Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, benoeming bijzondere curator
Beschikking op het op 29 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.M.O. van Leeuwen te Schiedam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 17 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- te bepalen dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen met onmiddellijke
ingang wordt hervat, aldus dat de kinderen weer bij vader zullen verblijven in de even weken een weekend per 14 dagen waarbij vader de kinderen op vrijdagen om 17.00 uur (of voorlopig om 18.00 u of 19.00 uur) ophaalt bij de moeder en op zondagen om 18.00 uur terugbrengt, alsmede de helft van de vakanties, conform het door de ouders op 25 september 2024 getekende ouderschapsplan en - indien tijdelijk een later ophaaltijdstip zal gelden - te bepalen dat zodra het rooster van [minderjarige 2] wijzigt en zij niet meer tot 16.30 uur op school zit het ophaalmoment voor vader weer 17.00 uur zal zijn;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft ter zitting haar standpunt toegelicht.
Beoordeling
Nakoming zorgregeling en opneming zorgregeling in beschikking
De vader verzoekt om hervatting van de zorgregeling en om opname daarvan in de beschikking. Sinds 2024 geldt er een weekendregeling tussen de vader en de kinderen, die tot aan de zomervakantie van 2025 naar behoren is verlopen. Na de zomervakantie zijn de kinderen echter niet meer verschenen. Sindsdien is er sprake van een conflict tussen de kinderen en de partner van de vader. De vader heeft onvoldoende inzicht in de oorzaak van dit conflict en weet niet goed hoe hij hiermee om moet gaan. Voorheen leek de verstandhouding tussen de kinderen en zijn partner juist goed. De vader vermoedt dat de moeder mogelijk een rol speelt in het ontstaan van de huidige situatie, doordat zij negatief over de partner tegenover de kinderen praat. Hierdoor ervaart de vader het gevoel dat hij moet kiezen tussen zijn partner en de kinderen, terwijl hij van mening is dat hiervan geen sprake zou mogen zijn.
De moeder heeft tijdens de zitting benadrukt dat zij zich niet negatief uitlaat over de partner van de vader tegenover de kinderen. Daarnaast geeft de moeder aan dat zij de kinderen juist stimuleert om het contact met de vader te onderhouden en dat zij hen aanmoedigt om naar hem toe te gaan dan wel op zijn berichten te reageren. Desondanks geven de kinderen aan hier geen behoefte aan te hebben. De moeder stelt dat zij de kinderen hierin, gelet op hun leeftijd, niet kan en wil dwingen. Volgens haar ligt het op de weg van de vader om met de kinderen in gesprek te gaan, om te achterhalen wat hen bezighoudt en wat hij kan doen om de situatie te verbeteren.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de overeengekomen zorgregeling niet wordt nagekomen, met name doordat de kinderen een conflict met de partner van de vader hebben en niet meer bij de vader willen verblijven. In het gesprek met de rechter hebben de kinderen aangegeven in beginsel open te staan voor contact met de vader, mits de partner daarbij niet aanwezig is. Gelet op de leeftijd van de kinderen acht de rechtbank het moeilijk om hen tot nakoming van de zorgregeling te dwingen.
Ter zitting is dan ook met de ouders gesproken en gezocht naar alternatieven om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Partijen zijn de volgende alternatieve regeling overeengekomen. De kinderen zullen eenmaal per twee weken op zaterdag van 18.00 uur tot na het avondeten met de vader zijn. De moeder heeft toegezegd de kinderen hierover te informeren en hen te stimuleren. Voorts is afgesproken dat de vader de kinderen op een neutrale locatie zal ontmoeten, zoals bijvoorbeeld een restaurant, zonder aanwezigheid van zijn partner. Tevens zal de vader het conflict tussen de kinderen en zijn partner tijdens deze contactmomenten niet ter sprake brengen. Het doel hiervan is om de ontmoetingen in een ontspannen en positieve sfeer te laten verlopen, zodat de kinderen (opnieuw) gemotiveerd raken om het contact met de vader te herstellen. Tot slot is, op advies van de Raad, afgesproken dat indien de kinderen besluiten niet te komen, zij de vader daarvan zelf op de hoogte dienen te stellen door middel van een whatsappbericht, en dit niet via de moeder laten verlopen.
Benoeming bijzondere curator
Op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige of minderjarigen, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige of de minderjarigen – de belangen van (een van) de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige(n). De rechtbank moet beoordelen of zij de benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De vader verzoekt, voorwaardelijk – voor het geval zijn primaire verzoeken niet zonder meer kunnen worden toegewezen – om benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen in verband met (dreigend) contactverlies. Volgens de vader kan een bijzondere curator met de kinderen in gesprek gaan om te achterhalen waar de weerstand tegen het contact met hem vandaan komt en of er aanwijzingen zijn dat de moeder de kinderen negatief beïnvloedt.
De moeder heeft ter zitting verklaard geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van een bijzondere curator.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW. Uit het kindgesprek en het verhandelde ter zitting blijkt dat de kinderen weerstand ervaren ten aanzien van het contact met de vader. Deze weerstand lijkt met name verband te houden met de partner van de vader. Het is echter onvoldoende duidelijk wat precies aan deze weerstand ten grondslag ligt en op welke wijze deze kan worden weggenomen. Gelet hierop zal de rechtbank een bijzondere curator over de kinderen benoemen. Mr. drs. E. Jongkoen, kantoorhoudende te Den Haag, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor de kinderen op te treden. Deze onafhankelijke persoon zal de kinderen vertegenwoordigen.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om, door middel van gesprekken met de kinderen en beide ouders, te onderzoeken of er mogelijkheden bestaan voor het hervatten van de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de bijzondere curator tevens een herstelgesprek begeleiden, waarin de kinderen – in aanwezigheid van de vader – de gebeurtenissen uit het verleden met betrekking tot de partner van de vader kunnen bespreken.
Concreet verzoekt de rechtbank de bijzondere curator om in haar onderzoek in ieder geval de volgende vragen te betrekken:
Het staat de bijzondere curator vrij te onderzoeken of tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing kan worden gekomen. Verder staat het de bijzondere curator vrij, indien zij dit nodig acht, informatie over de kinderen op te vragen bij derden, om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van hun situatie en te kunnen bepalen wat in hun belang noodzakelijk is. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hun volledige medewerking zullen verlenen aan het onderzoek door de bijzondere curator en op haar eerste verzoek de gevraagde informatie zullen verstrekken en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
De rechtbank verzoekt de ouders hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator hen kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator binnen acht weken na de beschikkingsdatum, te weten 1 juli 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders. De ouders kunnen binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk reageren. Deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden. Daarna zal de rechtbank beoordelen of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan of dat een nieuwe behandeling ter zitting op een nader te bepalen datum en tijdstip nodig is, waarbij in ieder geval de ouders en de bijzondere curator opgeroepen zullen worden.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de nakoming en opneming van de zorgregeling zal worden aangehouden tot 1 augustus 2026 pro forma, in afwachting van het onderzoek door de bijzondere curator.
Vervangende toestemming Kindercoach
Het verzoek van de vader tot het verlenen van vervangende toestemming voor inschakeling van een kindercoach zal door de rechtbank worden afgewezen. De rechtbank overweegt dat de benoeming van een bijzondere curator strekt tot het bereiken van een vergelijkbaar doel. Daarnaast hebben de kinderen te kennen gegeven geen begeleiding te willen ontvangen van de door de vader voorgestelde kindercoach, te weten ‘ [begeleider] ’.
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] :
mr. drs. E. Jongkoen,
telefoonnummer: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres],
bepaalt dat de griffier een kopie van de processtukken aan de benoemde bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de ouders binnen veertien dagen na deze beschikking per e-mail contact opnemen met de bijzondere curator voor een eerste afspraak;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk op 1 juli 2026 verslag dient te doen aan de rechtbank en aan beide ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan tot 1 augustus 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.