RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Gouda
NAV/b
Zaak-/rolnr.: 11884356 EL EXPL 25-3
30 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Dexia,
gemachtigde: USG Legal Professionals,
tegen
[gedaagde partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 september 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis;
- de conclusie van dupliek;
- de akte wijziging van eis.
Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.
2. De feiten
[gedaagde partij] heeft de volgende effectenleaseovereenkomsten ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:
Contractnummer
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer 1]
14 december 1999
Legio I.B.* Plan
II.
[nummer 2]
14 december 1998
WinstVerDriedubbelaar
Dexia heeft met betrekking tot de effectenleaseovereenkomsten een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald?
I.
13 december 2004
- € 1.126,84
Nee
II.
11 december 2001
€ 767,21
N.v.t.
In een brief van 6 december 2024 heeft Dexia [gedaagde partij] laten weten tot afronding van het dossier te willen komen. In dat kader heeft Dexia voorgesteld de restschuld kwijt te schelden en een coulancevergoeding van € 1.000,00 aan [gedaagde partij] te voldoen. Hierop heeft [gedaagde partij] niet gereageerd.
In een brief van 16 juni 2025 heeft Dexia [gedaagde partij] nogmaals uitgenodigd om in gesprek te gaan en te onderzoeken of partijen tot afronding van het dossier konden komen. [gedaagde partij] heeft niet (tijdig) gereageerd. Partijen zijn dus niet tot afronding van het dossier gekomen.
3. Het geschil
Dexia vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [gedaagde partij] gesloten effectenleaseovereenkomsten met contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] , na het betalen van een bedrag van € 1.000,00, aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [gedaagde partij] verschuldigd is.
[gedaagde partij] voert verweer tegen de vordering. [gedaagde partij] voert aan dat hij vanwege ernstige gezondheidsproblemen niet in staat was binnen de door Dexia gestelde termijn op haar aanbod te reageren. [gedaagde partij] verzoekt Dexia het eerder in haar brief van 6 december 2024 gedane aanbod te heropenen, dan wel een voorstel te doen onder gelijke voorwaarden.
4. De beoordeling
Dexia heeft, gelet op het verweer van [gedaagde partij] , tweemaal haar eis gewijzigd. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] daarmee, zoals hij in de conclusie van antwoord ook aan Dexia heeft verzocht, in de situatie komt te verkeren alsof hij het op 6 december 2024 gedane aanbod zou hebben geaccepteerd. Uit de stellingen van [gedaagde partij] volgt voldoende dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. De kantonrechter zal de gewijzigde vordering dan ook toewijzen.
Dexia maakt geen aanspraak (meer) op vergoeding van de proceskosten. Daarom zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat Dexia, na de betaling van een bedrag van € 1.000,00 aan [gedaagde partij] , met betrekking tot de tussen haar en [gedaagde partij] gesloten overeenkomsten van effectenlease met de contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [gedaagde partij] verschuldigd is;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.W. Schippers, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2026.