ECLI:NL:RBDHA:2026:11504

ECLI:NL:RBDHA:2026:11504

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer NL26.14629 en AWB 26-4184
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

HTL + Artikel 56 VW. Vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven. Ontkenning incident en kwalificatie. Incident met grote impact, drie incidenten op één dag. Ongegrond.

Uitspraak

[vreemdeling], eiser,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

alsmede

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 25 februari 2026. In dat besluit heeft het COa besloten om eiser vanaf 25 februari 2026 in de HTL in Hoogeveen te plaatsen (hierna: het plaatsingsbesluit). Het tweede beroep van eiser richt zich tegen het besluit van de minister van 25 februari 2026 om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw op te leggen (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).

Eiser heeft op 16 maart 2026 beroepsgronden ingediend, waarop het COa op 21 april 2026 een verweerschrift heeft ingediend.

De minister heeft de vrijheidsbeperkende maatregel van 25 februari 2026 op 20 april 2026 opgeheven, omdat eiser is uitgestroomd naar een reguliere AZC-locatie. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd aangegeven het beroep hiertegen te handhaven.

De rechtbank heeft de beroepen op 30 april 2026 op zitting behandeld. Gemachtigde is zonder eiser verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt, geen schadevergoeding krijgt en ook geen vergoeding in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt.

Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit

Bevoegdheid rechtbank t.a.v. de opgelegde ROV-6 time-out maatregel

4. Eisers op zitting aangevoerde grond dat de ROV-6 time-out maatregel eerst officieel moest worden ingetrokken voordat het plaatsingsbesluit van 25 februari 2026 opgelegd had kunnen worden, slaagt niet. De rechtbank overweegt in dit verband eerst dat het beroep van eiser is gericht tegen het plaatsingsbesluit en niet tegen de ROV-6 time-out maatregel. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser zijn grond niet heeft onderbouwd en dat voor de rechtbank ook niet is gebleken dat het plaatsingsbesluit niet genomen had mogen worden dan wel onbevoegd genomen is.

De feitelijke verslaglegging van het incident

5. Uit de verslaglegging van het COa blijkt – samengevat – het volgende. Op 20 februari 2026 omstreeks 16:30 uur liepen COa-medewerkers 1 en 2 naar de kamer van eiser om hem een time-out maatregel van twee weken op te leggen naar aanleiding van een eerder incident. Het COa had eerder die dag een melding van de kamergenoot van eiser ontvangen dat eiser hem had bedreigd met een mes in de kamer. Eiser was het niet eens met de maatregel en weigerde op time-out te gaan. Eiser stapte meerdere keren op COa-medewerker 1 af, ging hierbij neus aan neus staan, werd boos, verhief zijn stem en zwaaide met zijn armen vlak langs het gezicht van COa-medewerker 1. Eiser weigerde zijn spullen te pakken en te vertrekken, waarop de COa-medewerkers uiteindelijk de kamer van eiser binnenstapten om hem aan te sporen dat hij zijn spullen moest pakken. Toen eiser al zijn spullen had ingepakt, vroeg COa-medewerker 1 of hij alles had, waarop eiser haar negeerde. Vervolgens verhief eiser weer zijn stem en gaf hij aan dat het haar schuld was dat hij op time-out moest. Eiser zei dat COa-medewerker 1 een slecht mens was, waarop COa-medewerker 1 rustig probeerde uit te leggen dat zij huisregels hebben en wanneer hier niet aan wordt voldaan, zij een procedure moeten volgen. Eiser zei vervolgens met een verheven stem “What goes around, comes around, you have kids right?”, waarbij eiser ongeveer op een meter afstand van COa-medewerker 1 stond, hij met zijn vinger naar haar wees en hij haar met een strakke blik met grote ogen aankeek. Wanneer een andere COa-medewerker aan eiser vroeg of dit een bedreiging was, gaf eiser aan dat hij geen mensen bedreigd, maar dat slechte dingen gebeuren met slechte mensen en hun kinderen, waarbij eiser nogmaals “what goes around comes around, also for your kids” zei. Na dit dreigement trok COa-medewerker 1 zich terug, omdat zij eiser en de situatie niet meer vertrouwde. Nadat eiser de rest van zijn spullen had gepakt en met de COa-medewerkers en een medewerker van de beveiliging het terrein afliep, gaf eiser bij de uitgang nog een dreigement naar het slachtoffer van het eerder voorgevallen incident, waarbij hij “I will do bad things to people like him” zei.

Eisers beroepsgrond dat de weergegeven feiten niet juist zijn en dat deze daardoor niet aan het plaatsingsbesluit ten grondslag kunnen worden gelegd, slaagt niet. Zjn enkele stelling dat hij met zijn opmerkingen COa-medewerker 1 niet persoonlijk heeft bedreigd, acht de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de door het COa geschetste gang van zaken. Uit de verslaglegging volgt duidelijk dat eiser intimiderend en agressief gedrag vertoonde door meerdere keren op COa-medewerker 1 af te stappen, zijn stem te verheffen en in de persoonlijke ruimte van COa-medewerker 1 te komen door in diens gezicht te wijzen en met de armen vlak langs het gezicht te zwaaien. Gelet op deze houding acht de rechtbank het onaannemelijk dat eiser met de opmerking “What goes around, comes around, also for your kids” niet zou hebben bedoeld COa-medewerker 1 te bedreigen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat uit de verslaglegging volgt dat COa-medewerker 1 zich na deze opmerking terugtrok omdat zij de situatie en eiser niet meer vertrouwde. De rechtbank is van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat de gedragingen zoals door het COa beschreven, zich hebben voorgedaan.

De impact van het incident

6. De rechtbank is van oordeel dat het COa, zich baserend op het Maatregelenbeleid, het incident terecht heeft gekwalificeerd als een incident met een grote impact. Uit de verslaglegging van het COa volgt dat eiser binnen een kort tijdbestek, namelijk één dag, drie incidenten heeft veroorzaakt. Nadat eiser zijn kamergenoot eerder op de dag met een mes had bedreigd, werd aan eiser een ROV-6 time-out maatregel opgelegd. Vervolgens stelde eiser zich weigerachtig op en uitte zich verbaal agressief, zodanig dat COa-medewerker 1 zich bedreigd voelde. Daarnaast blijkt uit de verslaglegging dat eiser na het dreigement van COa-medewerker 1, ook het slachtoffer van het eerste incident bedreigde door te zeggen “I will do bad thing to people like him”. Eisers stelling dat hij heeft meegewerkt aan de ROV-6 time-out maatregel nu hij om 17:40 uur het terrein had verlaten, volgt de rechtbank niet. Uit de verslaglegging blijkt immers dat eiser zich weigerachtig opstelde en de hierboven genoemde incidenten veroorzaakte, waardoor niet gesproken kan worden van medewerking. Eisers betoog dat het COa heeft erkend dat eiser niet fysiek is geweest tegenover de COa-medewerkers, maakt niet dat niet gesproken kan worden van een incident met een grote impact. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat de HTL-maatregel vijf dagen na het incident is opgelegd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser eerst de ROV-6 time-out maatregel moest voltooien alvorens hij in de HTL kon worden geplaatst. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het herhaalde intimiderende gedrag van eiser, namelijk de verbale agressie en bedreiging jegens COa-medewerker 1 en een medebewoner, terecht is gekwalificeerd als gedrag met als doel de ander te bedreigen en fysieke schade toe te brengen. Eisers beroepsgronden slagen dus niet.

Belangenafweging

7. De rechtbank is verder van oordeel dat het COa, in overeenstemming met het Maatregelenbeleid en voldoende deugdelijk gemotiveerd, heeft besloten tot de oplegging van het plaatsingsbesluit. Gelet op paragraaf 4.3.6 van het Maatregelenbeleid 2026 rechtvaardigt het incident met een grote impact van 20 februari 2026, in samenhang met het eerdere en niet betwiste incident van diezelfde dag waarbij eiser een kamergenoot met een mes heeft bedreigd, de plaatsing in de HTL. De rechtbank acht hierbij van belang dat bij de HTL-maatregel, in tegenstelling tot de ROV-6 time-out maatregel, wordt gefocust op het corrigeren van bepaald gedrag. Het COa heeft zich gelet daarop op het standpunt kunnen stellen dat met de ROV-6 time-out maatregel nog niet aan eisers gedrag was gewerkt en dat dit gezien de incidenten die hadden plaatsgehad, nodig was. Dat eiser tijdens de ROV-6 time-out maatregel geen nieuwe incidenten heeft veroorzaakt, maakt dit niet anders. Het verweer dat eisers reactie op de opgelegde ROV-6 time-out maatregel begrijpelijk was doordat de handelswijze van de COa-medewerkers niet erg handig was, volgt de rechtbank niet en maakt daarnaast ook niet dat dat de HTL-maatregel disproportioneel is. De rechtbank is voorts van oordeel dat de door eiser aangevoerde omstandigheden geen contra-indicatie vormen voor het opleggen van het plaatsingsbesluit. Van een dubbele bestraffing zoals door eiser betoogd, is geen sprake. Verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding hadden moeten geven om van het beleid van het COa af te wijken.

8. Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond.

Het beroep gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel

9. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de HTL-maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, indien de maatregel al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing, aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

10. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is en de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op dat besluit, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ook ongegrond moet worden verklaard. De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding dan ook af.

Conclusie en gevolgen

11. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL en de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mochten nemen.

Eisers verzoek om schadevergoeding wordt gezien het voorgaande afgewezen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier, op 11 mei 2026 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

de griffier de rechter

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand