ECLI:NL:RBDHA:2026:11467

ECLI:NL:RBDHA:2026:11467

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer NL26.18968
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, beroep, machtiging tot binnentreden, informatieplicht, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.18968

(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),

en

(gemachtigde: mr. M.F. Aly),

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet bestreden. De gronden, die de ambtshalve toetsing van de rechtbank doorstaan, zijn tezamen voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen.

Machtiging tot binnentreden

2. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het binnentreden onrechtmatig heeft

plaatsgevonden. Uit de machtiging tot binnentreden van 1 april 2026, afgegeven door de hulpofficier van justitie, blijkt immers dat deze om 9:20 uur is ondertekend, terwijl uit het verslag omtrent het binnentreden blijkt dat de verbalisanten de kamer van eiser in het asielzoekerscentrum al om 6:24 uur, zonder toestemming van eiser, zijn binnengetreden. Daarmee zijn de verbalisanten eisers woning binnengetreden zonder de daarvoor vereiste machtiging. Volgens eiser is dit een gebrek in het voortraject en dient de daaropvolgende belangenafweging in zijn voordeel uit te vallen.

3. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) is voor het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging vereist. Hieruit kan worden afgeleid dat een schriftelijke machtiging niet vereist is indien de bewoner toestemming geeft om de woning binnen te treden. Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Awbi is binnentreden toegestaan met voorafgaande toestemming van de bewoner. Volgens de uitspraak van 20 april 2016 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) (ECLI:NL:RVS:2016:1163) kan van de ambtenaar die wenst binnen te treden, niet worden verlangd dat hij onderzoekt of degene die hem te woord staat, bevoegd is hem binnen te laten. Hij zal er in de regel van uit mogen gaan dat degene die hem te woord staat bewoner is of namens deze kan spreken. Bij twijfel hierover zal hij zich ervan moeten vergewissen dat deze persoon bevoegd is hem binnen te laten.

4. Uit het proces-verbaal van binnentreden van 1 april 2026 blijkt dat een medebewoner toestemming heeft gegeven de woning binnen te treden. Ook kan uit het proces-verbaal worden afgeleid dat de verbalisant zich voordat hij eisers kamer betrad, heeft gelegitimeerd en het doel van het binnentreden kenbaar heeft gemaakt. Van strijdig handelen met de Awbi is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Nu de rechtbank geen gebrek heeft geconstateerd, behoeft geen belangenafweging te worden gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Informatieplicht

5. Eiser voert aan dat verweerder niet heeft voldaan aan de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) omdat uit de maatregel van bewaring weliswaar blijkt dat eiser een informatiebrief heeft ontvangen, uitgereikt in de Engelse taal, maar dat dit niet is toegevoegd aan het dossier. Eiser kan daardoor niet nagaan of de inhoud van de informatiebrief correspondeert met de aan hem opgelegde maatregel. Volgens eiser is dit een gebrek in het voortraject en dient de daaropvolgende belangenafweging in zijn voordeel uit te vallen.

6. Uit de uitspraken van de Afdeling van 15 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4180) en 24 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2979) volgt dat verweerder de plicht heeft om een vreemdeling bij het uitreiken van een maatregel van bewaring schriftelijk, in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die verstaat, te informeren over de redenen van de bewaring, de rechtsmiddelen die tegen de bewaring openstaan en over de mogelijkheid van gratis rechtsbijstand. De informatieplicht vergt niet dat een volledig vertaalde kopie van de maatregel van bewaring aan de vreemdeling wordt verstrekt. Een schriftelijk stuk waarin de rechtsmiddelen en de mogelijkheid van gratis rechtsbijstand zijn vermeld en waarin een overzicht is opgenomen van de van toepassing zijnde juridische en feitelijke gronden van de bewaring is voldoende.

7. Uit de maatregel van bewaring blijkt dat aan eiser onmiddellijk een afschrift van de maatregel is uitgereikt. Daarbij is aan eiser de informatiebrief “waarom hij in bewaring is gesteld” uitgereikt in de Engelse taal welke eiser zelf aangeeft voldoende machtig te zijn. Eiser is op de hoogte gebracht van de redenen van bewaring en ook van de in het nationale recht vastgestelde procedures om het bevel tot bewaring aan te vechten, alsook van de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen. Tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling is met behulp van een tolk in de Krio taal met eiser gesproken over de redenen waarom hij mogelijk in bewaring zal worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat daarmee is voldaan aan artikel 5.3 van het Vb. Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om de feitelijke juistheid van de inhoud van de maatregel betreffende het informatieblad te betwijfelen. In het verlengde hiervan ligt ook het oordeel besloten dat verweerder - anders dan eiser suggereert - zijn informatieplicht niet geschonden heeft. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

8. Eiser betwist dat verweerder ten onrechte niet heeft volstaan met het opleggen van een lichter middel. Eiser was actief bezig met het integreren in de samenleving door naar school te gaan en de Nederlandse taal te leren. Tijdens zijn ophouding heeft hij ook aangegeven dat hij niet in bewaring kon worden gesteld omdat dit zou leiden tot vertraging in zijn leerproces. Er is daarom geen aanleiding dat eiser zich zal onttrekken aan het toezicht en dat eiser de voorbereiding van zijn vertrek ontwijkt of belemmert. Eiser betoogt dat de maatregel onvoldoende motiveert waarom geen lichter middel, zoals een meldplicht, volstaat.

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er niet kan worden volstaan met een lichter middel. Uit de gronden van de maatregel en de motivering blijkt al dat een risico op onttrekking aan het toezicht bestaat en dat eiser de voorbereiding van zijn vertrek ontwijkt of belemmert. Hierbij wijst de rechtbank er onder meer op dat eiser tot aan de oplegging van de maatregel geen gehoor heeft gegeven aan het in 2025 opgelegde terugkeerbesluit. De enkele stelling dat eiser zich aan de regels houdt en verschenen is op zijn vertrekgesprekken, maakt evenmin dat verweerder had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel. Ook heeft eiser in zijn gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling nog aangegeven niet te willen terugkeren naar Sierra Leone. De beroepsgrond slaagt niet.

Geen zicht op uitzetting en onvoldoende voortvarend handelen

10. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Sierra Leone bestaat. Uit het dossier komt niet naar voren wanneer de lp-aanvraag van eiser is ingediend, wat de stand van zaken is en of erop is gerappelleerd. Ook werkt verweerder onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser door enkel vertrekgesprekken te voeren.

11. Gelet op de mededelingen in de maatregel van bewaring dat uit informatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek blijkt dat door Sierra Leone medewerking wordt verleend aan gedwongen vertrek en dat niet is gebleken dat Sierra Leone geen vervangende reisdocumenten verstrekt, gaat de rechtbank ervan uit dat er in het algemeen zicht op uitzetting naar Sierra Leone bestaat. Eiser heeft ook geen aanknopingspunten naar voren gebracht waaruit blijkt dat er in het algemeen zicht op uitzetting naar Sierra Leone is.

12. Over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Sierra Leone in het concrete geval van eiser, overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er op 4 maart 2026 een lp-aanvraag is verzonden aan DIA en dat deze op 9 maart 2026 is doorgezet naar de ambassade in Brussel. Niet is gebleken dat de Sierra Leoonse autoriteiten de aanvraag van eiser voor een lp hebben afgewezen of dat zij de aanvraag niet langer in behandeling hebben. De Sierra Leoonse autoriteiten mag enige tijd worden gegeven om de afgifte van een lp in orde te maken en om te bepalen welke stappen daarvoor nodig zijn. De rechtbank acht verder van belang dat verweerder op 10 maart 2026 en 7 april 2026 een vertrekgesprek heeft gevoerd met eiser. Verweerder dient maandelijks uitzettingshandelingen te verrichten en gelet op voorgaande weergave heeft verweerder daaraan voldaan. Uit de verslagen van deze vertrekgesprekken blijkt niet dat eiser enige vorm van medewerking verleent aan zijn uitzetting. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting is of dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.

Ambtshalve toetsing

13. De rechtbank overweegt dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtsmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Daarnaast heeft het Hof in het arrest Adrar van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647), voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering.

Conclusie

14. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Felić, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand