ECLI:NL:RBDHA:2026:12215

ECLI:NL:RBDHA:2026:12215

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer NL26.2937
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Atheïsme, Tunesië, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.2937

(gemachtigde: mr. F. Lavell),

en

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Inleiding en procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister heeft met het bestreden besluit van 9 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Ghanmi als tolk en de gemachtigde van de minister.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser komt uit Tunesië. Hij begon te twijfelen aan de islam op zijn vijftiende en vanaf zijn zestiende ging hij actief onderzoek doen. Na een jaar onderzoek is hij atheïst geworden. Zijn familie merkte op dat hij stopte met bidden en naar de moskee gaan. Ook vonden zij de boeken die eiser las. Eiser werd vervolgens onder druk gezet door zijn familie en opgesloten in zijn kamer. Hij mocht niet naar buiten en werd mishandeld. Eiser is weggegaan bij zijn familie op zijn zeventiende en is toen verhuisd naar [plaats] , een dorp ongeveer 26 kilometer verderop waar de mensen ruimdenkender zijn. Toen is hij gestopt met bidden en vasten, ook kleedde hij zich anders. Tot aan zijn vertrek naar Nederland heeft eiser vier jaar gewerkt en gewoond in [plaats] . In Nederland heeft hij nog vele dreigberichten ontvangen, waarvan hij het grootste deel heeft verwijderd omdat deze berichten psychisch te belastend voor hem waren. Een enkel dreigbericht stond nog op zijn telefoon. Dit bericht is vermoedelijk afkomstig van zijn oom die in Spanje woont. Eiser vreest bij terugkeer voor zijn familie en hij vreest dat hij in de Tunesische samenleving niet kan leven als atheïst.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

Het eerste asielmotief acht de minister geloofwaardig. Het tweede asielmotief acht de minister deels geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen op dit punt niet volledig onderbouwd met objectieve documenten en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Wat betreft de dreigberichten heeft eiser enerzijds verklaard dat hij die niet bewaart omdat ze psychisch te belastend zijn, maar hij heeft één zo’n bericht toch bewaard. Bovendien mocht van eiser, die sinds 2022 bezig is met zijn asielaanvraag, worden verwacht dat hij meer berichten zou bewaren om zijn asielrelaas te ondersteunen. Uit het bericht dat eiser wél heeft bewaard blijkt niet dat zijn familie hem zoekt. Dat eisers familie hem nog zoekt, is niet aannemelijk. Hij heeft na de problemen met zijn familie nog 4 jaar zonder problemen gewoond en gewerkt in een nabijgelegen plaats.

Dat eiser zich van de islam heeft afgewend is wel geloofwaardig, maar dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging. Uit het kort thematisch ambtsbericht inzake Tunesië van 2021 (het Ambtsbericht) blijkt dat vrijheid van godsdienst is verankerd in de Tunesische grondwet en dat de overheid over het algemeen de vrijheid van religie en levensovertuiging respecteert. Niet is gebleken dat eiser bij terugkeer de behoefte heeft om publiekelijk uiting te geven aan zijn atheïstische levensovertuiging. De activiteiten die eiser in Nederland verricht, zoals roken, alcohol drinken en seksueel contact aangaan, zijn niet bij wet verboden in Tunesië en kan hij ook daar verrichten.

Oordeel van de rechtbank

Geloofwaardigheid bedreigingen door de familie

4. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte voorbijgaat aan zijn uitleg dat hij de dreigberichten heeft verwijderd omdat deze een te grote psychische belasting voor hem waren en dat hij het overgelegde bericht daarbij is vergeten te verwijderen. Hij kwam dit bericht pas tegen toen er tijdens het gehoor werd gevraagd naar de berichten. Verder voert eiser aan dat, hoewel hij de afzender van de dreigberichten niet kent, de enige logische verklaring is dat deze persoon is aangestuurd door zijn familie.

De minister heeft bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas mogen tegenwerpen dat eiser stelt dat hij vele dreigberichten heeft ontvangen, maar dat hij deze – op één na – niet kan laten zien. Ook heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet aannemelijk is dat het dreigbericht dat eiser wél heeft kunnen laten zien, van diens familie afkomstig is. Hierbij is van belang dat eiser in eerste instantie zelf heeft verklaard dat hij enkel vermoedt dat het bericht is gestuurd door zijn oom in Spanje, en bovendien wijst de inhoud van het bericht (“We hebben ontdekt wie je bent”) er ook niet op dat het van familie afkomstig is. De minister heeft tevens bij de beoordeling mogen betrekken dat niet aannemelijk is dat eisers familie hem nog zoekt, nu hij vanaf zijn zeventiende tot aan zijn twintigste in een dorp op ongeveer 26 kilometer van zijn familie heeft gewoond en gedurende deze periode geen problemen heeft ervaren met zijn familie.

De beroepsgrond slaagt niet.

Gegronde vrees als gevolg van atheïsme

5. Eiser voert verder aan dat de minister, met zijn standpunt dat hij in Tunesië vier jaar als atheïst heeft kunnen leven en gedurende deze periode geen zwaarwegende problemen heeft ondervonden, voorbijgaat aan het feit dat hij toen niet openlijk zijn atheïsme beleed. Ook heeft de minister niet verduidelijkt wat er in het Ambtsbericht mee wordt bedoeld dat de Tunesische overheid “in het algemeen” de vrijheid van religie en levensovertuiging respecteert. Eiser stelt dat dit voor hem in de praktijk niet gold.

Niet in geschil is dat eiser vanaf zijn zeventiende tot aan zijn twintigste heeft gewoond en gewerkt in [plaats] als atheïst, zonder daar problemen te ervaren. Voor zover eiser stelt dat dit komt omdat hij destijds zijn atheïsme niet openlijk beleed, volgt de rechtbank dit niet. Eiser heeft immers verklaard dat hij niet meer ging bidden en vasten, dat hij zich anders ging kleden en zijn haren anders liet knippen. Niet is gebleken dat eiser hierdoor problemen heeft ervaren in de Tunesische samenleving.

Verder heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat ook de manier waarop eiser bij terugkeer uiting wil geven aan zijn atheïsme, niet tot de conclusie leidt dat er sprake is van een gegronde vrees voor vervolging. Eiser heeft niet onderbouwd dat uitingen zoals het eten en drinken tijdens de ramadan of het nuttigen van alcohol zodanige reacties oproepen dat sprake is van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De minister heeft bij zijn beoordeling mogen uitgaan van het Ambtsbericht, waaruit blijkt dat vrijheid van godsdienst is verankerd in de Tunesische grondwet en de overheid over het algemeen de vrijheid van religie en levensovertuiging respecteert. Eiser stelt weliswaar dat dit in de praktijk anders is, maar hij heeft dit niet onderbouwd.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.R. Nortier, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

21 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Janssen

Griffier

  • mr. R.R. Nortier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand