ECLI:NL:RBDHA:2026:11788

ECLI:NL:RBDHA:2026:11788

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer C/09/650337 / HA RK 23-277
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

RWN. Vaststelling Nederlanderschap.

Uitspraak

Beschikking op het op ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker sub 1] ,

verzoeker sub 1,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,

[verzoeker sub 2] ,

verzoeker sub 2,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland

[verzoeker sub 3] ,

verzoeker sub 3,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. J.M. Walther te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verder te noemen “de IND”),

zetelende te ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. C.J. Cappon.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief van de IND van 10 augustus 2023;

- de brief van verzoekers van 14 september 2023;

- de brief van de IND van 26 september 2025;

- de e-mail van verzoekers van 24 september 2025, met bijlage;

- de e-mail van verzoekers van 30 oktober 2025;

- de e-mail van de IND van 13 november 2025;

- de brief van verzoekers van 16 januari 2026, met bijlage;

- de e-mail van verzoekers van 3 februari 2026, met als bijlage een instemmingsverklaring;

- de e-mail van verzoekers van 23 februari 2026;

Bij e-mail van 23 februari 2026 is het verzoek ten aanzien van [verzoeker sub 1] (verzoeker

sub 1) ingetrokken, zodat aan de rechtbank enkel nog de verzoeken ten aanzien van

[verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] (verzoekers sub 2 en 3) voorliggen.

Gelet op de inhoud en strekking van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op basis van de stukken af te doen.

Verzoek en het standpunt van de IND

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van het Nederlanderschap van verzoekers vanaf hun geboorte, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De IND concludeert tot toewijzing van het verzoek.

Feiten

- Verzoeker sub 2 is geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats 1] uit het op [datum] 1987 in [plaats] , [land 1] voltrokken en op 29 december 2010 ontbonden huwelijk tussen [naam 1] en [naam 2] .

- Verzoeker sub 3 is geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] , [land 2] uit hetzelfde huwelijk.

- De vader van verzoekers heeft bij Koninklijk Besluit van 20 augustus 1996 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Als gevolg daarvan is hij de [nationaliteit] verloren.

- De moeder van verzoekers heeft bij Koninklijk Besluit 20 november 2000 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Als gevolg daarvan is zij de [nationaliteit] verloren.

- Verzoekers hebben zich in 2009 met de moeder in [land 1] gevestigd en zijn hier nog altijd woonachtig.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat het verzoek is gegrond op artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Op basis van dit artikel is de rechtbank enkel bevoegd om tot vaststelling van het Nederlanderschap van een persoon over te gaan of tot vaststelling dat die persoon het Nederlanderschap niet bezit. De rechtbank kan niet het Nederlanderschap verlenen.

Verzoekers sub 2 en 3 stellen dat zij het Nederlanderschap bezitten. Zij beschikten bij hun vertrek naar Somalië in 2009 ook over Nederlandse paspoorten, maar deze zijn in 2013 verloren geraakt. De IND heeft ingestemd met het verzoek.

De rechtbank stelt op basis van de overlegde stukken vast dat verzoekers zijn geboren uit het huwelijk tussen [naam 1] en [naam 2] , zoals blijkt uit de door hen overgelegde (gelegaliseerde) geboorteaktes. De vader van verzoekers sub 2 en 3 had ten tijde van hun geboorte de Nederlandse nationaliteit. Dit heeft tot gevolg gehad dat verzoekers op grond van artikel 3 RWN bij geboorte – als kind van een Nederlandse vader – de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen. Er zijn ook geen indicaties dat verzoekers het Nederlanderschap sindsdien zijn verloren. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.

De aard van de zaak verzet zich tegen uitvoerbaar verklaring bij voorraad, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat [verzoeker sub 2] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats 1] sinds zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit;

stelt vast dat [verzoeker sub 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] , Verenigd Koninkrijk sinds zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit;

wijst het meer of anders verzochte af.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.P. de Klerk

Griffier

  • mr. S.B. Boekema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand