Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 22 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.K. Gopal in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Bhulai in ‘s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
Op 12 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- het ouderschapsplan te wijzigen en een nieuwe zorgregeling vast te stellen met de voorwaarden zoals hierna omschreven.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden
besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen – als aanvulling/concretisering
van het ouderschapsplan – dat de kinderen zullen verblijven:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
‘’Als de kinderen bij de ene ouder verblijven, zal deze ouder niet belemmeren dat de kinderen per telefoon of per e-mail contact onderhouden met de andere ouder.’’
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse
rechter rechtsmacht om te beslissen op het verzoek van de moeder tot het wijzigen van de
zorgregeling.
Wijziging zorgregeling en vaststellen voorwaarden
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek
(BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de
zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling
getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of
dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. In
een voorkomend geval beproeft de rechtbank gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW
eerst een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt.
Standpunt moeder
De moeder maakt zich zorgen om de veiligheid van de kinderen. De vader is bekend met
een alcoholverslavingsprobleem, wiet gebruik, ASS (autisme spectrum stoornis), depressie
en mogelijk psychose. Veilig Thuis is sinds september 2024 betrokken geweest bij het gezin
vanwege de zorgen om de veiligheid er is ook een onderzoek gestart. De moeder stelt dat er
tijdens het huwelijk sprake is geweest van ernstig huiselijk geweld. De ouders zijn al
geruime tijd bekend met hulpverlening met als voornaamste instantie Ambulante Spoed
Hulp (ASH). De ouders zijn tijdens de echtscheidingsprocedure een week op, week
afregeling overeengekomen. Omdat de vader bij zijn moeder. oma vaderszijde verblijft, ligt de zorg voor de kinderen voornamelijk bij haar wanneer de kinderen bij de vader zijn. Omdat gebleken is dat oma vaderszijde kampt met terugkerende psychische problemen wenst de moeder wenst het ouderschapsplan op de volgende punten te wijzigen:
- Artikel 3.1:
‘’ Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en opvoeding gedurende de tijd
dat de kinderen bij de betreffende ouder verblijven. Zij stemmen zaken zoals lichamelijke
verzorging, dagritme, eten en drinken, thuiskomtijden en bedtijden met elkaar af, zodat zij
ongeveer dezelfde huisregels hebben. Ouders zijn zich er bewust van dat er ook verschillen
kunnen zijn en respecteren dit.’’
De moeder wil in de plaats hiervan een parallel solo ouderschap.
- Artikel 4.3. de moeder wil de zorgregeling wijzigen in de zin dat de kinderen in de
oneven weken van donderdag tot maandag bij de vader verblijven. De overdracht vindt
plaats via de opvang/ BSO.
- Artikel 4.6. de moeder wenst een vaste vakantieregeling inhoudende dat: (de kinderen bij oneven jaar zo bij de ouder zijn zoals opgeschreven, bij even jaar anders om):
De overdracht zal plaats vinden op een neutrale plek, wens voor de school van [minderjarige 1] om 10.00 uur ochtend.
Vakanties:
- Artikel 4.10:
Moeder wenst het te wijzigen naar dat dit artikel alleen van toepassing als kinderen dat
willen, de man wil noch steeds bellen volgens afspraken van organisaties omdat de vrouw het contact niet belemmeren. De vrouw stelt alleen contact als de kinderen dat aangeven.
- Artikel 5.1:
‘’ De basisafspraak luidt dat beide ouders gezamenlijk zullen beslissen over medische
aangelegenheden rondom de kinderen.’’
De moeder wenst dit gewijzigd te hebben in de zin dat de afspraken bij instanties om en om zijn. Elke ouder regel afspraak zelf, tweede ouder is niet aanwezig. Achteraf krijgt de andere ouder hiervan informatie, dit is slechts informatief zonder eigen inbreng. Intakegesprekken altijd de moeder, de vader is niet aanwezig, kan wel tweede afspraak zelfplannen. (vader heeft problemen met begrijpen, autisme/taal en kan hiervoor niet juiste en voldoende informatie naar moeder doorgeven). Indien dat nodig is, kan ouder zonder toestemming van de andere ouder een afspraak maken bij de medische instanties. Er volg 2 contacten waarbij de andere ouder op de hoogte stelt, Waar en waarom en daarna wordt de medische informatie doorgegeven.
- Artikel 7.4:
‘’ Ouders zullen het contact tussen de kinderen en de overige familieleden van de andere
ouder niet belemmeren.’’
De moeder wenst dit gewijzigd te hebben in de zin dat de ouder in eigen tijd met kinderen (hiermee bedoelt de moeder dat zijn familie kan kinderen bezoeken/ bellen in de dagen wanneer kinderen bij haar zijn.
Tot slot wenst de moeder het volgende toegevoegd te hebben: Gedurende [zorginstantie] zorg ondersteuning voor [minderjarige 1] (duurt 39 weken) gaat de man [minderjarige 1] elke week op vrijdagen naar de locatie van [zorginstantie] zorg brengen en halen. Hij haalt hem op bij de vrouw en brengt hem terug naar school/ BSO (in de week dat kinderen bij mij ( de rechtbank begrijpt: de moeder) zijn). De moeder gaat [minderjarige 1] elke woensdag en dinsdag naar de locatie brengen.
Standpunt vader
De vader betwist hetgeen de moeder stelt ten aanzien van zijn eigen psychische gesteldheid. Hij geeft aan dat hij de afgelopen jaren hard aan zichzelf heeft gewerkt en enkel positieve
stappen heeft gezet. Ook stelt de vader dat niet hij, maar de moeder de agressor was gedurende het huwelijk. Volgens de vader schetst de moeder dan ook een vertekend beeld van de werkelijke situatie. De vader stelt zich op het standpunt dat de moeder onder het door partijen ondertekende ouderschapsplan uit wil komen en hiervoor oude koeien uit de sloot haalt. Het ouderschapsplan is echter met behulp van een mediator tot stand gekomen en de vader heeft dan ook de wens dat deze in stand blijft. Verder betwist de vader de stelling van de moeder dat de zorg van de kinderen volledig bij de oma (vaderszijde) ligt. Hoewel de vader inderdaad bij de oma (vaderszijde) verblijft, draagt hij de volledige zorg voor de kinderen. Volgens de vader is de moeder destijds akkoord gegaan dat hij na het uiteengaan bij de oma (vaderszijde) zou wonen met de kinderen. Hierbij merkt hij op dat de moeder toen al op de hoogte was van de schizoaffectieve stoornis van de oma. (vaderszijde). De vader is van mening dat het verzoek van de moeder niet in het belang van de kinderen is. Hij zorgt namelijk goed voor de kinderen en er is volgens hem ook absoluut geen sprake van een onveilige situatie.
Ontvankelijkheid verzoek
De rechtbank is gebleken dat na voormelde vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de omstandigheden zijn gewijzigd. De moeder is er recent achter gekomen dat de oma (vaderszijde) ook kampt met terugkerende psychische problemen en de vader dus niet meer adequaat kan ondersteunen in de zorg voor de kinderen. De rechtbank zal de moeder daarom ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting heeft de moeder naar voren gebracht dat zij vreest voor de veiligheid van de kinderen bij de vader. De aanleiding hiervoor was dat de oma bij wie de vader woont in de zomer van 2025 kampte met achteruitgang van haar mentale gezondheid vanwege haar schizoaffectieve stoornis. Op de zitting en uit de stukken blijkt dat de vader hier adequaat op heeft gereageerd door zijn moeder te verzoeken om bij een vriendin van haar te verblijven, hetgeen zij heeft gedaan. Voor de kinderen is er dus geen onveilige situatie ontstaan. De vader heeft de moeder achteraf geïnformeerd over de mentale toestand van zijn moeder. Hoewel de vader de moeder beter direct had kunnen informeren over deze situatie, acht de rechtbank dit onvoldoende grond om de zorgregeling te wijzigen, nu ook niet is gebleken dat er sprake is van een structureel en actueel veiligheidsrisico. Op de zitting heeft de moeder gesteld dat de week op, week af-regeling niet in het belang van de kinderen is en refereert hiervoor aan het woord van de psycholoog. Deze stukken zijn echter niet overgelegd en de rechtbank heeft hiervan dan ook geen kennis kunnen nemen. Ook hetgeen de moeder ter zitting heeft voorgelezen geeft de rechtbank geen blijk van dat wijziging van de zorgregeling in het belang van de kinderen zou zijn. De rechtbank acht, net zoals de Raad, een week op, week af-regeling in het belang van de kinderen en zal het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling afwijzen.
Daarnaast verzoekt de moeder om de verdeling van de vakantie- en feestdagen, zoals afgesproken in het ouderschapsplan te wijzigen en te concretiseren. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de feest- en vakantiedagen. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen en het schema uitschrijven in het dictum.
Ten slotte verzoekt de moeder artikel 5.1 van het ouderschapsplan te wijzigen, in die zin dat de ouders eenzijdig kunnen beslissen over medische aangelegenheden van de kinderen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat deze wijziging niet strookt met het gezamenlijk gezag dat de ouders over de kinderen hebben. De rechtbank acht artikel 4.10 en 7.4 van het ouderschapsplan duidelijke regelingen. Partijen worden in staat geacht om hieraan uitvoering te kunnen geven. Van de ouders mag verwacht worden dat zij de nodige afstand zullen bewaren als de kinderen bij de andere ouder zijn. Wijziging van deze bepalingen kan mogelijk leiden tot meer spanning tussen de ouders. De rechtbank acht deze wijzigingen dan ook niet in het belang van de kinderen en zal het verzoek van de moeder tot wijziging van artikel 4.10, 5.1 en 7.4 van het ouderschapsplan afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de feestdagen als volgt worden verdeeld:
*
bepaalt dat de vakanties als volgt worden verdeeld:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.