ECLI:NL:RBDHA:2026:11886

ECLI:NL:RBDHA:2026:11886

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer NL26.6867
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vierde asielaanvraag; buiten behandeling gesteld; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6867

(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick),

en

(gemachtigde: mr. D. Post).

1. Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling stellen van de opvolgende asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de asielaanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft, na drie eerdere procedures, op 28 januari 2026 een vierde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 januari 2026 deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Het eerder uitgereikte terugkeerbesluit blijft gehandhaafd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere procedures

3. Eiser heeft op 21 februari 2020 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 8 juni 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij aan eiser een terugkeerbesluit is opgelegd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Het beroep is gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen zijn in stand gelaten. Op 30 mei 2024 heeft eiser voor de tweede keer asiel aangevraagd. Deze aanvraag is bij besluit van 28 juni 2024 kennelijk ongegrond verklaard. Op 27 juni 2025 heeft eiser voor de derde keer asiel aangevraagd. Deze aanvraag is op 15 juli 2025 buiten behandeling gesteld, omdat het M35-O formulier niet volledig en duidelijk was ingevuld. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, en dit beroep is op 30 oktober 2025 gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen zijn in stand gelaten.

Het bestreden besluit

4. Eiser heeft op 28 januari 2026 voor de vierde keer asiel aangevraagd. De minister heeft de opvolgende asielaanvraag opnieuw buiten behandeling gesteld, omdat eiser het M35-O formulier ook deze keer niet (volledig) heeft ingevuld. Daarmee heeft eiser nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.

Heeft de minister de asielaanvraag terecht buiten behandeling gesteld?

5. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Hij voert aan dat hij geen hulp heeft gekregen bij het invullen van het M35-O formulier en dat hem daarvoor slechts één dag de tijd is gegeven. Volgens eiser heeft de minister geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en is het onredelijk dat hem niet meer tijd is gegeven. Eiser voert aan dat hij wil worden gehoord en dat zijn aanvraag inhoudelijk behandeld moet worden.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank merkt op dat eiser deze beroepsgrond eerder heeft aangevoerd in de beroepsprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van 30 oktober 2025. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister de asielaanvraag buiten behandeling mocht stellen, omdat eiser het formulier M35-O niet (volledig) had ingevuld. Daarbij is ook overwogen dat eiser bij een opvolgende aanvraag in beginsel zelf het moment van indienen bepaalt, zodat van hem mag worden verwacht dat hij de aanvraag volledig indient. De rechtbank verwijst in dit verband dan ook naar rechtsoverwegingen 6 tot en met 8 van die uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om nu anders te oordelen. Eiser betwist niet dat hij het formulier opnieuw niet (volledig) heeft ingevuld. Volgens de rechtbank heeft eiser onvoldoende onderbouwd waarom hij daar meer tijd voor nodig had. De enkele verwijzing naar financiële omstandigheden is daarvoor onvoldoende. Gelet op paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) mocht de minister een korte termijn hanteren voor het completeren van de asielaanvraag, nu eiser eerder een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend die buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Vw 2000.

Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Algerije?

6. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Hij voert aan dat hij daar niemand heeft, omdat zijn ouders niet zijn echte ouders zijn. Ook voert hij aan dat hij is bedreigd en met een mes is aangevallen. Verder wijst hij op verschillende rapporten waaruit blijkt dat vreedzame activisten en journalisten in Algerije worden gevangengenomen en met schijnprocessen worden veroordeeld. Volgens eiser wordt alle oppositie van de (nieuwe) president van Algerije neergeslagen. Tot slot voert hij aan dat Algerije niet meer op de lijst veilige landen staat.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank merkt op dat ook deze beroepsgrond eerder is aangevoerd in de beroepsprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van 30 oktober 2025. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat eiser zijn gestelde risico onvoldoende heeft geconcretiseerd en onderbouwd. De enkele verwijzing naar de algemene situatie in Algerije en het feit dat Algerije niet langer op de lijst van veilige landen van herkomst staat, is onvoldoende om een schending van artikel 3 van het EVRM aan te nemen. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverwegingen 14 en 15 van die uitspraak. De rechtbank ziet in wat eiser in deze procedure aanvoert, geen aanleiding om anders te oordelen. De minister heeft op de zitting erkend dat de motivering in het bestreden besluit op dit punt beknopt is, maar heeft toegelicht dat deze procedure in essentie gelijk is aan de vorige procedure. De rechtbank heeft zich toen in de uitspraak van 30 oktober 2025 al uitgelaten over de aangevoerde omstandigheden van eiser, en geoordeeld dat deze zonder nadere concretisering niet leiden tot een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Nu eiser in deze procedure geen nieuwe, op zijn persoon toegespitste feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht en niet heeft onderbouwd waarom de algemene situatie in Algerije voor hem tot een ander oordeel moet leiden, mocht de minister in het bestreden besluit volstaan met een beknopte motivering. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.

Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A. van Hoof

Griffier

  • mr. I.S. Pruijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand