Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 16 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. Schipper-Heikens in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
Op 31 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht toestemming aan haar te verlenen, welke die van de vader vervangt, om van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026 met de kinderen op vakantie te gaan naar [land], een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting aangegeven in te stemmen met het verzoek mits hem door de moeder wordt toegestaan dat hij gedurende de vakantie videobelcontact met de kinderen kan hebben. De vader verzoekt, in het kader van de vakantie naar [land], te bepalen dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst, tussendoor een keer en vlak voor vertrek.
Beoordeling
Vervangende toestemming vliegvakantie [land]
Wettelijk kader
Artikel 1:253a, eerste lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt hierom een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt vervangende toestemming te verlenen om samen met de kinderen naar [land] te kunnen gaan van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij bereid is om toestemming te verlenen voor de vakantie naar [land]. De vader heeft aangegeven dat hij het belangrijk vindt om contact te onderhouden met de kinderen gedurende deze vakantie. Daartoe heeft de vader verzocht om een videobelcontact met de kinderen na aankomst in [land], tussendoor een keer en vlak voor vertrek naar Nederland. De moeder heeft op de zitting ingestemd met dit verzoek. Nu het belang van de kinderen zich niet tegen het verzoek verzet, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige:
van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026 op vliegvakantie naar [land] te gaan;
*
bepaalt dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst in [land], tussendoor een keer en vlak voor vertrek uit [land];
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vervangende toestemming vakantie Indonesië, vervangende toestemming BEM-clausule en de informatie- en consultatieregeling aan tot de datum van de eindbeschikking, te weten 22 april 2026.
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;