Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 12 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Todorov te Maasdijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 5 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, beiden bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de kinderbescherming (de Raad) is verschenen [naam] .
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:
- te bepalen dat de beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 november 2024 wordt gewijzigd ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat:
- [minderjarige] verblijft om het weekend (in de even weken) van donderdag na werktijd resp. schooltijd tot zondagavond 18.30 uur (0-7 jaar), resp. 19.00 uur (7-10 jaar), resp. 19.30 (10-12 jaar) resp. 20.00 uur (12-14 jaar), afhankelijk van de leeftijd van [minderjarige] ;
- [minderjarige] verblijft de iedere week van dinsdag na werktijd tot dinsdagavond 18:30 uur (0 —7 jaar) resp. 19:00 uur (7 -10 jaar) resp. 19:30 uur (10 -12 jaar) resp. 20:00 uur ( 12 — 14 jaar), afhankelijk van de leeftijd van [minderjarige] ;
- [minderjarige] verblijft donderdag na werktijd, voor zover hij niet het weekend bij de vader verblijft, tot donderdagavond 18:30 uur (0 — 7 jaar) resp. 19:00 uur (7 -10 jaar) resp. 19:30 uur (10 -12 jaar) resp. 20:00 uur(12 — 14 jaar), afhankelijk van de leeftijd van [minderjarige] ;
- de vakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld conform randnummer 4.1 van het verweerschrift;
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
- Zij zijn de ouders van het volgende kind:
- - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 29 november 2024 is – voor zover van belang voor deze procedure – bepaald dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:
- iedere week van woensdagmiddag 15.00 uur en zodra [minderjarige] geen middagslaapje meer doet vanaf het moment dat de vader klaar is met werken tot woensdagavond 18.15 uur, waarbij de vader [minderjarige] zal ophalen bij de schoonzus van de moeder en [minderjarige] bij de vader zal avondeten en de vader [minderjarige] naar de moeder zal terugbrengen:
- om de week van vrijdagmiddag tot zondagavond 18.30 uur, waarbij [minderjarige] bij de vader zal avondeten en de vader [minderjarige] naar de moeder zal terugbrengen;
- de helft van de schoolvakanties:
- de helft van de feestdagen, waaronder Eerste Kerstdag van 10.30 uur tot Tweede Kerstdag 11.30 uur/12.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] op Eerste Kerstdag bij de moeder zal ophalen en [minderjarige] op Tweede Kerstdag naar de moeder zal terugbrengen.
Beoordeling
Wijziging kinderalimentatie
Door de vader is kort voor de zitting een zelfstandig verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie gedaan. Dit verzoek is door de rechtbank afgesplitst en zal worden behandeld onder zaaknummer C/09/700689 / FA RK 26/2141. De rechtbank zal in deze beschikking dan ook geen beslissing nemen op dit verzoek.
Wijziging zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
Doordeweekse dag
[minderjarige] verblijf op dit moment op woensdagmiddag bij de vader. Beide ouders verzoeken deze regeling te wijzigen. Hoewel in het verzoekschrift is benoemd dat de wens van de moeder om de zorgregeling ten aanzien van de woensdag te wijzigen samenhangt met haar werk, is op de zitting gebleken dat haar wens is ingegeven vanuit haar zorg dat de vader niet in staat is om [minderjarige] op te halen als hij straks naar school gaat. Deze zorg is ontstaan doordat ouders niet met elkaar communiceren en de vader in het verleden meerdere keren heeft aangegeven [minderjarige] niet te kunnen ophalen op bepaalde tijdstippen vanwege zijn werk. Gedurende de zitting heeft de moeder haar standpunt bijgesteld en heeft zij toegezegd dat de huidige regeling in stand kan blijven, mits de vader ervoor zorgt dat [minderjarige] op tijd wordt opgehaald. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader ervoor zorgt dat er altijd iemand aanwezig is om [minderjarige] op te halen op school. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling ten aanzien van de woensdagmiddag afwijzen. Ook het verzoek van de vader tot wijziging van de doordeweekse regeling zal de rechtbank afwijzen. Niet is gebleken dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die maken dat de regeling gewijzigd dient te worden. Het enkele feit dat de vader nu op de vrijdag ouderschapsverlof heeft, maakt niet dat sprake is van gewijzigde omstandigheden.
Wellicht ten overvloede, maar om miscommunicatie te voorkomen, ziet de rechtbank aanleiding om te bevestigen dat de huidige zorgregeling derhalve in stand blijft. Dit betekent dat [minderjarige] in de oneven weken van vrijdagmiddag tot zondagavond 18.30 uur bij de vader is, waarbij hij bij de vader eet en de vader hem weer terugbrengt naar de moeder. Daarnaast is [minderjarige] iedere woensdagmiddag (uit school) bij de vader. In de beschikking van 29 november 2024 is bepaald dat [minderjarige] op woensdag om 18.15 uur bij de moeder terug is. Nu partijen het eens zijn en om in gelijke pas met de zondagavond te lopen, zal [minderjarige] voortaan om 18.30 uur terug bij de moeder zijn, waarbij [minderjarige] bij de vader eet en de vader hem weer terugbrengt naar de moeder. De ouders zijn het erover eens dat het tijdstip waarop de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder zal verschuiven naar later naar mate [minderjarige] ouder wordt, te weten: 18.30 uur tot 7 jaar, 19.00 uur van 7 tot 10 jaar, 19.30 uur van 10 tot 12 jaar en 20.00 uur van 12 tot 14 jaar.
Feestdagen en vakanties
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen is bij beschikking van 29 november 2024 enkel bepaald dat [minderjarige] gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de man zal verblijven, met een specifieke verdeling van de kerstdagen. Gebleken is dat het partijen niet lukt om in onderling overleg de feestdagen en vakanties te verdelen en de moeder verzoekt daarom om een concrete verdeling vast te stellen. Ook de vader verzoekt om de verdeling van de feestdagen en vakanties conform zijn voorstel vast te stellen. De rechtbank overweegt als volgt.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat partijen het eens zijn over de verdeling van de zomervakanties vanaf 2027, als [minderjarige] naar school gaat, en een afwijkende verdeling van de zomervakantie 2026. Ook zijn partijen het erover eens dat de vakanties beginnen op vrijdag uit school. Verder is gebleken dat partijen het eens zijn over de verdeling van de meivakantie, oud en nieuw, hemelvaart, koningsdag, Moederdag en Vaderdag en Sinterklaas. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.
Ten aanzien van de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie zal de rechtbank het voorstel van de vader volgen. Gebleken is dat het voorstel van de moeder is ingegeven vanuit het gebrek aan zicht op het werkrooster van de vader. Zoals hiervoor reeds overwogen ten aanzien van de woensdagmiddag, gaat de rechtbank ervan uit dat de vader ervoor zorgt dat er opvang beschikbaar is als hij zelf niet voor [minderjarige] kan zorgen.
Ook ten aanzien van de kerstvakantie zal de rechtbank het voorstel van de vader volgen, met dien verstande dat voor de kerstdagen de huidige regeling in stand blijft. Dit betekent dat [minderjarige] op 24 december om 15.00 uur naar de moeder gaat voor zover hij dan niet al bij haar is. De rechtbank ziet geen reden om de huidige verdeling van de kerstdagen te wijzigen.
Ten aanzien van Pasen en Pinksteren volgt de rechtbank het voorstel van de moeder, nu gebleken is dat het voorstel van de vader aansluit bij de door hem verzochte doordeweekse regeling en hij derhalve beschikbaar zal zijn voor [minderjarige] .
De ouders zijn het eens over de verdeling van Koningsdag, maar verschillen van mening over hoe ermee om moet worden gegaan wanneer Koningsdag in een vakantie valt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de verdeling van de vakantie voorgaat, wanneer Koningsdag in een vakantie valt, zodat de ouder bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft desgewenst met hem op vakantie kan gaan.
Ten aanzien van de verjaardag van [minderjarige] en de verjaardagen van de ouders zal de rechtbank het voorstel van de vader volgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de verjaardagen van overige familieleden te verdelen, zodat op deze verjaardagen in beginsel de reguliere zorgregeling geldt. Het staat de ouders vrij om afwijkende afspraken te maken, wanneer zij dat wensen.
Het verzoek van de moeder om te bepalen dat er een compensatie zal worden gegeven voor eventuele gemiste weekenden door de vakantieregeling zal de rechtbank afwijzen. Een compensatieregeling zal voor veel onrust en onregelmatigheden zorgen en dat acht de rechtbank niet in het belang van [minderjarige] .
Mediation
Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat het partijen niet lukt om in onderling overleg nadere invulling te geven aan de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling. De onenigheid ontstaat vooral omdat de moeder wil invullen hoe de vader zijn tijd met [minderjarige] moet doorbrengen en omdat de vader niet met de moeder communiceert. Op de zitting is daarom met partijen besproken dat de moeder moet leren om los te laten en de vader moet leren om met de moeder te communiceren. Partijen hebben aangegeven hieraan te willen werken met een mediator. De rechtbank zal partijen daarom verwijzen naar de bij hen bekende mediator. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, benadrukt de rechtbank dat het niet de bedoeling is dat partijen in mediation gaan werken aan het invullen van de zorgregeling. Het is wel de bedoeling dat partijen leren op een constructieve wijze met elkaar te communiceren.
Inloggegevens kinderopvang
De vader verzoekt te bepalen dat de moeder hem de inloggegevens voor de kinderopvang van [minderjarige] dient te verstrekken. Op de zitting is gebleken dat de opvang recent is overgestapt op een nieuw systeem en dat de inloggegevens niet werken. Door de moeder is toegezegd dat zij de nieuwe gegevens aan de vader zal verstrekken na de zitting. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder inmiddels de gegevens heeft verstrekt. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen wegens gebrek aan belang.
Proceskosten
De moeder verzoekt de vader te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelt voorop dat in procedures van familierechtelijke aard de proceskosten doorgaans gecompenseerd worden, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Hier wordt slechts van afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank is niet gebleken dat er sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden, dat een proceskostenveroordeling op zijn plaats zou zijn. De rechtbank zal daarom het door de moeder gedane verzoek ten aanzien van de proceskosten afwijzen en bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 29 november 2024 – :
*
bepaalt in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [minderjarige] bij de vader
zal zijn:
- iedere week van woensdagmiddag (uit school) tot woensdagavond 18.30 uur, waarbij [minderjarige] bij de vader eet en de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder:
- in de oneven weken van vrijdagmiddag tot zondagavond 18.30 uur, waarbij [minderjarige] bij de vader zal avondeten en de vader [minderjarige] naar de moeder zal terugbrengen, waarbij geldt dat het tijdstip van terugbrengen zal verschuiven naar later naar mate [minderjarige] ouder wordt, te weten: 18.30 uur tot 7 jaar, 19.00 uur van 7 tot 10 jaar, 19.30 uur van 10 tot 12 jaar en 20.00 uur van 12 tot 14 jaar;
*
bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld, vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat:
- zomervakantie: in 2026 geldt dat [minderjarige] bij de moeder is van 28 augustus tot en met 11 september 2026 en bij de vader van 18 september tot en met 4 oktober 2026 en met ingang van 2027 is [minderjarige] de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij de vakantie begint op vrijdag uit school en het wisselmoment op zondag plaatsvindt;
- herfstvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- kerstvakantie: eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader, waarbij [minderjarige] op 24 december om 15.00 uur bij de moeder is voor zover hij niet al bij haar is volgens de vakantieregeling en waarbij [minderjarige] op Eerste Kerstdag van 10.30 uur tot Tweede Kerstdag 11.30/12 uur bij de vader is, voor zover hij niet al volgens de vakantieregeling bij de vader is en waarbij de vader [minderjarige] bij de moeder zal ophalen en hem weer terugbrengt;
- voorjaarsvakantie: oneven jaren bij de vader, even jaren bij de moeder;
- meivakantie: even jaren de eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader en oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
- Pasen: volgens de reguliere zorgregeling, het weekend eindigt op maandag in plaats van zondag;
- Hemelvaart: oneven jaren is [minderjarige] bij de vader, even jaren is [minderjarige] bij de moeder, wanneer Hemelvaart in een vakantie valt, is de vakantieregeling leidend;
- Pinksteren: volgens de reguliere zorgregeling, het weekend eindigt op maandag in plaats van zondag;
- Koningsdag: in de oneven jaren is [minderjarige] bij de vader, in de even jaren is [minderjarige] bij de moeder, wanneer Koningsdag in een vakantie valt is de vakantieregeling leidend;
- Sinterklaas: in de oneven jaren is [minderjarige] bij de vader, in de even jaren is [minderjarige] bij de moeder, [minderjarige] wordt opgehaald uit school en wordt om 18.30 uur teruggebracht naar de moeder of naar de vader, als het in het weekend van vader valt;
- Oud en Nieuw: oneven jaren bij de vader, even jaren bij de moeder, vader haalt [minderjarige] op om 18.00 uur (als 31 december in het weekend valt dan 12.00 uur) en brengt [minderjarige] terug bij de moeder op 1 januari om 18.30 uur;
- Moederdag: bij de moeder, als het in het weekend van vader valt brengt de vader [minderjarige] om 10.00 uur naar de moeder;
- Vaderdag: bij de vader, als het in het weekend van de moeder valt brengt de moeder [minderjarige] om 10.00 uur naar de vader en brengt de vader [minderjarige] om 18.30 uur weer terug bij de moeder;
- verjaardag [minderjarige]: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader, waarbij [minderjarige] zowel de dag zelf als de opvolgende nacht bij de betreffende ouder is;
- verjaardag ouders: [minderjarige] is bij de jarige ouder op de dag zelf en de opvolgende nacht;
waarbij geldt dat het tijdstip van terugbrengen verschuiven naar later naar mate [minderjarige] ouder wordt, te weten: 18.30 uur tot 7 jaar, 19.00 uur van 7 tot 10 jaar, 19.30 uur van 10 tot 12 jaar en 20.00 uur van 12 tot 14 jaar;
*
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te werken aan de communicatie onderling;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.