ECLI:NL:RBDHA:2026:11449

ECLI:NL:RBDHA:2026:11449

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer NL26.24804
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, bewaring opgeheven, geschil datum opheffing, geen zicht op uitzetting meer, onvoldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting, beroep gegrond, schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.24804

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),

en

(gemachtigde: mr. M. Volker).

Procesverloop

Verweerder heeft op 15 december 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

Verweerder heeft, daarnaar gevraagd, op 7 mei 2026 een verweerschrift ingediend en op diezelfde datum de bewaring opgeheven. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 mei 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2000 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 januari 2026. Vervolgens is een vervolgberoep ingediend. Uit de uitspraak van 17 maart 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 16 maart 2026.

4. Verweerder heeft op 7 mei 2026 de maatregel van bewaring opgeheven. In geschil tussen partijen is of verweerder de bewaring vanaf een eerder moment had moeten opheffen. Verweerder stelt dat bewaring van eiser terecht op 7 mei 2026 is opgeheven omdat eiser niet heeft meegewerkt aan zijn uitzetting. Eiser stelt dat verweerder de bewaring op 30 april 2026 opgeheven had moeten worden.

5. Bij de beoordeling van dit geschilpunt laat de rechtbank het volgende meewegen. Op eiser de rechtsplicht rust de Europese Unie te verlaten. Deze plicht brengt onder meer met zich mee dat hij de actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting moet verlenen. De rechtbank overweegt verder dat voor het aannemen van zicht op uitzetting is vereist dat ten aanzien van het desbetreffende land in zijn algemeenheid én ten aanzien van een specifieke vreemdeling zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Bij een niet aan zijn uitzetting meewerkende vreemdeling moet in dat verband worden beoordeeld of er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is als die vreemdeling alsnog volledig gaat meewerken. Verweerder moet ondertussen wel voortvarend blijven werken aan de uitzetting van de desbetreffende vreemdeling: verweerder mag niet wachten op de gewenste medewerking, maar moet zelf uitzettingsactiviteiten blijven verrichten

6. Uit het voortgangsrapport en het verweerschrift volgt dat de lp-aanvraag op 18 april 2026 is afgewezen door de Algerijnse autoriteiten. Vanwege deze afwijzing ligt het op de weg van verweerder om voortvarend te handelen en te bezien of uitzetting van eiser nog mogelijk is en welke vervolgstappen gezet moeten worden. Verweerder heeft vervolgens op 29 april 2026, élf dagen later, een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Uit het voortgangsrapport volgt dat verweerder reeds op 23 april 2026 met eiser een vertrekgesprek had willen voeren, maar dat per abuis met een ander persoon dan eiser dat vertrekgesprek is gevoerd. De rechtbank ziet niet in waarom op die dag niet alsnog is geprobeerd een vertrekgesprek met eiser te voeren en dat verweerder heeft gewacht tot en met 29 april 2026. Daarnaast heeft verweerder niet uitgelegd om welke reden de AVIM niet voortvarender dan op 29 april 2026 is gevraagd of een aanvullend identiteitsonderzoek in het geval van eiser mogelijk is. Uit het voortgangsrapport volgt immers dat eiser al op 16 juni 2019 verklaard zou hebben dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. Deze informatie was dan ook al geruime tijd bekend bij verweerder.

De rechtbank meent dat verweerder na afwijzing van de lp-aanvraag enige tijd gegund moet worden om zich te beraden welke vervolgstappen er genomen moeten worden, met name in de situatie dat eiser zelf niet actief meewerkt aan zijn uitzetting. Echter in dit geval had verweerder op 23 april 2026, zoals aanvankelijk gepland, een vertrekgesprek met eiser moeten voeren en uiterlijk op die datum de AVIM moeten verzoeken om aanvullend onderzoek te verrichten. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt om welke redenen hij pas op 29 april 2026 deze vertrekhandelingen heeft verricht. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de bewaring van eiser vanaf 23 april 2026 onrechtmatig heeft voortgeduurd, vanwege het ontbreken van het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat eiser daaraan onvoldoende voortvarend heeft gewerkt.

7. Het beroep is gegrond en de maatregel van bewaring is met ingang van 23 april 2026 onrechtmatig.

8. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 15 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 15 x € 160,- (verblijf politiecel) en 0 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 2.400,-.

9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 2.400,- te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,00.

Deze uitspraak is gedaan op 11 mei 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.J. Govaers

Griffier

  • mr. S.D.C.J. Verheezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand