RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30870
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
(gemachtigde: M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop
1. Verzoeker is, aansluitend op strafrechtelijke heenzending op last van de Officier van Justitie, op 3 juli 2025 overgenomen en opgehouden door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (NL25.30869), op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.30869, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.R. Nortier, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 april 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.