[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 9 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Ook was mevrouw [persoon A] van Nidos aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 29 december 2025 aanvaard.
Is de leeftijd van eiser zorgvuldig vastgesteld?
4. Eiser betoogt dat de minister innerlijk tegenstrijdig en onzorgvuldig met de leeftijdskwestie is omgegaan. In het aanmeldgehoor staat dat er twijfel is over de leeftijd en dat een medisch leeftijdsonderzoek zal volgen. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom uiteindelijk is afgezien van dit leeftijdsonderzoek, mede gezien wat is bepaald in artikel 3.109d, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedag 1] 2008. Eiser heeft een originele geboorteakte overgelegd om dit te onderbouwen. Ten onrechte heeft de minister geen nader onderzoek gedaan naar de authenticiteit van deze geboorteakte. Tijdens de zitting heeft eiser verder nog betoogd dat uit informatie van de Spaanse autoriteiten weliswaar blijkt dat eiser een authentiek Jemenitisch paspoort heeft gebruikt met [geboortedag 2] 1997 als geboortedatum, maar dat dit een vals paspoort betrof zodat niet van die geboortedatum kan worden uitgegaan. De minister had aanleiding moeten zien om het eerder aangeboden leeftijdsonderzoek alsnog uit te voeren.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister eiser terecht meerderjarig geacht en heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat hij geen nader onderzoek – in de vorm van een medisch leeftijdsonderzoek – hoefde te doen naar de leeftijd van eiser. De rechtbank acht daartoe het volgende van belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraken van 9 oktober 2024 uiteengezet hoe moet worden omgegaan met een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat van de Europese Unie. De minister moet in beginsel uitgaan van het vermoeden dat een vreemdeling minderjarig is, als een vreemdeling dat stelt en daarover twijfel bestaat. Het is dan aan de minister om dat vermoeden te ontzenuwen. Daarbij zal de minister steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Hij zal daarbij steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen. Als een leeftijdsregistratie is gebaseerd op een brondocument of een medisch leeftijdsonderzoek, dan zal hij hierover navraag moeten doen bij de betreffende lidstaat en nader moeten toelichten waarom hij daaraan al dan niet een bepaalde waarde hecht. Als aan de leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, zal de minister moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring, omdat die in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn andere verklaringen.
De rechtbank stelt vast dat de minister, in lijn met de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling van 9 oktober 2024, nader onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden waaronder de registratie van eisers persoonsgegevens in Spanje heeft plaatsgevonden. De Spaanse autoriteiten hebben op het informatieverzoek van de minister op 9 december 2025 geantwoord dat eiser in Spanje is geregistreerd met de geboortedatum [geboortedag 2] 1997 en dat: “The alien was in possession of some documents which he/she claimed to be official and this personal information is based on them.” Eiser heeft de juistheid van deze informatie niet betwist. Deze informatie komt ook overeen met de verklaring van eiser. Eiser erkent bij zijn asielaanvraag in Spanje gebruik te hebben gemaakt van een op zijn naam gesteld paspoort met [geboortedag 2] 1997 als geboortedatum. Eiser heeft niet geprobeerd om zijn geboortedatum in Spanje aan te (laten) passen. Aangezien eiser bij de registratie in Spanje gebruik heeft gemaakt van een officieel op zijn naam gesteld identiteitsdocument, heeft de minister de onderzoeksresultaten van de Spaanse autoriteiten mogen betrekken en hier een aanzienlijk gewicht aan mogen toekennen. De enkele stelling van eiser dat het paspoort vals was, heeft de minister niet hoeven volgen. Eiser heeft dit namelijk op geen enkele wijze onderbouwd. Bovendien heeft eiser met dit paspoort legaal Jemen verlaten, heeft hij een visum voor Marokko aangevraagd en verkregen en is per vliegtuig Marokko ingereisd. Dat zijn indicaties dat geen sprake was van een vals paspoort.
De rechtbank stelt verder vast dat eiser niet heeft betwist dat hij tijdens het aanmeldgehoor wisselend heeft verklaard over zijn leeftijd. Hij heeft namelijk eerst verklaard dat hij 17 jaar en vijf maanden is en is geboren op [geboortedag 3] 2007. De minister heeft daarop aangegeven dat uitgaande van die datum, eiser 18 jaar zou moeten zijn. In reactie daarop heeft eiser verklaard dat hij 17 is en dat zijn geboortejaar 2008 moet zijn. Eiser heeft evenmin de overige bevindingen van de schouw betwist.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de samenwerkingsverplichting. De minister heeft een leeftijdsschouw verricht, een gehoor afgenomen waarbij eiser in de gelegenheid is gesteld om duidelijkheid te geven over zijn leeftijd en aan hem zijn vragen gesteld over het gebruik van het Jemenitische paspoort in Spanje. Ook heeft de minister contact opgenomen met de Spaanse autoriteiten om te achterhalen met welke geboortedatum eiser daar staat geregistreerd en waar die registratie op is gebaseerd.
Gelet op het voorgaande heeft de minister, naar het oordeel van de rechtbank, geen aanleiding hoeven zien om een medisch leeftijdsonderzoek te blijven aanbieden aan eiser. Gelet op feit dat eiser in bezit was van een op zijn naam gesteld origineel paspoort waaruit zijn evidente meerderjarigheid blijkt en waarmee hij door meerdere landen is gereisd en welke hij heeft gebruikt bij zijn asielaanvraag in Spanje, de wisselende verklaringen over zijn leeftijd tijdens het aanmeldgehoor en de bevindingen van de schouw was het leeftijdsonderzoek niet (langer) relevant voor het onderzoek naar welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en kon de minister afzien van het medisch leeftijdsonderzoek. Alles in samenhang bezien is de rechtbank daarom van oordeel dat de minister deugdelijk leeftijdsonderzoek heeft verricht en dat de minister geen aanleiding heeft hoeven te zien om medisch leeftijdsonderzoek aan te blijven bieden. Dat de minister in eerste instantie wel een medisch leeftijdsonderzoek heeft aangeboden, maakt het voorgaande niet anders omdat toen de resultaten van het informatieverzoek aan Spanje nog niet bekend waren.
Wat betreft de overgelegde geboorteakte heeft de minister zich, naar het oordeel van de rechtbank, terecht op het standpunt gesteld dat dit geen identificerend document is zoals bedoeld in paragraaf C1/4.2.2.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000. Een geboorteakte is immers geen identiteitsdocument. Gelet hierop heeft de minister mogen afzien van authenticiteitsonderzoek, omdat zelfs als de geboorteakte echt zou zijn daaruit niet volgt dat deze betrekking heeft op de persoon van eiser, mede bezien in het licht van het gebruik van een op zijn naam gesteld echt paspoort met andere geboortedatum.
De overige door eiser overgelegde documenten, waaronder de akte van het overlijden van zijn vader, hebben geen betrekking op (de geboortedatum van) eiser en zijn evenmin identificerende documenten, zodat de minister ook niet gehouden was om deze documenten te onderzoeken. De beroepsgrond slaagt niet.
Zijn de belangen van eiser als minderjarige deugdelijk betrokken?
5. Eiser betoogt dat er serieuze twijfel bestaat over zijn leeftijd en mogelijke minderjarigheid. De minister heeft daarom een onvoldoende beoordeling gemaakt van zijn minderjarigheid en onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het kind. De minister had zijn belangen als minderjarige ook moeten meewegen bij de vraag of leeftijdsonderzoek wordt aangeboden. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat het gegeven dat er twijfel is over zijn leeftijd had moeten leiden tot een belangenafweging, welke – gelet op de belangen van het kind – had moet leiden tot het aanbieden van een leeftijdsonderzoek.
De rechtbank oordeelt dat deze beroepsgrond niet slaagt. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 20 augustus 2025 geoordeeld dat de minister in de procedure waarin een vreemdeling stelt minderjarig te zijn aan de presumptie van minderjarigheid voldoet en dat de minister daarin voldoende rekening houdt met de belangen van het kind.
De rechtbank stelt vast dat eiser tot de leeftijdsbepaling is behandeld overeenkomstig het vermoeden van minderjarigheid. Het betoog van eiser dat er nog steeds twijfel is over zijn leeftijd en dat er daarom een belangafweging moet plaatsvinden die moet leiden tot het aanbieden van een leeftijdsonderzoek, slaagt niet omdat, zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, de minister het vermoeden van minderjarigheid heeft ontzenuwd. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het rekening houden met de belangen van het kind niet zover dat, zodra de minister de minderjarigheid heeft ontzenuwd, alsnog een belangenafweging moet plaatsvinden.
Loopt eiser bij overdracht aan Spanje risico op een pushback naar Marokko?
6. Eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Spanje (opnieuw) slachtoffer wordt van een pushback naar Marokko. Eiser heeft dit namelijk eerder meegemaakt. De minister had daarom moeten motiveren waarom eiser op zijn individuele merites geen reëel risico loopt. Tijdens de zitting heeft eiser verduidelijkt dat de minister niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Spanje een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van een pushback. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat de eerdere pushback heeft plaatsgevonden in Ceuta aan de buitengrens tussen Marokko en Spanje. Eiser zal als Dublinclaimant echter gereguleerd worden overgedragen – uit het claimakkoord blijkt dat overdracht plaatsvindt in Madrid dan wel Barcelona – en hij zal Spanje dus op een andere wijze binnenkomen dan hij eerder heeft gedaan. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt (met bijvoorbeeld landeninformatie) dat hij, als hij vanuit Nederland aan Spanje wordt overgedragen, hij binnen/vanaf het vaste land van Spanje het risico loopt geconfronteerd te worden met een pushback. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser ook met zijn verklaringen over zijn ervaringen in Spanje niet aannemelijk heeft gemaakt dat de minister niet langer kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Spanje heeft het claimverzoek geaccepteerd en hiermee gegarandeerd dat de asielaanvraag van eiser in behandeling zal worden genomen overeenkomstig de internationale verplichtingen. Dat Spanje zijn verplichtingen nakomt volgt ook uit de verklaring van eiser dat de opvang in Spanje ‘normaal’ was en ‘niet zo slecht geregeld.’ Mocht Spanje zich jegens hem desalniettemin niet houden aan de internationale verplichtingen, dan ligt het op zijn weg om hierover bij de Spaanse autoriteiten te klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij de Spaanse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het niet in behandeling nemen van eisers asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.