Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 10 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.K. Visser te Oud-Beijerland.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 19 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
- aan haar vervangende toestemming te verlenen om vanaf 17 juli 2026 samen met [minderjarige] te verhuizen naar [plaats 1] ;
- de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] uit de beschikking van 12 oktober 2023 te wijzigen en te bepalen dat [minderjarige] voortaan bij de vader zal verblijven in de vrije weekenden van de vader van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij geldt dat [minderjarige] de ene keer beide aaneengesloten vrije weekenden bij de vader zal verblijven en de andere keer een van beide vrije weekenden;
althans dusdanige beslissingen te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2016 tot [datum 2] 2023.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , [land] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 12 oktober 2023 is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- [minderjarige] bij de vader zal zijn twee tot drie aaneengesloten dagen per tien dagen, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, welke dagen bepaald worden met in achtneming van het werkrooster van de vader, waarbij partijen in onderling overleg op basis van het rooster van de vader in ieder geval drie maanden vooruit de contactmomenten zullen inplannen.
Beoordeling
Vervangende toestemming verhuizing
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing.
Wettelijk kader
Bij de beoordeling van vervangende toestemming voor een verhuizing dient de rechtbank een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Volgens vaste rechtspraak in procedures over verhuizing in situaties waarin ouders gezamenlijk gezag hebben, betekent dat niet dat het belang van het kind altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechtbank betrekt in die beslissing alle omstandigheden van het geval en weegt alle betrokken belangen af. De omstandigheden die daarbij een rol kunnen spelen volgen uit de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901). De rechtbank acht deze omstandigheden ook relevant voor de beoordeling van de vervangende toestemming in deze zaak. Het gaat dan onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de minderjarige, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal de verzochte toestemming niet verlenen. Zij overweegt daartoe als volgt.
Uit de overgelegde stukken en wat partijen op de zitting hebben toegelicht, is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een noodzaak tot verhuizing naar [plaats 1] , [provincie] . De wens van de moeder om de verhuizen is duidelijk, zij heeft echter niet onderbouwd dat het niet mogelijk is om in de regio waarin zij en [minderjarige] op dit moment wonen, een geschikte woning te vinden. Zoals op de zitting is besproken, is het, gelet op de huidige woningmarkt, evident dat het niet mogelijk is om in deze regio een vergelijkbare woning als in [plaats 1] te vinden. De moeder heeft echter niet aangetoond, en dat is ook overigens niet gebleken, dat het voor haar en haar partner samen niet mogelijk is om een andere, wellicht kleinere, maar geschikte woning te vinden in deze regio. Zij heeft enkel gesteld dat zij zich op de huizenmarkt in deze regio hebben georiënteerd en tot de conclusie kwamen dat geen – met de huidige koopwoning van de partner van de moeder – vergelijkbare woningen beschikbaar waren voor een vergelijkbare prijs. Ook is niet gebleken dat de moeder, dan wel haar partner, gebonden is aan [plaats 1] en omgeving, waardoor samenwonen in de omgeving van de huidige woning van de moeder niet mogelijk of onwenselijk is. Integendeel: de moeder heeft een baan in [plaats 2] en haar partner in [plaats 3] . Dit, afgewogen tegen het feit dat een dergelijke verhuizing vanwege de reistijd (1 uur 37 minuten zonder file, een uur langer dan de huidige reistijd tussen de vader en de moeder) veel impact zal hebben op de mogelijkheden tot contact tussen [minderjarige] en de vader, maakt dat de rechtbank het verzoek van de moeder zal afwijzen. In dat kader weegt de rechtbank ook mee dat ook het contact tussen [minderjarige] en haar grootouders van vaders kant ontegenzeggelijk ingeperkt zal worden door de afstand. De mogelijkheden van de vader tot het bijwonen van schoolse activiteiten en van de vader en de grootouders van vaderskant bij buitenschoolse activiteiten zoals paardrijden, zwemles, avondvierdaagse, etc zullen dan ook aanzienlijk worden beperkt. Dat de moeder aangeeft goede vrienden te zijn met de familie van vader, maakt dat niet anders.
Daarnaast is ook gebleken dat de communicatie tussen de ouders stroef verloopt en dat het hen met veel moeite lukt om afspraken te maken omtrent het contact tussen vader en [minderjarige] . Het is dus niet erg aannemelijk dat zij in staat zullen zijn om goede afspraken te maken omtrent de aanwezigheid van vader bij (na-)schoolse activiteiten en/of compensatie van gemiste contactmomenten.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor een verhuizing naar [plaats 1] afwijzen.
Wijziging zorgregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
Beide ouders verzoeken wijziging van de huidige zorgregeling. Op de zitting is gebleken dat de moeder geen bezwaren heeft tegen de door de vader verzochte zorgregeling. Wel is door de moeder aangevoerd dat de verzochte regeling moeilijk uitvoerbaar is indien de vervangende toestemming voor de verhuizing wordt uitgesproken. Het is dan immers niet wenselijk dat [minderjarige] op vrijdagavond in de file van de ene ouder naar de andere ouder moet en ook de maandagmiddag is niet uitvoerbaar gelet op de afstand tussen de woonplaatsen van de ouders. Nu de vervangende toestemming tot verhuizing niet wordt toegewezen, zijn de bezwaren van de moeder niet aan de orde en zal de rechtbank het verzoek tot wijziging van de zorgregeling zoals door de vader is verzocht toewijzen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 12 oktober 2023 – :
*
bepaalt dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.