ECLI:NL:RBDHA:2026:12347

ECLI:NL:RBDHA:2026:12347

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer C/09/699355 / FA RK 26-1345
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

voorlopige voorzieningen kinderalimentatie

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 10 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Vurdelja te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Ben Touhami te Amersfoort.

Procedure

Bij beschikking van 24 maart 2026 is vanwege het spoedeisend karakter een beslissing genomen ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, de toevertrouwing van de kinderen en de voorlopige zorgregeling. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de voorlopige kinderalimentatie en de proceskosten is aangehouden.

Beoordeling

Voorlopige kinderalimentatie

Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's.

Ingangsdatum

De rechtbank acht het in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure redelijk om als ingangsdatum de datum van deze beschikking te hanteren, te weten 3 april 2026. Partijen verbleven immers tot voor kort gezamenlijk in de echtelijke woning.

Behoefte

Bij het bepalen van de behoefte hanteert de rechtbank de uitgangspunten, als neergelegd in het Rapport Alimentatienormen en de daarbij behorende ‘Tabel Eigen Aandeel Kosten Kinderen’. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (hierna: NBGI) van de ouders ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (hierna: NBI) van beide ouders samen, inclusief eventueel kindgebonden budget.

Ten aanzien van het NBI van partijen zal de rechtbank zowel bij de bepaling van de behoefte als bij de draagkracht van partijen uitgaan van het meest recente inkomen van partijen.

- NBI man

Bij de berekening van het NBI van de man zal de rechtbank allereerst uitgaan van een bruto maandinkomen van € 4.514,73 per maand, zoals blijkt uit zijn meest recente salarisstroken van december 2025 tot en met februari 2026. Verder houdt de rechtbank rekening met een Individueel Keuzebudget (IKB) van € 744,93 per maand, een premie ABP pensioen/NP van € 307,21 per maand en een premie ABP AP van € 6,10 per maand.

Tussen partijen is in geschil in welke mate rekening gehouden moet worden met een winst uit onderneming. De moeder heeft de winst uit de onderneming op basis van een door de man ingevulde schatting van zijn inkomen voor de toeslagen in 2026 op circa € 30.000,- geschat. De rechtbank acht het – gelet op het karakter van deze voorlopige voorzieningenprocedure en bij gebrek aan nadere recente gegevens – redelijk om de schatting van de moeder te volgen. Het is de rechtbank immers uit de stukken en door de toelichting van de man op de zitting duidelijk geworden dat de man naast zijn inkomen uit loondienst substantieel bijverdient als brandwacht. De rechtbank heeft dan ook de verwachting dat de schatting van de vrouw aan de voorzichtige kant is. Om deze reden zal de rechtbank bij de berekening van het NBI van de man eveneens uitgaan van een winst uit onderneming van € 30.000,- per jaar.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de MKB winstvrijstelling en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.980,- per maand.

- NBI vrouw

Bij de berekening van het NBI van de vrouw zal de rechtbank uitgaan van een bruto maandinkomen van € 4.024,11 per maand, zoals blijkt uit haar meest recente salarisstrook van januari 2026. Verder houdt de rechtbank rekening met een IKB van € 663,98 per maand, een premie ABP pensioen/NP van € 258,51 per maand en een premie ABP AP van € 4,84 per maand.

Rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 3.643,- per maand

- NBGI en behoefte kinderen

Gelet op het voorgaande, bedraagt het NBGI van partijen (4.980 + 3.643 =) € 8.623,- per maand. Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 33,- per maand. Op basis van de “Tabel Eigen Aandeel Kosten Kinderen” uit het rapport bedraagt de behoefte van de kinderen in 2026 € 1.835,- per maand, te weten € 612,- per kind per maand.

Draagkracht

De behoefte van de kinderen moet door partijen worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. De financiële draagkracht van partijen moet conform de aanbevelingen van het rapport in beginsel worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% van [NBI – (0,3 x NBI + 1.365)].

- draagkracht man

Zoals eerder overwogen, zal de rechtbank bij de bepaling van de draagkracht van de man uitgaan van dezelfde uitgangspunten als bij de berekening van het NBI van de man. Dit betekent dat de rechtbank opnieuw zal uitgaan van een bruto maandinkomen van € 4.514,73 per maand en hierbij opnieuw rekening houden met een IKB van € 744,93 per maand, een premie ABP pensioen/NP van € 307,21 per maand en een premie ABP AP van € 6,10 per maand. Verder zal de rechtbank bij de berekening van de draagkracht van de man ook uitgaan van een winst uit onderneming van € 30.000,- per jaar.

Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de MKB winstvrijstelling en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man opnieuw op € 4.980,- per maand.

De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule € 1.485,- per maand, te weten 70% van [4.980 – (0,3 x 4.980 + 1.365)].

- draagkracht vrouw

Zoals eerder overwogen, zal de rechtbank ook bij de bepaling van de draagkracht van de vrouw uitgaan van dezelfde uitgangspunten als bij de berekening van het NBI van de vrouw. Dit betekent dat de rechtbank opnieuw zal uitgaan van een bruto maandinkomen van € 4.024,11 per maand en hierbij opnieuw rekening houden met een IKB van € 663,98 per maand, een premie ABP pensioen/NP van € 258,51 per maand en een premie ABP AP van € 4,84 per maand.

Rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 4.425,- per maand

De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 1.212,- per maand, te weten 70% van [4.425 – (0,3 x 4.425 + 1.365)].

Draagkrachtvergelijking

Gelet op de gezamenlijke draagkracht van partijen (1.485 + 1.212 =) € 2.697,- per maand, bedraagt het aandeel van de man in de kosten van de kinderen naar rato van zijn draagkracht (1.485 / 2.697 x 1.835 =) € 1.011,- per maand.

Zorgkorting

De man maakt zorgkosten voor de kinderen, omdat zij een deel van de tijd (gedurende de reguliere zorgregeling en de vakantie- en feestdagen) bij hem verblijven. De zorgkosten kunnen worden vastgesteld aan de hand van de zogenaamde zorgkorting. De zorgkorting bedraagt het percentage van de behoefte, welk percentage afhankelijk is van de omgang of zorg. Gelet op de voorlopige zorgregeling acht de rechtbank het redelijk om uit te gaan van een zorgkorting van 25% van de behoefte, te weten € 459,- per maand.

Conclusie

Na aftrek van de zorgkorting bedraagt de door de man aan de vrouw te betalen voorlopige bijdrage € 552,- per maand, te weten € 184,- per kind per maand. De rechtbank zal de voorlopige kinderalimentatie vaststellen op voormeld bedrag.

Aanhechten berekeningen

De rechtbank zal de alimentatieberekeningen aan deze beschikking hechten.

Proceskosten

Gelet op het feit dat hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 3 april 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats] ,

(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)van € 184,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Visser

Griffier

  • mr. A.J.A. Olthoff

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand