ECLI:NL:RBDHA:2026:11448

ECLI:NL:RBDHA:2026:11448

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer NL26.18832
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring, zicht op uitzetting, voortvarend handelen, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.18832

(gemachtigde: mr. M.M. van Daalhuizen),

en

(gemachtigde: mr. M.F. Aly).

Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2. Eiser heeft de zware gronden 3d en 3e betwist en refereert zich voor de overige gronden aan het oordeel van de rechtbank.

3. De onbestreden zware en lichte gronden, in onderling verband en in samenhang bezien, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel van bewaring al dragen. Er vloeit namelijk uit voort dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarmee is ook gegeven dat de maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag, zoals bedoeld in artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4011). De rechtbank laat de andere gronden dan ook onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet.

4. In de schriftelijke beroepsgronden voorafgaand aan de zitting heeft eiser zich ook nog op het standpunt gesteld dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf van eiser zou zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet, nu eiser zonder papieren in het kader van een Dublinclaim door Zwitserland aan Nederland is overgedragen.

Zicht op uitzetting en voortvarend handelen

5. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 18 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2549. In die zaak, waarin artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw ten grondslag lag aan de maatregel, verbleef eiser in Zwitserland reeds negen maanden in bewaring voorafgaand zijn overdracht en inbewaringstelling in Nederland, hetgeen werd meegewogen door de rechtbank in haar oordeel over de voortvarendheid handelen van verweerder ten aanzien van eisers uitzetting. In de voorliggende zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de inbewaringstelling in Zwitserland reden geeft om het voortvarend handelen door verweerder in twijfel te trekken.

6. Ten aanzien van het zicht op uitzetting, overweegt de rechtbank dat de grondslag van de maatregel in onderhavige zaak berust op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Uit de uitspraken van de Afdeling van 6 juni 2016 en 27 juni 2022, respectievelijk ECLI:NL:RVS:2016:1552 en ECLI:NL:RVS:2022:1813, volgt dat er geen zicht op uitzetting vereist is bij bewaring op grond van artikel 59b van de Vw. Om deze reden treft deze beroepsgrond van eiser geen doel. Met betrekking tot voortvarend handelen door verweerder, refereert de rechtbank aan de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1157. De Afdeling kwam daar tot het oordeel dat de termijn van artikel 59b, tweede lid, van de Vw als een uitwerking in het nationale recht van artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn moet worden gezien. Om van voortvarendheid te mogen spreken in zo een geval, moet er binnen deze termijn voldoende voortvarend gehandeld worden door verweerder in de verblijfsprocedure, zodat een vreemdeling voor een zo kort mogelijke termijn in bewaring wordt gehouden. In de voorliggende zaak heeft eiser op 13 maart 2026 asiel aangevraagd, is er voorts op 28 maart 2026 een voornemen inzake de afwijzing van de asielaanvraag overgelegd door verweerder en is nadien op 14 april 2026 een besluit genomen waarin de asielaanvraag is afgewezen. Uit het tijdspad bij deze handelingen leidt de rechtbank niet af dat er onvoldoende voortvarend is gehandeld door verweerder. Om deze reden slaagt deze beroepsgrond van eiser niet.

Lichter middel

7. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat eiser reeds enige tijd in Zwitserland in bewaring heeft gezeten voorafgaand zijn overdracht naar Nederland. Verder draagt eiser aan dat zijn eerdere vertrek met onbekende bestemming (MOB) hem niet langdurig mag worden tegengeworpen en dat plaatsing in een AZC in combinatie met een meldplicht het passendst zou zijn geweest.

8. Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van verweerder; verwijzing naar de bewaringsgronden volstaat daarvoor niet. De rechtbank wijst op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:674) en 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309) en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 juni 2014 (ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi).

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich, gelet op wat hierboven is geoordeeld over de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking dat eiser eerder met onbekende bestemming is vertrokken, en zich daarmee niet conform zijn verplichtingen beschikbaar heeft gehouden voor zijn asielprocedure dan wel het toezicht van de autoriteiten. Gelet op het voorgaande is het onttrekkingsrisico bij toepassing van een lichter middel, zoals plaatsing in een AZC in combinatie met een meldplicht, om voormelde redenen onvoldoende om het bemachtigen van noodzakelijke gegevens ten behoeve van eisers asielprocedure te waarborgen. De stelling van eiser dat hij in Zwitserland reeds enige tijd in bewaring heeft gezeten, die niet is onderbouwd met stukken, doet niet af aan het oordeel van de rechtbank. Voorts beroept eiser zich niet op enige grond om aan te nemen dat inbewaringstelling onevenredig bezwarend is. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

10. De rechtbank overweegt dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtsmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Vroegop, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. S.A. Vroegop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand