ECLI:NL:RBDHA:2026:12468

ECLI:NL:RBDHA:2026:12468

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 09/020518-26 en 05/347935-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Bewezenverklaring (verlengde) uitvoer harddrugs. De verdachte heeft geprobeerd harddrugs via de pakketpost naar het buitenland te sturen, waarna het is onderschept door de douane en de politie. Gevangenisstraf 14 maanden – aftrek voorarrest. Vordering tenuitvoerlegging deels toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/020518-26 en 05/347935-24 (tul)

Datum uitspraak: 13 mei 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 30 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.C. Neelis en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R. Schreudering naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 9 december 2025 te Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht

- ongeveer 52,64 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 10 zegels, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD en/of 3,4 MDMA, zijnde LSD en/of 3,4 MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 11 december 2025 te Hilversum, althans in Nederland, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan,

te weten 2013,55 gram 2-CMC buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte integrale vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. De rechtbank zal hierna, voor zover relevant, nader ingaan op specifieke standpunten van de raadsman.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de douane op 15 december 2025 een postpakket heeft onderschept met daarin harddrugs. Uit de camerabeelden van het PostNL-punt waar het pakket is ingeleverd volgt dat een man het pakket op 9 december 2025 heeft ingeleverd. Hierbij valt op dat hij het pakket niet met zijn handen vasthield, maar a.h.w. met zijn polsen. Een verbalisant heeft vervolgens de verdachte herkend als de persoon die het pakket heeft ingeleverd. De rechtbank acht de herkenning betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank is van oordeel dat de camerabeelden voldoende duidelijk en helder zijn om een herkenning op te kunnen baseren. De verbalisant heeft de verdachte herkend aan specifieke gezichtskenmerken en bovendien uit een eerder onderzoek genaamd 26BALK. In dat onderzoek ging het om soortgelijke feiten met dezelfde modus operandi en ook dezelfde wijze van verpakken van de postpakketten. Deze combinatie van wetenschap leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat de herkenning betrouwbaar is.

Vervolgens volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat kort hierna, namelijk op 11 december 2025, wederom met dezelfde modus operandi een pakket met daarin verdovende middelen op de post is gedaan. Ter plaatse heeft de politie met de medewerker van het pakketpunt gesproken die aangaf dat de man die het pakket inleverde het pakket niet met zijn handen wilde vastpakken en geen telefoonnummer wilde achterlaten voor de track en trace code. Uit de camerabeelden volgt vervolgens dat de man kwam aangereden in een auto met het kenteken [kenteken] . Onderzoek naar dit kenteken heeft uitgewezen dat het voertuig op naam staat van de moeder van de verdachte. De beelden van de bewuste persoon zijn weliswaar onscherp, maar het gegeven signalement van deze persoon door de medewerker van het pakketpunt komt overeen met de uiterlijke kenmerken van de SKDB-foto van de verdachte. De beelden van de persoon laten geen van die foto afwijkende uiterlijke kenmerken zien.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in beide gevallen niet de persoon is op de beelden, dat hij veel mensen kent die op hem lijken, dat zijn moeder haar auto vaak uitleent en dat hij geen rijbewijs heeft. Gelet op wat hiervoor is overwogen acht de rechtbank het evenwel ongeloofwaardig en onaannemelijk dat iemand anders dan de verdachte zelf, in het tweede geval met gebruikmaking van de auto van zijn moeder, de pakketten heeft ingeleverd. De verdachte heeft zijn verklaring pas ter terechtzitting voor de eerste keer afgelegd en zijn stellingen over andere personen en het uitlenen van de auto worden op geen enkele wijze nader ondersteund.

Gelet op het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat beide feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

Nu uit het dossier niet blijkt van enige samenwerking zal de verdachte ten aanzien van feit 1 partieel worden vrijgesproken van het medeplegen.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

hij op 9 december 2025 te Diemen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht

- ongeveer 52,64 gram MDMA en

- ongeveer 10 zegels, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD en 3,4 MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

hij op 11 december 2025 te Hilversum opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan,

te weten 2013,55 gram 2-CMC buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Bij een bewezenverklaring heeft de verdediging betoogd dat een lagere straf moet worden opgelegd dan de straf gevorderd door de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de (verlengde) uitvoer van MDMA, LSD en 2-CMC. De verdachte heeft geprobeerd deze harddrugs via de pakketpost naar het buitenland te sturen, waarna het is onderschept door de douane en de politie. Dit maakt gelet op artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet dat sprake is van zogeheten ‘verlengde uitvoer’ van drugs.

De verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Het gebruik van harddrugs is verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Door de (verlengde) uitvoer van deze middelen naar het buitenland wordt de internationale handel erin in stand gehouden. De verspreiding van en handel in deze middelen gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van zware en ondermijnende criminaliteit. Feiten als deze veroorzaken daarmee voor de samenleving veel financiële schade, onveiligheid en onrust. De verdachte heeft zich om al deze omstandigheden niet bekommerd.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 maart 2026. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte ten tijde van de feiten in een proeftijd liep.

Straf

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

Voor de aangetroffen hoeveelheid MDMA en LSD geldt als uitgangspunt binnen de LOVS een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf tot zeven weken. Voor de designerdrug 2-CMC gelden geen landelijke LOVS-uitgangspunten. De officier van justitie heeft erop gewezen dat het OM als uitgangspunt neemt de hoeveelheid van de drug op lijst 1 behorende bij de Opiumwet en dat wordt gekeken naar de helft van het bijbehorende uitgangspunt genoemd in de LOVS (in dit geval dus de helft van 24-30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf). De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde eis passend en geboden en zal zij aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 17 maart 2026 gevorderd dat de bij parketnummer 05/347935-24 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 23 april 2025 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van acht maanden gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd wegens het niet naleven van de algemene voorwaarden. De officier van justitie heeft gevorderd dat een strafdeel van vier maanden ten uitvoer wordt gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair betoogd dat – gelet op de bepleite vrijspraak – de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat de verdachte gebaat is bij de bijzondere voorwaarden. De verdachte krijgt namelijk begeleiding en behandeling voor zijn agressie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor gedeeltelijke toewijzing van de vordering, te weten vier maanden gevangenisstraf, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Hierdoor resteren nog vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, zodat de geboden hulp aan de verdachte via de reclassering kan blijven voortduren.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 2 a, 10 en 10b van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en IA.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een onder artikel 2a, eerste lid, onder

A van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 14 (VEERTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de rechtbank te Gelderland d.d. 23 april 2025, gewezen onder parketnummer 05/347935-24 te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 (VIER) MAANDEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. L.K. van Zaltbommel, rechter,

mr. B.J. van de Griend, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.A. Duijm, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Wieringa
  • mr. L.K. van Zaltbommel
  • mr. B.J. van de Griend

Griffier

  • mr. L.A. Duijm

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand