ECLI:NL:RBDHA:2026:11983

ECLI:NL:RBDHA:2026:11983

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer NL26.24211
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring; volgberoep.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: S. Bozkurt-Chhiba).

Inleiding

1. De minister heeft op 4 februari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop op 4 mei 2026 gereageerd, waarna de minister op 7 mei 2026 een verweerschrift heeft ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 mei 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al tweemaal eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 31 maart 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 24 maart 2026.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Wat vindt eiser?

4. Eiser betoogt dat de voortduring van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. In dat verband verwijst eiser naar het door hem overgelegde BMA-advies, waarin als voorwaarde is opgenomen dat bij een overdracht bij aankomst in Nigeria direct een psychiater voor hem beschikbaar moet zijn. Voor zover eiser bekend is, is hierin niet voorzien. Eiser vermoedt dat niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan en concludeert dat om die reden uitzetting naar Nigeria niet mogelijk is. Daarnaast voert eiser aan dat de bewaring, gelet op zijn medische en psychische omstandigheden, hem zwaar valt en dat de voortduring van de maatregel daardoor onevenredig is. Een lichter middel, zoals het opleggen van een meldplicht, ligt daarom in de rede. Eiser stelt bereid te zijn zich aan deze meldplicht te houden.

Oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Nigeria bestaat. Zoals ook in de vorige uitspraak is overwogen, ontbreekt zicht op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn in zijn algemeenheid niet. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. Niet is gebleken dat de Nigeriaanse autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat niet aan de in het BMA-advies opgenomen voorwaarde kan worden voldaan en dat uitzetting daarom niet mogelijk is. De rechtbank stelt voorop dat het BMA-advies ziet op de overdracht en niet op de vraag of de bewaring gerechtvaardigd is. De minister heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat uit het BMA-advies niet blijkt dat uitzetting naar Nigeria in het geheel onmogelijk is. Daarbij is van belang dat uit het BMA-advies volgt dat eiser slechts kan worden uitgezet als de fysieke overdracht is geregeld. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan.

De rechtbank ziet verder in wat eiser aanvoert geen aanleiding voor het oordeel dat de bewaring in de onderhavige beoordelingsprocedure voor eiser onevenredig bezwarend is geworden, dan wel dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De enkele stelling dat de bewaring hem zwaar valt en dat hij bereid is zich aan een meldplicht te houden, is hiervoor onvoldoende. Eiser kan zich verder zo nodig wenden tot de medische dienst in het detentiecentrum. Niet is aannemelijk gemaakt dat de medische voorzieningen in het detentiecentrum voor eiser ontoereikend zouden zijn.

De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de voortduring van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 24 maart 2026 op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. S. Strating

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand