[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het college
([gemachtigde]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 8 januari 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft eiser procesbelang?
2. De rechtbank kan het beroep alleen inhoudelijk beoordelen als eiser procesbelang heeft. Procesbelang houdt in dat de eisende partij met de procedure bij de rechtbank voor zichzelf een gunstige beslissing wil bereiken en die (gunstige) beslissing ook echt kan bereiken met die procedure. Procesbelang is een voorwaarde voor ontvankelijkheid. Omdat de vraag naar het procesbelang van openbare orde is, moet de rechtbank dat ambtshalve beoordelen.
Als de belanghebbende in bezwaar of beroep al heeft bereikt of toegekend heeft gekregen wat de belanghebbende maximaal met het bezwaar of beroep kan bereiken, ontbreekt procesbelang.
Het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak wenst, uitleg wenst te krijgen over de gang van zaken of uitleg over (het hoe en waarom van) de genomen besluiten, levert geen procesbelang op.
3. Eiser ontvangt een bijstandsuitkering. In het kader van een herbeoordeling heeft op 30 oktober 2025 een gesprek plaatsgevonden. In dat gesprek is onder andere aangegeven dat er ook een herbeoordeling van de medische belastbaarheid zal komen. Bij brief van 27 november 2025 is eiser uitgenodigd voor een spreekuur met de medisch adviseur ([adviesbureau]) op 23 december 2025. Eiser heeft zich op 3 december 2025 per e-mailbericht afgemeld voor het spreekuur. Hij heeft daarbij aangegeven formeel bezwaar te maken tegen aanmelding bij [adviesbureau] en tevens een klacht in te dienen over de handelwijze van het college. Het college heeft het e-mailbericht van 3 december 2025 vervolgens als bezwaar behandeld. Bij het bestreden besluit van 8 januari 2026 heeft het college het bezwaar, met verwijzing naar het advies van de extern adviseur van 6 januari 2026, ongegrond verklaard.
4. Gelet op wat is aangevoerd komt eiser feitelijk op tegen de oproep om te verschijnen bij de medisch adviseur op 23 december 2025. Die datum is inmiddels verstreken. Eiser heeft zich op 3 december 2025 per e-mailbericht afgemeld voor de afspraak. Het college heeft de e-mail volgens het verweerschrift niet alleen opgevat als een bezwaarschrift, maar ook als een afmelding, en die afmelding ook geaccepteerd. Blijkens het verweerschrift zijn er geen rechtsgevolgen verbonden aan het niet verschijnen op de afspraak op 23 december 2025. Eiser kan met het beroep dan ook niet meer bereiken dan hij al heeft. Eiser heeft dus geen procesbelang en het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Of de brief van 27 november 2025 wel of niet een besluit is in de zin van de Awb kan daarom in het midden blijven.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.