ECLI:NL:RBDHA:2026:11967

ECLI:NL:RBDHA:2026:11967

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer C/09/698828 / FA RK 26-1041
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Toevertrouwing minderjarige, zorgregeling en kinderalimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 2 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.L. Schipper-Heikens te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.V. van der Bom te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;

- het F9-formulier van 13 maart 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen.

Op 17 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de man, bijgestaan door mr. A.G. de Jong, waarnemend kantoorgenoot van zijn

advocaat;

- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op [datum] 2023 te [plaats].

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .

- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .

Verzoek en verweer

De vrouw heeft verzocht:

- te bepalen dat [minderjarige] voorlopig zal worden toevertrouwd aan de vrouw;

- een voorlopige zorgregeling vast te stellen zoals uiteengezet onder posita 43, dan wel posita 44 wanneer [minderjarige] niet aan de vrouw zal worden toevertrouwd, in die zin:

- [minderjarige] is bij de man van zondagochtend 09.00 uur tot woensdagochtend naar de kinderopvang, dan wel 09.00 uur;

- subsidiair, voor het geval [minderjarige] niet aan een van de ouders wordt toevertrouwd of aan de man wordt toevertrouwd: [minderjarige] is bij de vrouw van woensdag uit de kinderopvang dan wel 09.00 uur tot zondagochtend 09.00 uur;

- te bepalen dat de man met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift voorlopig gehouden is om per vooruitbetaling een bedrag ter hoogte van € 165,- per maand aan de vrouw te voldoen als bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige] ;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht:

- te bepalen dat [minderjarige] voorlopig aan de man zal worden toevertrouwd;

- te bepalen dat er een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal

gelden, waarbij [minderjarige] de ene week van maandagochtend 09.00 uur tot maandagochtend 09.00 uur bij de man zal verblijven in de woning aan [adres] en waarbij [minderjarige] in die week van woensdag na de opvang tot 19.00 uur bij de vrouw zal verblijven, en de andere week van maandag 09.00 uur tot maandag 09.00 uur bij de vrouw zal verblijven in de woning aan [adres] en waarbij [minderjarige] in die week van woensdag na de opvang tot 19.00 uur bij de man zal verblijven;

- te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van indiening van het inleidend

verzoekschrift tot het treffen van voorlopige voorzieningen, dan wel met ingang van de datum van de beschikking, dan wel met ingang van een nader door de rechtbank te bepalen datum, gehouden is om voorlopig maandelijks bij vooruitbetaling een bedrag aan de man te voldoen van € 310,00 als bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige] .

De vrouw heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de vrouw haar verzoeken gewijzigd en verzoekt nu:

primair:

- te bepalen dat [minderjarige] voorlopig zal worden toevertrouwd aan de vrouw;

- een voorlopige zorgregeling vast te stellen op basis waarvan [minderjarige] bij de man is:

- wekelijks van zondagavond 19.00 uur tot woensdag naar de opvang, dan wel 09.00 uur;

- om de week van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.00 uur;

- op Vaderdag en de verjaardag van de man, waarbij [minderjarige] bij de vrouw is op Moederdag en haar verjaardag;

- in de even jaren op Tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag, Tweede Kerstdag en oud en nieuw, waarbij [minderjarige] op Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Eerste Kerstdag bij de vrouw verblijft en in de oneven jaren andersom;

- waarbij ouders beiden de mogelijkheid krijgen om een dagdeel met [minderjarige] te zijn op zijn verjaardag;

- waarbij [minderjarige] in week 46 van 2026 bij de vrouw zal verblijven en ouders beiden de mogelijkheid hebben om minimaal vier losse weken per jaar met [minderjarige] op vakantie te gaan;

- de man met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift voorlopig gehouden is om per vooruitbetaling een bedrag ter hoogte van € 249,- per maand, dan wel een datum als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht, aan de vrouw te voldoen als bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige] ;

subsidiair:

- een voorlopige zorgregeling vast te stellen op basis waarvan [minderjarige] bij de man is:

- wekelijks van zondagochtend 09.00 uur tot woensdagochtend 09.00 uur;

- op Vaderdag en de verjaardag van de man, waarbij [minderjarige] bij de vrouw is op Moederdag en haar verjaardag;

- in de even jaren op Tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag, Tweede Kerstdag en oud en nieuw, waarbij [minderjarige] op Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Eerste Kerstdag bij de vrouw verblijft en in de oneven jaren andersom;

- waarbij ouders beiden de mogelijkheid krijgen om een dagdeel met [minderjarige] te zijn op zijn verjaardag;

- waarbij [minderjarige] in week 46 van 2026 bij de vrouw zal verblijven en ouders beiden de mogelijkheid hebben om minimaal vier losse weken per jaar met [minderjarige] op vakantie te gaan;

meer subsidiair (wanneer [minderjarige] voorlopig aan de man wordt toevertrouwd):

- een voorlopige zorgregeling vast te stellen op basis waarvan [minderjarige] bij de vrouw is:

- wekelijks van woensdag uit de opvang, dan wel 19.00 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur;

- om de week van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.00 uur;

- op Moederdag en de verjaardag van de vrouw, waarbij [minderjarige] bij de man is op Vaderdag en zijn verjaardag;

- in de oneven jaren (de rechtbank begrijpt: de even jaren) op Tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag, Tweede Kerstdag en oud en nieuw, waarbij [minderjarige] op Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Eerste Kerstdag bij de man verblijft en in de oneven jaren andersom;

- waarbij ouders beiden de mogelijkheid krijgen om een dagdeel met [minderjarige] te zijn op zijn verjaardag;

- waarbij [minderjarige] in week 46 van 2026 bij de vrouw zal verblijven en ouders beiden de mogelijkheid hebben om minimaal vier losse weken per jaar met [minderjarige] op vakantie te gaan.

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Voorlopige toevertrouwing

Standpunt vrouw

De vrouw heeft verzocht om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De vrouw heeft aangegeven dat [minderjarige] nog is ingeschreven op het adres van de man. De vrouw wil [minderjarige] kunnen inschrijven op het adres van haar ouders, waar zij momenteel verblijft. Daartoe heeft de vrouw gesteld dat de vrouw tijdens de relatie van partijen alle praktische aangelegenheden voor [minderjarige] regelde. De vrouw acht het in het belang van [minderjarige] dat zij dit kan voortzetten. Het is dan ook van belang dat de vrouw de toeslagen en kinderbijslagen voor [minderjarige] ontvangt.

Standpunt man

De man heeft zich verzet tegen het verzoek van de vrouw en heeft verzocht om [minderjarige] aan hem toe te vertrouwen. Hij heeft betwist dat de vrouw degene was die alles voor [minderjarige] regelde. Bovendien heeft de man gesteld dat het niet logisch zou zijn om [minderjarige] in te schrijven op het adres van de ouders van de vrouw, omdat vaststaat dat [minderjarige] hier niet permanent zal blijven wonen, aangezien de vrouw op zoek zal gaan naar eigen woonruimte.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. De man en de vrouw hebben beiden verzocht om toevertrouwing van [minderjarige] aan de man respectievelijk de vrouw. De vrouw woont op dit moment bij haar ouders. Nu de woonsituatie van de vrouw niet bestendig is en [minderjarige] momenteel al staat ingeschreven bij de man, acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat hij aan de man wordt toevertrouwd. De rechtbank zal aldus bepalen en het verzoek van de vrouw te dien aanzien afwijzen.

Voorlopige zorgregeling

Standpunt vrouw

De vrouw heeft, voor het geval [minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd, verzocht een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] wekelijks van woensdag uit de opvang, dan wel 19.00 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur en om de week van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.00 uur bij de vrouw verblijft. Daarbij heeft de vrouw een verdeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen verzocht. De vrouw heeft aangegeven dat de man het haar niet toestaat om [minderjarige] bij de ouders van de vrouw te laten overnachten. De omgang tussen de vrouw en [minderjarige] vindt nu voornamelijk in de woning van de man plaats. Dit is naar mening van de vrouw niet langer houdbaar. Daartoe heeft de vrouw aangevoerd dat [minderjarige] meerdere malen getuige is geweest van discussies tussen de ouders. Dit is niet in het belang van [minderjarige] . Het is van belang dat de overdrachtsmomenten tussen de ouders tot een minimum worden beperkt om spanningen tussen de ouders te voorkomen. De vrouw heeft gesteld dat het in het belang van [minderjarige] is dat het contact tussen haar en [minderjarige] in de woning van de ouders van de vrouw kan plaatsvinden. [minderjarige] heeft daar een eigen slaapplek.

Standpunt man

De man heeft zich verzet tegen de zorgregeling die de vrouw voorstaat. Hij heeft een zorgregeling verzocht, waarbij [minderjarige] de ene week van maandagochtend 09.00 uur tot maandagochtend 09.00 bij de man zal verblijven en [minderjarige] in die week van woensdag na de opvang tot 19.00 uur bij de vrouw zal verblijven. In de andere week zal [minderjarige] van maandag 09.00 uur tot maandag 09.00 uur bij de vrouw verblijven in de woning van de man en zal [minderjarige] in die week van woensdag na de opvang tot 19.00 uur bij de man verblijven. De man heeft aldus een regeling van birdnesting voorgesteld, waarbij de man en de vrouw afwisselend in de woning van de man verblijven. De man heeft aangegeven dat hij het in het belang van [minderjarige] acht dat er voorlopig wordt ingezet op rust en stabiliteit voor [minderjarige] . De man is ook van mening dat [minderjarige] voorlopig een vaste slaapplek moet hebben. Sinds zijn geboorte verblijft [minderjarige] in de voormalige echtelijke woning. De man wil daarom dat het contact tussen de vrouw en [minderjarige] in die woning plaatsvindt.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Beide partijen zijn het erover eens dat de zorg voor [minderjarige] gelijk tussen de ouders moet worden verdeeld. In geschil is echter hoe die verdeling moet worden vormgegeven. Zoals op de zitting is besproken, acht de rechtbank een week-op-week-af-regeling, zoals verzocht door de man, niet in het belang van [minderjarige] . De rechtbank overweegt dat [minderjarige] nog jong is en in een week-op-week-af-regeling de andere ouder te lang niet zou zien. Het door de man voorgestelde contact met de andere ouder op woensdag uit de opvang tot 19.00 uur acht de rechtbank te kort voor [minderjarige] om bij die ouder te kunnen landen. Daarbij constateert de rechtbank dat een regeling van birdnesting niet werkbaar is. Daarvoor is nodig dat er sprake is van een voldoende werkbare verhouding tussen de ouders, waarvan in dit geval geen sprake is. De vrouw heeft haar weerstand tegen birdnesting voldoende gemotiveerd. De rechtbank acht die weerstand invoelbaar. Bovendien is onvermijdelijk dat [minderjarige] wordt geconfronteerd met twee opvoedsituaties als gevolg van de scheiding van zijn ouders. De rechtbank ziet geen aanleiding om te bepalen dat het contact tussen de vrouw en [minderjarige] in de woning van de man plaatsvindt. De rechtbank merkt op dat het de vrouw dus is toegestaan om met [minderjarige] in het huis van haar ouders te verblijven. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de voorlopige reguliere zorgregeling zoals verzocht door de vrouw in het belang van [minderjarige] . De rechtbank zal dus bepalen dat [minderjarige] de ene week van woensdag uit de opvang dan wel 19.00 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur en de andere week van woensdag uit de opvang dan wel 19.00 uur tot zondagavond 19.00 uur bij de vrouw zal verblijven. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij momenteel op donderdag met [minderjarige] naar zwemles gaat. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders onderling afspraken maken over de zwemles op donderdag dan wel de zwemles zullen verplaatsen naar een andere dag.

Verder overweegt de rechtbank dat de vrouw een verdeling van de vakanties en feestdagen heeft verzocht, welke neerkomt op een verdeling bij helfte. Daarbij heeft de vrouw aangegeven dat zij in week 46 van 2026 met [minderjarige] op vakantie wil gaan en zij dan met haar familie naar [land] zal afreizen om familie aldaar te bezoeken. De vrouw heeft verzocht te bepalen dat [minderjarige] deze week bij haar verblijft. Nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet en de man de verzoeken van de vrouw niet heeft weersproken, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.

De rechtbank zal de voorlopige reguliere zorgregeling en regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen vaststellen als na te melden. Het meer of anders verzochte te dien aanzien zal de rechtbank afwijzen.

Voorlopige kinderalimentatie

Beide partijen hebben verzocht een door de andere partij te betalen kinderalimentatie vast te stellen. De vrouw heeft aangegeven dat zij alle praktische zaken voor [minderjarige] regelde. Zoals hiervoor overwogen zal [minderjarige] aan de man worden toevertrouwd. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de financiering van de verblijfsoverstijgende kosten van [minderjarige] voortaan voor rekening van de man zal komen. De rechtbank zal daarom een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie vaststellen.

Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Ingangsdatum

De rechtbank zal de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 2 april 2026.

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun samenleving worden bepaald. De rechtbank zal de behoefte berekenen aan de hand van de tarieven 2025-II, omdat de ouders eind 2025 uit elkaar zijn gegaan.

Partijen zijn het niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een winst uit onderneming van de man van € 20.958,- bruto per jaar in 2025, zoals blijkt uit de door de man overgelegde jaarstukken over 2025. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 1.684,- per maand in 2025. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

Voor het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 36.480,- bruto per jaar in 2025 en 8% vakantietoeslag, zoals blijkt uit de door de vrouw overgelegde salarisspecificaties over oktober tot en met december 2025.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.763,- per maand in 2025. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2025 dus € 4.447,- per maand (€ 1.684,- + € 2.763,-). Op basis van dit NBGI hadden partijen recht op een kindgebonden budget van € 114,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 623,- per maand voor [minderjarige] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 652,- per maand.

Draagkracht

De behoefte van [minderjarige] moet door de ouders worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. De financiële draagkracht van de ouders dient conform de aanbevelingen uit het rapport in beginsel te worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI - (0,3 x NBI + 1.365)].

Draagkracht man

Partijen zijn het niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. De man heeft gesteld dat moet worden uitgegaan van zijn inkomen over 2025. De vrouw heeft zich hiertegen verzet. De vrouw heeft aangevoerd dat het inkomen van de man in 2024 aanzienlijk hoger was dan in 2025. De vrouw acht het daarom niet redelijk om uit te gaan van de financiële gegevens over 2025. Daarbij heeft zij aangegeven dat de man er zelf voor heeft gekozen om in 2025 als zzp’er te werken en hij bewust minder heeft gewerkt om voor [minderjarige] te zorgen. Deze inkomensdaling moet niet voor rekening van [minderjarige] komen. De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat moet worden uitgegaan van het inkomen van de man in 2024.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een aanzienlijke daling van het inkomen van de man in 2025 ten opzichte van 2024. De vrouw heeft gesteld dat de man al een aantal opdrachten voor 2026 heeft ontvangen, waaronder een opdracht met een omzet van € 40.000,-. Ter onderbouwing van haar stelling heeft de vrouw appcorrespondentie tussen partijen overgelegd. Gelet op de daling van het inkomen van de man en nu de verwachtingen met betrekking tot de winst van de man over 2026 positiever zijn, is de rechtbank van oordeel dat er aanleiding is om af te wijken van het uitgangspunt in voorlopige voorzieningenprocedures dat wordt uitgegaan van de huidige financiële situatie van partijen. De rechtbank acht het redelijk om uit te gaan van het gemiddelde inkomen van de man over 2024 en 2025.

Uit de door de man overgelegde aangifte inkomstenbelasting over 2024 en de jaarstukken van de man over 2025 blijkt dat de man in 2024 een winst uit onderneming had van € 13.656,- bruto, een WW-uitkering van € 15.255,- en een inkomen uit loondienst van € 2.943,- bruto, opgeteld € 31.854,-. De winst uit onderneming van de man was in 2025 € 20.958,- bruto per jaar. Het gemiddelde van deze twee jaren is dan (€ 31.854,- + € 20.958,-) / 2 = € 26.406,-. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens op € 5.996,-.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 2.619,- per maand in 2026. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule € 328,- per maand

(70% x [2.619 - (0,3 x 2.619 + 1.365)]).

Draagkracht vrouw

Voor de berekening van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank net als bij de behoefte uit van een inkomen van € 36.480,- bruto per jaar in 2025 en 8% vakantietoeslag.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.781,- per maand in 2026. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 407,- per maand

(70% x [2.781 - (0,3 x 2.781 + 1.365)]).

Draagkrachtvergelijking en zorgkorting

De draagkracht van de ouders bedraagt gezamenlijk € 735,- per maand (€ 328,- + € 407,-). Dit is voldoende om volledig in de behoefte van [minderjarige] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de man bedraagt: € 328,- / € 735,- x € 652,- = € 291,-.

Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: € 407,- / € 735,- x € 652,- = € 361,-.

Van de behoefte van [minderjarige] komt een gedeelte van € 291,- per maand voor rekening van de man. Een gedeelte van € 361,- komt voor rekening van de vrouw.

Nu sprake is van een co-ouderschapsregeling zal de rechtbank uitgaan van een zorgkorting van 35%. De zorgkorting voor [minderjarige] bedraagt dan € 228,- per maand (35% van € 652,-).

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de vrouw voorlopig gehouden om met ingang van 2 april 2026 een bedrag van € 133,- (€ 361,- - € 228,-) per maand aan de man te voldoen aan kinderalimentatie voor [minderjarige] .

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , aan de man zal worden toevertrouwd;

bepaalt dat de vrouw voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben:

- de ene week van woensdag uit de opvang dan wel 19.00 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur;

- de andere week van woensdag uit de opvang dan wel 19.00 uur tot zondagavond 19.00 uur;

bepaalt de volgende voorlopige vakantie- en feestdagenregeling ten aanzien van [minderjarige] :

- op Vaderdag en de verjaardag van de man: [minderjarige] verblijft bij de man;

- op Moederdag en de verjaardag van de vrouw: [minderjarige] verblijft bij de vrouw;

- Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Eerste Kerstdag: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;

- Tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag, Tweede Kerstdag en oud en nieuw: [minderjarige] verblijft in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;

- verjaardag van [minderjarige] : [minderjarige] is een dagdeel bij de man en een dagdeel bij de vrouw;

- [minderjarige] zal in week 46 van 2026 bij de vrouw verblijven;

- waarbij geldt dat de beide ouders de mogelijkheid hebben om minimaal vier losse weken per jaar met [minderjarige] op vakantie te gaan;

bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 133,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. van Zeben-de Vries

Griffier

  • mr. E.X.R. Yi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand