ECLI:NL:RBDHA:2026:11837

ECLI:NL:RBDHA:2026:11837

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer C/09/701896 / JE RK 26-475
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/701896 / JE RK 26-475

Datum uitspraak: 14 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Raad voor de Kinderbescherming regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad.

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

en

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. C.J. Berghout uit Den Haag,

en

[de (stief)vader] ,

hierna te noemen: de (stief)vader

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

beiden wonende in [woonplaats 1] .

De kinderrechter merkt als informanten aan:

in de zaak van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

in de zaak van [de minderjarige 2]

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

en

[de pleegvader] ,

hierna te noemen: de pleegvader,

hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders,

beiden wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

[naam 1] , namens de Raad;

[naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;

- de pleegvader.

De (stief)vader en de pleegmoeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de pleegmoeder wel juist zijn opgeroepen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door [de (stief)vader] .

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

[de minderjarige 1] woont bij de moeder.

[de minderjarige 2] woont bij de pleegouders.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn langdurig blootgesteld aan huiselijk geweld, middelengebruik en persoonlijke problematiek van de ouders. De Raad heeft zorgen over de opvoedvaardigheden van de ouders. Er is daarnaast ook sprake van relatieproblematiek tussen de ouders en er zijn financiële problemen. Hierdoor komen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tekort aan rust, voorspelbaarheid en emotionele veiligheid. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn beide getuige geweest van heftige escalaties tussen de ouders. [de minderjarige 1] draagt volwassen verantwoordelijkheden, neemt een ouderrol op zich en zijn schoolgang stagneert. Ook zijn er zorgen over zijn blowen. [de minderjarige 1] is moeilijk bereikbaar voor de hulpverlening. [de minderjarige 2] is kwetsbaar in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en heeft last van spanningsklachten en concentratieproblemen. Hij heeft een ontwikkelingsachterstand en volgt speciaal basisonderwijs. Ook laat [de minderjarige 2] trauma gerelateerde signalen zien. [de minderjarige 2] is op dit moment in het vrijwillig kader geplaatst bij de pleegouders en daar wordt gezien dat hij zich positief ontwikkelt in een stabiele en voorspelbare omgeving. De moeder zet zich wisselend in voor haar behandeling bij de Brijder en de (stief)vader staat op een wachtlijst bij de Waag voor agressieregulatie. ActiVite is al 1,5 jaar in het vrijwillig kader bij het gezin betrokken, maar de hulpverlening komt in het vrijwillig kader onvoldoende van de grond. Een ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is noodzakelijk gelet op de structurele en langdurige aard van de problematiek van de ouders. Ook is het noodzakelijk om de veiligheid in de thuissituatie blijvend te monitoren. De ouders kunnen [de minderjarige 2] in de thuissituatie niet de verzorging en opvoeding bieden die hij nodig heeft. Daarom is een machtiging tot uithuisplaatsing voor [de minderjarige 2] noodzakelijk.

4. De standpunten

Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzochte. De moeder geeft aan dat zij hard aan zichzelf werkt en zich actief inzet bij de Brijder om van haar verslavingsproblematiek af te komen. Zij vindt het belangrijk dat op korte termijn de juiste hulpverlening voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt ingezet. Die is tot nu toe onvoldoende van de grond gekomen. De moeder spreekt ter zitting haar dankbaarheid uit richting de pleegouders voor het (tijdelijk) opvangen van [de minderjarige 2] in het vrijwillig kader. De moeder heeft moeite met een uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in het gedwongen kader, maar begrijpt dat [de minderjarige 2] op dit moment niet thuis kan wonen. De moeder merkt daarbij op dat zij hoopt dat er door de gecertificeerde instelling actief wordt gewerkt aan thuisplaatsing.

Desgevraagd geeft de pleegvader aan dat hij en de pleegmoeder [de minderjarige 2] welwillend hebben opgevangen binnen hun gezin. De pleegouders dragen ook de zorg voor hun twee eigen kinderen en de pleegvader merkt op dat de impact op hun gezinsleven groot is. Daarom is het noodzakelijk dat [de minderjarige 2] wordt overgeplaatst naar een ander pleeggezin.

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De kinderrechter stelt vast dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De kinderrechter heeft grote zorgen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Zij groeien op in een thuissituatie waarin sprake is van huiselijk geweld, beide ouders te kampen hebben met ernstige problematiek en waarin beide kinderen getuige zijn van escalaties tussen beide ouders. De kinderen kunnen zich niet leeftijdsadequaat ontwikkelen en dragen verantwoordelijkheden die niet passen bij hun leeftijd. [de minderjarige 1] neemt al jarenlang in de thuissituatie een ouderrol op zich en ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de ruzies tussen de ouders op te lossen. Hij is vaak vermoeid en zijn schoolgang stagneert. Bovendien blowt [de minderjarige 1] en is hij moeilijk bereikbaar voor de hulpverlening. [de minderjarige 1] moet niet langer belast worden met volwassenzaken en de ruimte, ondersteuning en begrenzing krijgen die passen bij een 15-jarige jongen. Bovendien moet gekeken worden wat de impact van de afgelopen jaren op [de minderjarige 1] is geweest en moet hij passende hulp krijgen om dit te verwerken. [de minderjarige 2] maakt zich veel zorgen over de situatie thuis en hij heeft last van angsten. Ook [de minderjarige 2] vertoont tekenen van parentificatie en hij laat gedrag zien dat mogelijk voortkomt uit trauma’s. [de minderjarige 2] wordt hierdoor belemmerd in zijn identiteitsontwikkeling, zijn onderwijsontwikkeling en zijn emotionele zelfstandigheid. Het is nodig dat gekeken wordt naar de signalen van traumabelasting en eventuele onderliggende problematiek en dat daarvoor hulpverlening wordt ingezet. De ouders zijn welwillend, maar het lukt hen niet om de hulpverlening in het vrijwillig kader voldoende te accepteren en hiervan te profiteren. Zij zijn niet in staat om de zorgen en bedreigingen onder eigen verantwoordelijkheid duurzaam weg te nemen en de kinderen een stabiele en veilige opvoedomgeving te geven waarin zij tot een positieve ontwikkeling kunnen komen. Een betrokken jeugdbeschermer is daarom noodzakelijk. De gecertificeerde instelling kan de noodzakelijke hulpverlening inzetten voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de situatie blijvend monitoren. De kinderrechter stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Gelet op de leeftijd van [de minderjarige 2] en de ernstige zorgen over de thuissituatie, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [de minderjarige 2] uit huis wordt geplaatst. [de minderjarige 2] heeft behoefte aan een plek waar hij tot rust kan komen en waar hij structuur en veiligheid ervaart. Ook heeft [de minderjarige 2] (veel) begeleiding en aandacht nodig. De ouders zijn momenteel niet in staat om deze in voldoende mate in de thuissituatie aan [de minderjarige 2] te geven.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 14 april 2026 tot 14 april 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 14 april 2026 tot 14 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 23 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand