ECLI:NL:RBDHA:2026:12469

ECLI:NL:RBDHA:2026:12469

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer NL26.22654
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, bewaringsgronden, non-refoulement

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.22654

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Barzizaoua. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bewaringsgronden

1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2. Eiser betwist de zware gronden. Met betrekking tot zware grond 3a voert eiser aan dat hij is overgedragen in het kader van de Dublinverordening, deze meest recente binnenkomst was niet onrechtmatig. Zware grond 3b kan eiser ook niet worden tegengeworpen. Eiser heeft niet de mogelijkheid gehad om zich te onttrekken doordat hij na overdracht door de Franse autoriteiten direct in bewaring is gesteld. Eiser heeft Nederland na het ontvangen van een terugkeerbesluit op 11 juli 2024 verlaten, waardoor zware grond 3c ook ten onrechte wordt tegengeworpen.. Verder heeft eiser meegewerkt aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit in de overdrachtsprocedure en heeft eiser geen tegenstrijdige gegevens verstrekt. Derhalve meent eiser dat alle zware gronden niet van toepassing zijn.

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 25 maart 2020, volgt dat verweerder bij de zware gronden 3a en 3b kan volstaan met een toelichting dat deze gronden zich feitelijk voordoen. Hoewel eiser op grond van de Dublinverordening naar Nederland is gekomen, blijkt (onder andere) uit zijn eigen verklaring uit het gehoor voorafgaand aan de maatregel van bewaring dat hij eerder Europa zonder paspoort illegaal is binnengekomen en vervolgens een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend. Hieruit volgt dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is ingereisd. Dat eiser nu door middel van een Dublin-overdracht is ingereisd, doet aan deze eerdere illegale inreis niet af. Daarnaast is eiser tijdens de behandeling van zijn asielaanvraag met onbekende bestemming vertrokken en heeft hij zich hiermee onttrokken aan het toezicht. Eiser moet, op grond van zijn meeromvattende beschikking met daarin een terugkeerbesluit en vertrektermijn, voldoen aan zijn vertrekplicht naar Algerije. Het verlaten van Nederland alleen is onvoldoende om aan deze verplichting te voldoen. Verweerder heeft dan ook de zware gronden 3a en 3b aan de maatregel van bewaring ten grondslag kunnen leggen.

4. De zware gronden 3a en 3b, in onderling verband en in samenhang bezien met de onbetwiste lichte gronden, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel van bewaring al dragen. Er vloeit namelijk uit voort dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De rechtbank laat de andere gronden dan ook onbesproken.

Non-refoulement

5. Eiser stelt verder dat in de maatregel van bewaring ten onrechte geen kenbare motivering ten aanzien van het beginsel van non-refoulement is opgenomen. Eiser verwijst hierbij in het bijzonder naar rechtsoverweging 7 uit de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 5 maart 2026.

6. De rechtbank overweegt als volgt. Uit het Unierecht volgt, en zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) dit in het arrest van 4 september 2025 in de zaak Adrar heeft verduidelijkt, dat de bewaringsrechter, zo nodig ambtshalve, moet nagaan of de in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn genoemde belangen en/of het beginsel van non-refoulement in de weg staan aan de uitvoering van het terugkeerbesluit. De Afdeling is in de uitspraak van 12 februari 2026 ingegaan op de gevolgen van het arrest Adrar voor de nationale rechter die de rechtmatigheid van de bewaring van een vreemdeling met het oog op diens uitzetting moet toetsen. Uit deze uitspraak volgt onder meer dat de bewaringsrechter moet beoordelen of verweerder op het moment van oplegging van de maatregel van bewaring heeft beoordeeld of het beginsel van non-refoulement zich al dan niet tegen de uitzetting van de vreemdeling verzet.

7. De rechtbank stelt vast dat verweerder op pagina 5 van het bestreden besluit heeft beoordeeld of het beginsel van non-refoulement zich tegen de uitzetting van eiser verzet. Verweerder heeft overwogen dat eiser bij terugkeer geen risico loopt dat hij zal worden onderworpen aan de doodstraf, aan foltering of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dat verweerder in het bestreden besluit niet expliciet heeft verwezen naar het beginsel van non-refoulement, doet daar niet aan af. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

8. De rechtbank overweegt dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van 8 november 2022, gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Derksen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. E.F. Derksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand