ECLI:NL:RBDHA:2026:11638

ECLI:NL:RBDHA:2026:11638

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer NL26.4708
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Eiser komt uit Syrië. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 11 december 2025. Nu verweerder heeft nagelaten de humanitaire omstandigheden in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn te beoordelen, is sprake van een motiveringsgebrek. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.4708

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 11 december 2025. Nu verweerder heeft nagelaten de humanitaire omstandigheden in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn te beoordelen, is sprake van een motiveringsgebrek. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 10 december 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft daarbij bepaald dat eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Wat betrekt de rechtbank in haar beoordeling?

3. Eiser is geboren op [datum] 1991, heeft de Syrische nationaliteit en behoort tot de Arabische bevolkingsgroep. Hij heeft verklaard te vrezen dat hij wordt gezocht door Al Nusra, omdat hij het Vrije Syrische Leger (VSL) hielp in het ziekenhuis. Daarnaast stelt eiser te vrezen dat hij weer voor de militaire dienstplicht zal worden opgeroepen als deze opnieuw wordt ingesteld. Voorts stelt eiser te vrezen voor de Alawieten, omdat hij tegen het vorige regime was.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw en heeft daarbij de volgende elementen van het asielrelaas van eiser als relevant aangemerkt:

Verweerder acht eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Eisers problemen met Al Nusra worden door verweerder om de volgende, hier kort samengevatte, redenen niet geloofwaardig geacht.

Eiser heeft wat betreft het tweede asielmotief niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw. Eisers verklaringen vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd, waarmee hij niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw.

Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser geen vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Er zijn namelijk geen redenen of concrete aanwijzingen waaruit blijkt dat hij in de negatieve aandacht van Al-Nusra staat of zou komen te staan. Verder maakt de omstandigheid dat eiser het niet eens is met het huidige regime niet aannemelijk dat deze mening een risico zal vormen bij terugkeer.

Voorts heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico op ernstige schade loopt. In Syrië is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld en aan de hand van eisers verklaringen is niet gebleken dat hij vanwege zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Eisers asielaanvraag wordt daarom afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten.

Heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico loopt op ernstige schade?

5. Op 11 december 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat in Syrië op dit moment de laagste gradatie van willekeurig geweld van toepassing is. De rechtbank heeft in die uitspraak geoordeeld dat ook humanitaire omstandigheden die direct of indirect het gevolg zijn van het handelen of nalaten van een actor die partij is geweest bij een gewapend conflict, moeten worden betrokken in de beoordeling. De rechtbank heeft partijen in kennis gesteld van deze uitspraak. Dit oordeel is herhaald in meer uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats, waaronder die van 4 februari 2026 en 25 maart 2026.

6. Eiser heeft (onder meer) aangevoerd dat verweerder zijn standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië niet voldoende heeft gemotiveerd. Eiser verwijst naar een tussenuitspraak van de rechtbank Roermond van 29 december 2025, waarin de rechtbank een prejudiciële vraag heeft gesteld.

7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat alle relevante informatie is betrokken bij de beoordeling van de nieuwe gradatie van willekeurig geweld in Syrië. Ten aanzien hiervan verwijst verweerder naar het meest recente Algemeen ambtsbericht Syrië d.d. mei 2025, de Beslisnota van de Minister over het landenbeleid Syrië, de brief van de Minister aan de Tweede Kamer over het landenbeleid Syrië, en de bijlage 15c. Eiser heeft daarbij niet nader onderbouwd op welke punten geen concrete en regio specifieke landeninformatie is betrokken bij de totstandkoming van de beslissing op zijn asielaanvraag. Verweerder oordeelt dat eiser geen individuele omstandigheden heeft aangedragen die het aannemelijk maken dat hij een verhoogd risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Ten aanzien van eisers verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 december 2025, stelt verweerder zich op het standpunt dat deze niets verandert aan het huidige beleid, omdat er nog geen beantwoording is geweest van de prejudiciële vraag.

8. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om anders te oordelen over verweerders standpunt over willekeurig geweld in Syrië dan in de uitspraak van 11 december 2025. Verweerder heeft dus naar het oordeel van de rechtbank zijn standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië onvoldoende gemotiveerd, waardoor onvoldoende duidelijk is of eiser een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië. De rechtbank kan zonder een goed gemotiveerd standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië ook niet beoordelen welke individuele omstandigheden een reëel risico op ernstige schade kunnen meebrengen. Bovendien is op het hoger beroep nog geen uitspraak gedaan. De beroepsgrond slaagt.

9. De rechtbank verklaart het beroep om die reden al gegrond. De overige aangevoerde, maar niet in deze uitspraak weergegeven gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en daarmee in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die kunnen worden vergoed.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 21 januari 2026;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramondt, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand