongedateerd en tonen enkel dat eiseres haar moeder medicatie verstrekt, maar niet dat de moeder daartoe niet zelf in staat is of niet door anderen kan worden geholpen.

Ook heeft verweerder mogen stellen dat eiseres onvoldoende de economische binding met haar land van herkomst heeft aangetoond.

Op het visumaanvraagformulier heeft eiseres aangegeven kapster (zzp-er) te zijn. Eiseres heeft bij haar visumaanvraag (onder meer) een Verklaring van Inschrijving in het Nationale Register van Ambachtslieden overgelegd van het Ministerie van Toerisme, Ambacht, Economie en Sociale Solidariteit. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat deze verklaring gemakkelijk is te verkrijgen door middel van een mondelinge verklaring bij het ministerie en dat een dergelijke verklaring dus niet als een objectief verifieerbaar document kan worden gezien.

Bij de visumaanvraag heeft eiseres ook bankafschriften van de Bank of Africa overgelegd over de periode van 28 maart 2023 tot en met 26 juni 2023 waarop regelmatige stortingen te zien zijn van eiseres zelf. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder worden gevolgd in zijn standpunt dat er geen aanwijzingen zijn dat deze stortingen het gevolg zijn van inkomsten gegenereerd uit werk. Verweerder heeft kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij beschikt over een substantieel en regelmatig inkomen waarmee in haar onderhoud wordt voorzien.

In beroep heeft eiseres nog een aantal stukken waaronder haar (handgeschreven) boekhouding en facturen overgelegd. Ook deze stukken zal de rechtbank als onderbouwing van een eerder ingenomen standpunt bij de beoordeling van het beroep betrekken. Ook met deze stukken heeft eiseres de economische binding met Marokko niet aangetoond. De overgelegde boekhouding is handgeschreven en onduidelijk en biedt weinig tot geen inzicht in de inkomsten van eiseres. Ook voor de overgelegde facturen geldt dat hiermee niet is aangetoond dat eiseres een substantieel en regelmatig inkomen heeft.

Eiseres heeft gesteld dat het voor haar lastig is om haar inkomsten aan te tonen, omdat het om contante betalingen gaat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder van eiseres als zelfstandig ondernemer mogen verwachten dat inkomsten, ook wanneer deze op andere wijze dan giraal worden verkregen, worden onderbouwd. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat, ook indien sprake is van een cash-economie, dit niet afdoet aan de verplichting om een regelmatig en substantieel inkomen aannemelijk te maken.

Doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf

7. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond (weigeringsgrond als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, sub ii, van de Visumcode), overweegt de rechtbank dat de hiervoor besproken grond dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van de geldigheid van het gevraagde visum te verlaten al voldoende is om de visumaanvraag van eiseres af te wijzen. De rechtbank laat deze tweede afwijzingsgrond daarom onbesproken.

Had verweerder eiseres moeten horen?

8. Verweerder mag slechts met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van het horen in bezwaar afzien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. Een bezwaar is kennelijk ongegrond als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kan leiden dan in het primaire besluit is vervat. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de inhoud van het bezwaarschrift, in samenhang met de motivering van het eerste besluit. Naar het oordeel van de rechtbank deed een dergelijke situatie zich hier voor. Eiseres was er in het primaire besluit al op gewezen dat zij onvoldoende had aangetoond dat zij een sterke sociale en economische banden heeft met Marokko. Nu dit aspect in bezwaar onvoldoende is onderbouwd, heeft verweerder van het horen van eiseres en referente kunnen afzien. Verweerder heeft dan ook terecht het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van

P. Deinum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand