ECLI:NL:RBDHA:2026:12197

ECLI:NL:RBDHA:2026:12197

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer NL25.61335
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Asielwens, lichter middel, Terugkeerbesluit, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.61335

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

(gemachtigde: mr. I. Vugs ).

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Gronden van het terugkeerkeerbesluit en eisers asielwens

1. Eiser betwist de twee lichte gronden dat hij geen vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan heeft. Hij verblijft bij kennissen en heeft voldoende geld. De zware grond is door eiser niet betwist. Eiser voert verder aan dat hij een asielaanvraag wil indienen zoals bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet (Vw). In het aanvullend beroep heeft eiser aangevoerd dat hij inmiddels een asielaanvraag heeft ingediend en dat deze niet strijdig is met zijn eerdere verklaringen. Eiser meent dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM.

Uit artikel 62 in samenhang met artikel 62a van de Vreemdelingenwet (Vw) volgt dat indien een vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft verweerder in beginsel verplicht is een terugkeerbesluit uit te vaardigen met een vertrektermijn van 28 dagen. Dit is alleen anders als zich één van de in artikel 62a, eerste lid, van de Vw genoemde uitzonderingssituaties zich voordoen. Er is niet gesteld en ook niet gebleken dat sprake is van een dergelijke uitzonderingssituatie. De gronden ten aanzien van een mogelijk risico op onttrekking zijn slechts relevant bij de beoordeling van een inreisverbod. Van een inreisverbod is in het onderhavige geval echter geen sprake.

Ten aanzien van eisers asielwens overweegt de rechtbank als volgt. Volgens vaste jurisprudentie houdt het terugkeerbesluit slechts de vaststelling in dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is en dat een terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgesteld, en toetst verweerder bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit niet of de terugkeer in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Voor zover eiser in deze procedure een beroep doet op artikel 3 van het EVRM ligt dat niet ter toetsing voor. Het voornemen een asielaanvraag te doen of het indienen van een dergelijke aanvraag leidt dus niet tot de onrechtmatigheid van een reeds opgelegd terugkeerbesluit. Wel volgt uit vaste rechtspraak dat de rechtsgevolgen van een terugkeerbesluit van rechtswege worden geschorst in het geval van het indienen van een asielaanvraag. Nu de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit wordt beoordeeld naar de feiten en omstandigheden die ten tijde van het nemen van dat besluit bekend waren of redelijkerwijs bekend behoorden te zijn en niet in geschil is dat op het moment van het nemen van het terugkeerbesluit geen asielaanvraag was ingediend door eiser, heeft verweerder het terugkeerbesluit kunnen opleggen. Bovendien blijkt uit het gehoor voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit dat eiser op de vraag of hij onmenselijke behandeling vreest bij terugkeer, heeft geantwoord dat dit niet het geval is maar dat hij niet terug wil.

Lichter middel

2. Eiser voert aan dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel, zoals een gecontroleerd vertrek.

De rechtbank overweegt als volgt. Het opleggen van een lichter middel speelt bij een terugkeerbesluit geen rol. Uit artikel 62a, eerste lid, van de Vw, volgt dat aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf een terugkeerbesluit wordt opgelegd. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval de in artikel 62a, eerste lid, onder a, b en c, genoemde uitzonderingen zich voordoen. Eiser heeft niets aangevoerd in het kader van deze uitzonderingen, wat maakt dat dit geen afbreuk kan doen aan het terugkeerbesluit.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand