RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
SH/bc
Zaaknummer / rekestnummer: 11896311 \ RP VERZ 25-50735
Beschikking van 13 januari 2026
in de zaak van
de vereniging
RIJSWIJKSE VOETBALCLUB CELERITAS,
te Rijswijk,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Celeritas of de club,
gemachtigde: mr. D. Swildens,
tegen
[verwerende partij] ,
te Den Haag,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verwerende partij] ,
procederend in persoon.
1. De zaak in het kort
[verwerende partij] was enkele jaren actief als vrijwilliger bij Celeritas. Hij heeft sponsors geworven voor de club. De daarmee gemoeide geldstromen zijn na verloop van tijd via de privérekening van [verwerende partij] gaan lopen. Celeritas heeft [verwerende partij] verzocht een overzicht aan te leveren van alle sponsorgelden die hij in naam van Celeritas heeft ontvangen en alle uitgaven die met deze sponsorgelden zijn gedaan, inclusief facturen en betalingsbewijzen. Ondanks meerdere verzoeken en een sommatie is [verwerende partij] niet overgegaan tot verstrekking van de verzochte (volledige) gegevens.
In deze procedure verzoekt Celeritas de kantonrechter [verwerende partij] te bevelen afschriften van de betreffende stukken aan haar te verstrekken. [verwerende partij] heeft verweer gevoerd.
De kantonrechter wijst het verzoek toe. Hierna wordt eerst de procedure beschreven. Daarna wordt de beslissing toegelicht.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 24 september 2025 met producties,
het verweerschrift van 1 december 2025 met producties,
de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Wat is er gebeurd?
[verwerende partij] is in 2021 als jeugdtrainer begonnen bij Celeritas. Hij heeft vanuit die vrijwilligersfunctie ook onder meer de rol van coördinator onderbouw bekleed, een voetbalkrant opgezet, activiteiten georganiseerd en nieuwe jeugdleden en vrijwilligers geworven. Ook heeft hij een sponsorplan voor de club opgesteld. Begin 2023 heeft hij tien bedrijven bereid gekregen de jeugdafdeling van de club te sponsoren. Met twee daarvan, Solar en Mylos, heeft Celeritas een schriftelijke overeenkomst gesloten. Zij heeft daarvoor ook de nota’s gemaakt. De betreffende bijdragen zijn op de rekening van Celeritas gestort.
Voor twee andere sponsors heeft [verwerende partij] facturen opgesteld:
een factuur met nummer 2023-100 op naam van [bedrijfsnaam] , een vriend van [verwerende partij] , gedateerd 17 maart 2023 voor een bedrag van € 1.452,-- inclusief btw;
een factuur met nummer 2023-110 op naam van Wegwijs Adviseur, gedateerd 11 oktober 2023 voor een bedrag van € 4.235,-- inclusief btw.
Op het briefpapier van de facturen staat het logo, het adres en het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel van Celeritas. Beide facturen bevatten de tekst:Graag ontvangen wij het bedrag binnen 14 dagen op rekeningnummer (…) t.n.v. [verwerende partij] . Dit onder vermelding van factuurnummer en beschrijving ‘sponsorbijdrage RVC Celeritas’enWij danken u ontzettend voor u steun aan onze vereniging en hopen op een prettige en langdurige samenwerking.
In 2025 is [verwerende partij] vanwege een conflict bij Celeritas vertrokken.
3. Het geschil
De kantonrechter begrijpt het verzoek van Celeritas zo dat zij de kantonrechter verzoekt [verwerende partij] te bevelen haar afschrift te verstrekken van de bankafschriften die betrekking hebben op sponsorgelden en overige financiële transacties die ten behoeve van Celeritas via zijn privérekening zijn verlopen over de periode 2021 tot en met 2025, binnen veertien dagen na deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, met een maximum van € 5000,00. Celeritas verzoekt verder [verwerende partij] te veroordelen in de proceskosten.
Volgens Celeritas zijn de opgevraagde gegevens essentieel voor de controle op de uitgaven van het sponsorgeld, waarvoor Celeritas verantwoordelijk is. Zij dient daarvan verantwoording te kunnen afleggen aan de betreffende sponsors. Ook kunnen de stukken van belang zijn ter voorbereiding en onderbouwing van een eventuele procedure, als uit de over te leggen stukken zou blijken van onregelmatigheden. Het verzoek voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden en er zijn geen gewichtige redenen die zouden moeten leiden tot afwijzing van het verzoek. Bovendien volgt uit het mailcontact met [verwerende partij] dat hij niet vrijwillig over zal gaan tot het verstrekken van de opgevraagde gegevens.
[verwerende partij] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Zijn verweer strekt tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van Celeritas in de proceskosten. Bij een eventuele toewijzende uitspraak vraagt hij het verzochte niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Daartoe voert [verwerende partij] – samengevat – aan dat het verzoek niet voldoet aan de daarvoor geldende cumulatieve voorwaarden, dat een of meer weigeringsgronden van toepassing zijn en dat het verzoek disproportioneel is en leidt tot een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privacy.
4. De beoordeling
Het verzoek tot inzage, afschrift en uittreksel van bescheiden wordt toegewezen
Het (nieuwe) inzagerecht, neergelegd in artikel 194 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), is per 1 januari 2025 in werking getreden. Op grond van dit artikel komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van
a. a) bepaalde gegevens toe aan
b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij
c) daarbij voldoende belang heeft.
Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. De verzoeker moet dus voldoende belang hebben bij het krijgen van de gegevens, de gegevens moeten relevant zijn voor de rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij is en de verzoeker moet voldoende concreet kunnen omschrijven om welke gegevens het gaat. Verder zal aannemelijk moeten worden gemaakt dat de wederpartij over die gegevens beschikt of deze eenvoudig van een derde kan verkrijgen. De wederpartij is niet verplicht tot het geven van inzage als zij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of als gewichtige redenen daaraan in de weg staan.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek moet worden toegewezen, omdat het verzoek voldoet aan de hiervoor genoemde voorwaarden en niet is gebleken van (een van) de hiervoor genoemde afwijzingsgronden. Daarvoor is het volgende van belang.
a) is het verzoek voldoende bepaald?
[verwerende partij] voert aan dat het verzoek van Celeritas niet voldoende bepaald is, omdat zij inzage verzoekt in banktransacties die verband houden met Celeritas en haar relaties zonder beperking tot specifieke transacties, sponsors of data. Dit verweer slaagt niet.
Het bepaalbaarheidsvereiste gaat namelijk niet zover dat de verzochte gegevens precies moeten worden aangeduid, in die zin dat elk stuk afzonderlijk moet worden omschreven. Omdat Celeritas niet over de informatie beschikt, kan nadere concretisering niet van haar worden verlangd. Het verzoek is voldoende afgebakend, nu Celeritas inzage verzoekt in de banktransacties van [verwerende partij] die betrekking hebben op sponsorgelden en overige financiële transacties die ten behoeve van Celeritas via zijn privérekening zijn verlopen. Het is duidelijk dat Celeritas inzicht wil krijgen in de bedragen die [verwerende partij] van sponsors heeft ontvangen en waar hij dat geld aan heeft besteed. Dat is concreet genoeg. Ook is het verzoek van Celeritas in tijd beperkt tot de periode van 2021 tot en met 2025. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet het verzoek dan ook aan het wettelijke bepaalbaarheidsvereiste.
b) is Celeritas partij bij een (in dit verband relevante) rechtsbetrekking?
[verwerende partij] voert verder aan dat tussen Celeritas en de sponsors die de betalingen hebben verricht geen overeenkomst bestaat, zodat een rechtsbetrekking ontbreekt. Ook is tussen hem en Celeritas nooit een afspraak gemaakt op grond waarvan hij gehouden is om sponsorbijdragen die via zijn privérekening werden ontvangen af te dragen, dan wel administratie bij te houden en te overhandigen aan Celeritas. Het ontbreken van zulke afspraken bevestigt volgens [verwerende partij] dat er geen relevante rechtsbetrekking bestaat waarop het verzoek betrekking kan hebben. De kantonrechter verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Het is heel duidelijk dat [verwerende partij] sponsors heeft geworven voor (de jeugd van) Celeritas en niet voor zichzelf. Dat blijkt onder andere uit de onder 2.2 aangehaalde facturen, die [verwerende partij] heeft opgesteld en verstuurd; de sponsors wilden Celeritas steunen en dat was ook de bedoeling van de werving. Dat betekent dat [verwerende partij] die werving namens Celeritas heeft gedaan en dat hij sponsorgelden van Celeritas namens haar in ontvangst heeft genomen. [verwerende partij] heeft met het geld ook uitgaven gedaan voor (de jeugd van) Celeritas. Er is dus wel degelijk een rechtsbetrekking ontstaan tussen de sponsors en Celeritas. Dat er niet in alle gevallen schriftelijke overeenkomsten zijn gesloten tussen Celeritas en de sponsors en dat tussen Celeritas en [verwerende partij] geen afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de besteding van de sponsorgelden of het afleggen van verantwoording daarover, maakt dat niet anders.
c) heeft Celeritas voldoende belang bij haar verzoek?
Onder het tot 1 januari 2025 geldende artikel 843a Rv (oud) was voor inzage een rechtmatig belang vereist. Dit vereiste is vervangen door de eis van voldoende belang. Als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij het verkrijgen van inzage in bepaalde gegevens, moet inzage worden verstrekt.
Celeritas stelt dat inzage in de bankafschriften de enige mogelijkheid is om vast te stellen hoeveel sponsorgeld via de privérekening van [verwerende partij] is gelopen en welke uitgaven daarvan zijn gedaan. Celeritas heeft de gevraagde gegevens nodig om:
verantwoording te kunnen afleggen aan de sponsors;
te kunnen vaststellen of er nog openstaande verplichtingen richting leveranciers bestaan, en
te bepalen wat haar vordering op [verwerende partij] is.
Volgens [verwerende partij] heeft Celeritas geen rechtmatig belang bij haar verzoek. Er bestond geen contractuele verplichting van de sponsors tot betaling aan Celeritas. Het verzoek is een ‘fishing expedition’. Bovendien waren het bestuur en de penningmeester volledig op de hoogte van de sponsors en heeft [verwerende partij] reeds voldoende verantwoording afgelegd van de besteding van de door hem ontvangen gelden.
De kantonrechter overweegt dat [verwerende partij] gemotiveerd en met stukken onderbouwd heeft weersproken dat de twee in de dagvaarding genoemde facturen nog zouden openstaan. Verdere openstaande verplichtingen zijn niet naar voren gekomen.
Uit het dossier blijkt verder voldoende dat [verwerende partij] het sponsorgeld onder andere heeft besteed aan (met logo’s van de sponsors bedrukte) trainingspakken voor de jeugd van Celeritas, aan vlaggen en banners. Sommige facturen daarvoor gingen naar Celeritas, andere naar [verwerende partij] . Tussen [verwerende partij] en de penningmeester is ook, via e-mail, gecommuniceerd over verschillende nota’s en de betaling daarvan, hetzij door de club, hetzij door [verwerende partij] . Daaruit blijkt dat Celeritas ervan op de hoogte was dat de gelden (ook) via de privérekening van [verwerende partij] liepen en dat zij dit heeft geaccepteerd. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat [verwerende partij] gelden zou hebben achtergehouden en dat Celeritas daarvoor een vordering op hem heeft.
Nu de sponsorgelden voor (de jeugd van) Celeritas bestemd waren, heeft Celeritas er echter wel voldoende belang bij om behoorlijk te worden geïnformeerd waaraan die gelden zijn besteed. Zij moet daarover verantwoording kunnen afleggen aan haar sponsors. Dat de financiële jaarverslagen over de seizoenen 2022-2023 en 2023-2024 reeds zijn goedgekeurd, maakt niet dat Celeritas voldoende informatie heeft om de sponsors te informeren. [verwerende partij] heeft gesuggereerd dat Celeritas over het sponsorgeld en de besteding daarvan vragen kan stellen aan die sponsors. Dit zou echter een vreemde indruk wekken, zoals van de kant van Celeritas terecht is opgemerkt, omdat het de sponsors daarmee immers duidelijk zou worden dat Celeritas zelf niet precies weet hoe het zit. [verwerende partij] heeft gesteld dat hij, behalve aan trainingspakken, vlaggen en banners, ook sponsorgelden heeft besteed aan tassen, activiteiten voor de jeugd, familiedagen en vertoning van de sponsors op de tv in de kantine. Ook al zijn daar niet tevoren afspraken over gemaakt, Celeritas heeft er belang bij te weten hoeveel geld [verwerende partij] daaraan heeft besteed. Het ligt voor de hand dat hij dat kan laten zien aan de hand van zijn bankafschriften.
Zijn er gewichtige redenen om het verzoek af te wijzen?
[verwerende partij] verzet zich tegen het verstrekken van de gevraagde informatie, omdat de opgevraagde bankafschriften gevoelige persoonsgegevens bevatten. Het verstrekken van deze gegevens leidt tot een verstrekkende inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.
De kantonrechter acht niet onaannemelijk dat de verzochte bankafschriften persoonlijke en financiële gegevens bevatten, zoals het saldo na boeking. Dit is echter geen voldoende gewichtige reden om het verzoek af te wijzen, omdat het [verwerende partij] vrij staat om persoonlijke en financiële gegevens die geen verband houden met de sponsorgelden en de daarmee gedane uitgaven, onleesbaar te maken. In het algemeen kan van bankgegevens via internet ook een specifieke selectie worden gemaakt via zoeken op de begunstigde of op een bepaald rekeningnummer waarvan geld is ontvangen of waarnaar geld is overgemaakt. Dergelijke selecties bevatten dan geen andere gegevens. Het moet voor Celeritas duidelijk zijn welke bedragen [verwerende partij] via zijn privérekening aan sponsorgelden ten behoeve van Celeritas heeft ontvangen en welke bedragen hij daarvan heeft uitgegeven, op welke data die bedragen zijn ontvangen respectievelijk uitgegeven, van welke personen of bedrijven die bedragen zijn ontvangen en aan wie die bedragen zijn betaald.
Uit het voorgaande volgt dat het verzoek toewijsbaar is.
Op grond van het bepaalde in artikel 195, tweede lid, Rv zal de kantonrechter [verwerende partij] een langere termijn geven om aan het verzoek te voldoen, omdat te verwachten is dat het verzamelen van de benodigde informatie meer tijd kost dan veertien dagen. Daarnaast zal de kantonrechter bepalen dat Celeritas de eventuele kosten moet betalen die [verwerende partij] voor het verstrekken van afschriften van zijn bankafschriften moet maken, zoals in de beslissing vermeld. Het gaat daarbij om kosten die [verwerende partij] zelf moet maken, zoals kosten die de bank hem in rekening brengt of kopieerkosten. De kosten kunnen geen betrekking hebben op door [verwerende partij] aan het verstrekken van de afschriften bestede uren.
De dwangsom wordt onder matiging toegewezen
Celeritas verzoekt oplegging van een dwangsom voor iedere dag dat [verwerende partij] niet aan het verzoek voldoet. De kantonrechter wijst dit verzoek toe, omdat [verwerende partij] tot op heden niet (in voldoende mate) vrijwillig aan het verzoek heeft voldaan en hij ook duidelijk te kennen heeft gegeven dat hij daar niet toe bereid is, gelet op al zijn inspanningen voor Celeritas en het conflict dat voorafgaand zijn vertrek is ontstaan. [verwerende partij] zal geen nadeel ondervinden van de opgelegde dwangsom als hij de veroordeling naleeft. Wel zal de kantonrechter de dwangsom en het maximum matigen, zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten worden gecompenseerd
Omdat Celeritas zelf heeft bijgedragen aan de onduidelijke situatie ten aanzien van de sponsorgelden en beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, bepaalt de kantonrechter dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
[verwerende partij] heeft verzocht deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De kantonrechter overweegt dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad gebruikelijk is bij rechterlijke uitspraken, omdat onzeker is wanneer in een eventueel hoger beroep een uitspraak kan worden verwacht. [verwerende partij] heeft niet gemotiveerd waarom een uitvoerbaarverklaring bij voorraad in dit geval achterwege zou dienen te blijven. Bij een afweging van de belangen van beide partijen komt de kantonrechter tot het oordeel dat Celeritas meer belang heeft bij een spoedige afwikkeling van de kwestie dan het belang dat [verwerende partij] heeft bij verder uitstel. Daarom wordt deze beschikking wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [verwerende partij] om Celeritas binnen twee maanden na betekening van deze beschikking afschrift te verstrekken van de bankafschriften die betrekking hebben op sponsorgelden en overige financiële transacties die ten behoeve van Celeritas via zijn privérekening zijn verlopen over de periode 2021 tot en met 2025;
veroordeelt [verwerende partij] om aan Celeritas een dwangsom te betalen van € 25,00 voor iedere dag dat [verwerende partij] niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1, met een maximum van € 2.500,00;
bepaalt dat Celeritas aan [verwerende partij] de kosten zal vergoeden die hij eventueel moet maken voor het verstrekken van de afschriften, binnen twee weken nadat [verwerende partij] , onderbouwd met stukken, Celeritas opgave van die kosten heeft gedaan;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.