[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 25 november 2024.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 april 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats, het besluit van de minister vernietigd. Dit betekent dat de minister opnieuw op de aanvraag van 25 november 2024 moet beslissen.
3. Wanneer bij het vernietigen van een besluit geen termijn is gesteld voor het opnieuw beslissen op de aanvraag, geldt volgens vaste jurisprudentie dat het bestuursorgaan gehouden is om een nieuw besluit te nemen binnen dezelfde termijn als de termijn die gold voor het vernietigde besluit. Het door de minister ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van 9 april 2025 schort de werking van de uitspraak niet op. De minister heeft de voorzitter van de Afdeling ook niet verzocht bij wijze van voorlopige voorziening alsnog schorsende werking aan het hoger beroep toe te kennen. Bovendien heeft de minister het hoger beroep inmiddels, bij brief van 8 oktober 2025, ingetrokken.
4. Het voorgaande betekent dat een beslistermijn van zes maanden geldt, die is verstreken op 9 oktober 2025. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 24 september 2025 te vroeg (prematuur) is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan alle vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet beslissen.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.