ECLI:NL:RBDHA:2026:11871

ECLI:NL:RBDHA:2026:11871

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer NL26.3332
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Nigeria, opvolgende asielaanvraag, Boko Haram, krantenartikel, brown envelope journalism, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3332

(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),

en

(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers gestelde problemen met Boko Haram ongeloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft zijn derde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld samen met zaak NL26.3333. De gemachtigde van de minister was aanwezig. Eiser en zijn gemachtigde zijn met vooraankondiging niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten en eisers eerdere procedures

3. Eiser is van Nigeriaanse Nationaliteit. Eiser heeft twee eerdere asielaanvragen gedaan. Daaraan legde hij – kort gezegd – ten grondslag dat hij was ontvoerd door Boko Haram, dat hij vervolgens is ontsnapt en gevlucht. Dit relaas is door de minister in beide procedures ongeloofwaardig bevonden. De ongegrondverklaring van eisers eerste aanvraag is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 3 juni 2016 in stand gebleven. Tegen deze uitspraak heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend. De afwijzing van eisers tweede asielaanvraag is bij uitspraak van 8 juli 2020 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) bevestigd. Eiser heeft op 30 mei 2023 zijn derde en onderhavige aanvraag ingediend.

Wat eiser aan zijn derde asielaanvraag ten grondslag legt

4. Eiser legt aan zijn derde asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft een krantenartikel overgelegd uit Nigeria. Het krantenartikel betreft een oproep (een ‘public notice’) waarin staat dat hij wordt vermist. Het artikel bevat ook een foto van eiser en is ingediend namens eisers familie door iemand genaamd [naam indiener]. Eiser betoogt onder verwijzing naar dit krantenartikel dat daaruit blijkt dat hij wordt gezocht door Boko Haram.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn, ook al heeft hij zijn identiteit niet met documenten onderbouwd. De minister stelt zich met betrekking tot het tweede asielmotief op het standpunt dat eiser zijn problemen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten en dat hij daarover niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. De minister vindt dit asielmotief daarom ongeloofwaardig en stelt zich op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst onvoldoende zijn voor verlening van een verblijfsvergunning. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen.

Heeft eiser zijn gestelde problemen met Boko Haram onderbouwd met objectieve documenten?

6. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het door hem overgelegde krantenartikel niet objectief is. Eiser wijst erop dat het een artikel is uit een landelijke krant waaruit volgt dat men naar eiser op zoek is.

Het betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser zijn aanvraag niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. De minister wijst er in dit kader terecht op dat uit het artikel zelf blijkt dat het een ‘public notice’ betreft met een vormvrije inhoud. Een ieder kan een dergelijke public notice opstellen en laten publiceren. Het betreft hier geen onderzoeksjournalistiek. Daarmee is de inhoud van het artikel niet objectief te verifiëren. Dat het volgens eiser een landelijke krant betreft doet daaraan niet af. Ter zitting heeft de minister nog gewezen op het feit dat het in Nigeria mogelijk is om tegen betaling bepaalde artikelen te laten publiceren. Het betreft hier zogenaamde ‘Brown Envelope Journalism’. De minister heeft daarbij gewezen op een eerdere uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 april 2025 waarin dat ook het geval was.

Heeft eiser samenhangend en aannemelijk verklaard over zijn gestelde problemen met Boko Haram?

7. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over zijn problemen met Boko Haram. Ten eerste werpt de minister eiser ten onrechte tegen dat hij niet kan verklaren wie [naam indiener] is. Daaruit blijkt volgens eiser juist dat er een voor eiser onbekende persoon naar hem op zoek is, wat zijn vrees voor terugkeer vergroot. Volgens eiser heeft de minister dit ten onrechte niet onderkend. De minister miskent volgens eiser dat de problemen met Boko Haram verband houden met het artikel. Daarbij is het volgens eiser onduidelijk waarom de door de minister geconstateerde fouten in het artikel maken dat het artikel minder geloofwaardig is.

Het betoog slaagt niet. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser in zijn eerdere asielprocedures ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn gestelde problemen met Boko Haram en dat het overgelegde artikel daarin geen verandering brengt. De minister neemt niet ten onrechte als uitgangspunt dat eisers verklaringen over zijn problemen met Boko Haram in zijn voorgaande asielprocedures ongeloofwaardig zijn gevonden. Verder is het artikel dat eiser heeft overgelegd niet objectief te verifiëren, omdat het een public notice betreft met een vormvrije inhoud. De rechtbank wijst op het onder 6.1. overwogene. Daarbij kan eiser zelf niets verklaren over de indiener van het artikel, [naam indiener], en blijkt uit het artikel zelf ook op geen enkele wijze dat Boko Haram naar eiser op zoek zou zijn.

De minister wijst er voorts niet ten onrechte op dat het artikel kennelijk op last van eisers familie in de krant is geplaatst, maar dat eiser in zijn voorgaande asielprocedure heeft verklaard dat slechts zijn broer nog in leven zou zijn, zodat onduidelijk blijft wie dan zijn familie is zoals benoemd in het artikel. Daarover heeft eiser geen inzicht kunnen verschaffen. Verder weet eiser niets concreets te verklaren over wie [naam indiener] is en over waarom hij een artikel over hem in een krant zou laten plaatsen.

De minister wijst er ook niet ten onrechte op dat de inhoud van het artikel ongerijmd is, nu het kennelijk een bericht betreft over de vermissing van eiser, maar dat in het artikel nergens contactgegevens zijn vermeld, zodat onduidelijk blijft wat het doel van het artikel is en aan wie het specifiek is gericht. In het gehoor opvolgende aanvraag is nog ter sprake gekomen dat in het artikel bepaalde informatie mist die, gezien eisers eerdere asielrelaas, bij Boko Haram bekend had moeten zijn. Zo wijst de minister erop dat eiser heeft verklaard dan hij in maart 2014 is ontsnapt bij Boko Haram, maar dat in het artikel staat dat hij in december 2013 voor het laatst in Nigeria is gezien. Eisers angst dat Boko Haram het artikel heeft laten plaatsen is dan ook op niets anders dan vermoedens gebaseerd. Eiser heeft ook in beroep niet beargumenteerd waarom hij denkt dat het artikel te maken heeft met Boko Haram.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van eisers aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.H.W. Bodt

Griffier

  • mr. R.C. Lubbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand